Moslims, zwijg niet over Parijs: ga het gesprek aan

Ga alstublieft de discussie aan. Alleen dan komen we er achter wat jonge moslims tot de jihad drijft, betoogt Rabiaa Bouhalhoul.

Illustratie Hajo

Het nieuws over de aanslag op Charlie Hebdo, gisteren in Parijs, deed mij huiveren. De angst die ik al een tijd om me heen zie, is in één keer bevestigd. Het is de angst voor radicalisering en de angst voor jihadisme. Die angst zie ik bij de moeders van jongens die weg zouden kunnen gaan. Die misschien ook iets geks gaan doen. Maar ook bij mijn buren. Nederlanders die zich bedreigd voelen door jonge mannen met baard en djellaba.

De aanslag is voor mij een signaal om stil te staan bij radicalisering. Waar komt die vandaan? Hoe kunnen we die herkennen? Wat kunnen we ertegen doen? Ik weet het niet. Maar ik weet wel: de tijd van zwijgen en wegkijken is voorbij. En daarom stel ik deze vragen aan de orde in een open brief aan de Marokkaanse gemeenschap, aan alle imams en aan alle moskeeën. Want zij die weten, horen ernaar te handelen.

Het proces van radicalisering en jihadisme is al jarenlang aan de gang. Het begon niet met 9/11. Of met de dood van Theo van Gogh. Het begon veel eerder. Al in de jaren tachtig. Alleen hebben wij het niet zien gebeuren en niet op tijd begrepen.

Wat gebeurde er in de jaren tachtig? Ik was toen een jonge vrouw. Ik herinner mij ronselaars. Niet voor Syrië. Wel voor Pakistan en Afghanistan. ‘Moslimbroeders’, jonge mannen die buiten de moskee de islam verkondigden. En ja, Marokkaanse mannen reisden af om ‘de boodschap te prediken’. Ik voelde diep respect.

En er gebeurde meer in die tijd. Imams uit Marokko waren niet welkom in allerlei moskeeën, omdat de bestuurders van deze moskeeën liever een imam wilden uit het Midden-Oosten. Die zijn goed, kreeg je dan te horen. Maar moskeebezoekers waren veelal Berbers. Zij waren het Arabisch onvoldoende machtig, dus werden deze imams (uit het Midden-Oosten) nauwelijks begrepen.

In de jaren tachtig en negentig was er veel bewondering voor Khomeini. Alle ogen waren gericht op Iran. Er werden zelfs groepen mannen in het Midden-Oosten tot imam opgeleid en naar Europa en Amerika uitgezonden. Wat was de achterliggende gedachte? Welke ideeën werden verspreid?

En vrouwen, van wie de hand door mannen niet werd geschud, reisden onbegeleid door de nacht naar de grote steden om naar deze nieuwe predikers te luisteren. Wat was de rol van deze vrouwen precies? Destijds aanschouwde ik het allemaal in bewondering, inmiddels is er sprake van verwondering.

Wat was er aan de hand? Wat voor beweging was er destijds gaande? In welke dynamiek waren we beland? Welke logica zat hier achter? Hoe stonden moskeeën hier tegenover? Wat vonden de imams hier eigenlijk van? Waarom hebben we nooit iets over de achterliggende gedachten gehoord? Dat is zomaar een greep uit de vragen waar ik mee worstel.

Ruim tien jaar geleden gaf ik leiding aan de islamdebatten in Rotterdam: georganiseerde gesprekken tussen moslims en niet-moslims. Er waren mensen die het raar vonden dat ik dat deed. Die dachten dat de debatten de moslims in de stad in een kwaad daglicht zouden stellen. Maar zelf denk ik niet dat een debat te open of te eerlijk kan zijn. Eerder het omgekeerde: alleen mensen die bang zijn durven niet te zeggen wat ze denken. Voor harmonie en tolerantie moet je elkaar ontmoeten.

Inmiddels is het 2015. En een aanslag waar we bang voor waren, heeft plaatsgevonden in Parijs. Voor wie het nieuws heeft gevolgd, klinkt de roep om uw betrokkenheid opnieuw. Vandaag harder dan ooit. Zowel moslims als niet-moslims vragen u om openlijk een gezamenlijke zorg uit te spreken, zodat we samen het hoofd kunnen bieden aan deze onwenselijke ontwikkelingen. Want: radicalisering en terrorisme treffen ons allemaal.

Daarom vraag ik u: ga alstublieft de discussie aan. Niet omdat u de voedingsbodem bent voor radicalisering, maar omdat u in staat bent het tij te keren en verdere radicalisering tegen te gaan. Leg uit en communiceer over wat er gebeurd is in de afgelopen decennia.

Neem en geef leiding, zwijg niet langer en duik niet weg. Laat uw gezicht zien en ga in gesprek met de inwoners van uw stad, jongeren binnen het onderwijs, bezorgde moeders, professionals en de bezoekers van de moskee over hun angst. Vandaag liever dan morgen.