Nooit is het een cartoonist gelukt mij als moslim op de kast te jagen

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Moordenaars van het vrije woord gedijen het beste onder mensen die zich overgevoelig tonen, meent Youssef Azghari, auteur van Mijn Jihad.

De moord op de twaalf Fransen, onder wie de cartoonisten van het satirische blad Charlie Hebdo die de profeet Mohammed regelmatig op de hak namen, is niet alleen een aanval op de vrijheid van meningsuiting maar ook een aanslag op alle moslims.

Deze terroristische acties van een drietal criminelen raken de ziel van onze menselijke beschaving. Daarom verdienen deze monsters de allerhoogste straf. Kennelijk zijn deze laffe moordenaars, die onder een luide oproep van ‘God is groot’ in het wilde weg slachtoffers maakten, niet op de hoogte van islamitische waarden, zoals menselijkheid en barmhartigheid. Nog nooit is het een cartoonist gelukt om mij op de kast te jagen door symbolen van de islam grof af te beelden of aan te pakken. Integendeel, ik moest er vaker achteraf nog harder om lachen, vooral om wat het teweeg bracht aan felle reacties onder een deel van mijn geloofsgenoten.

Zo voelden sommige moslims zich in 2005 zwaar beledigd door de afbeelding van een man met een bom als tulband. Zij die zich gekrenkt voelden herkenden daarin zelfs direct het gezicht van de profeet. Dat al werkte op mijn lachspieren aangezien zij als enige wisten hoe de profeet eruit zag. Toen ze op straat hun woede de vrije loop lieten vanwege een onbenullige afbeelding met een boodschap toonden ze voor het oog van de hele wereld hoe overgevoelig ze waren. En wat erger was, dat ze nog nooit hebben geleerd om om te gaan met vrijheid van meningsuiting. Nu is dat te begrijpen als je ergens op het platteland in Afghanistan woont waar het merendeel nooit fatsoenlijk onderwijs heeft genoten en permanent in oorlog is. Helaas geldt het niet kunnen omgaan met vrijheid van meningsuiting ook voor een deel van jonge moslims die in het Westen zijn opgegroeid.

Zij geloven liever in Arabische sprookjes, zoals een warm onthaal in het paradijs als je je zelf opblaast, dan de realiteit onder ogen zien. Er worden teveel moorden gepleegd in naam van Allah. Nu weer in Parijs om zo de profeet Mohammed te wreken voor al het oneerbaars dat hem is ‘aangedaan’. Wat een ongelooflijke arrogantie en gebrek aan verstand om namens een historische figuur te spreken en in zijn geloof zulke macabere daden te verrichten. De inspiratie wordt gehaald uit de Koran die totaal uit zijn verband wordt gerukt en niet in de juiste context geplaatst wordt. Maar wat geen enkele cartoonist ooit is gelukt hebben deze schurken wel voor mekaar gekregen. Mij kwetsen. Ik voel mij beledigd door deze misdadigers die ‘Allahu akbar’ (God is groot) misbruiken. Het heeft geen zin om met deze ontaarde wezens, die de islam continu besmeuren en telkens Allah erbij roepen, in dialoog te gaan als zij mensen aan flarden schieten. We moeten ze met alle middelen bestrijden.

Nu is al eeuwenlang bekend dat fundamentalisten, ongeacht hun geloofsovertuiging of etnische achtergrond, helemaal niet van zelfspot houden. Ze zijn verschrikkelijk snel op hun tere zieltjes getrapt als je hun heiligste symbolen te kakken zet. Geen verstandig mens die kan bevatten waarom cartoonisten, die als taak hebben lezers meestal een glimlach op hun gezicht te toveren en ook tot nadenken zetten, kapot gemaakt moeten worden. Monsters zijn het, die deze daden verrichten, helemaal bezeten door de Satan, daar is niets goddelijks aan!

Ik moest bij de aanslag op de journalisten van Charlie Hebdo meteen denken aan een geradicaliseerde Nederlandse zelfmoordenaar. Deze moordenaars delen dezelfde radicale ideologie. De jonge Syriëganger, bekend onder zijn strijdnaam Abu Bakr al-Hollandi, blies zichzelf het afgelopen jaar op bij een politiebureau in Bagdad en veroorzaakte een enorm bloedbad.

Ook zijn daad was ingegeven doordat deze kleine Sultan geloofde dat hij streed voor een heilige zaak door anderen te vermoorden. Het begon op een schoolreisje naar Den Haag eind 2013. De mbo-leerling voelde zich zwaar beledigd door een kunstwerk dat een naakte profeet Mohammed moest voorstellen. Alle stoppen sloegen door en hij schopte de installatie volledig aan gort. Als straf werd hij ruim drie maanden van school gestuurd. In de zeeën van tijd die hij had om zich dood te vervelen en zich te baden in zijn slachtofferrol tuurde hij eindeloos naar radicale websites. Op het internet viel hij in de armen van de Internationale Schurken (IS). Hij zocht moedwillig zijn dood op toen hij in Raqqa bij deze losgeslagen bende aansloot.

Nu is bekend dat voor fragiele mensen, zoals hij was, volgens zijn vader kon hij nog niet eens een Kalasjnikov vasthouden, twee opties waren. De eerste was wc’s schoonmaken van de plunderende terroristen, die iedere dag vuile handen maakten op het slagveld. De tweede optie was zichzelf uit elkaar laten spatten. Voor dat laatste heeft hij gekozen. Hij heeft zelfmoord gepleegd wat een doodzonde is binnen de islam.

Achteraf gezien had de school hem misschien beter niet weg moet sturen maar een passende taakstraf kunnen geven. Dan kon hij leren hoe je in een beschaafde wereld, waar iedereen zijn geloof vrij mag belijden, kunt omgaan met vrijheid van meningsuiting, in welke vorm dan ook. Ik pleit daarom op scholen voor extra aandacht voor ‘omgang met vrijheid’, vooral bedoeld voor jongeren die dreigen door te schieten in zwart-wit denken, zo hun zelfrespect verliezen en radicaliseren. Of nog erger: naar wapens grijpen om de ander monddood te maken. Maar eenmaal bloed aan hun handen horen ze hier niet thuis.

Vrijheid van meningsuiting is een heilige waarde die we met z’n allen, gelovigen en ongelovigen, moeten verdedigen tegen het radicale kwaad, maar ook tegen anti-islampopulisten die garen spinnen bij zulke tragedies, en ons allebei voortdurend angsten inboezemen. Dat is de grootste les die we kunnen trekken uit het drama in Parijs.

Youssef Azghari is auteur van ‘Mijn jihad. Waarom  westerse waarden niet botsen met de islam’. Een bekorte versie staat vandaag in NRC Handelsblad.