‘Joachim Wtewael was een warmbloedig man’

Het Centraal Museum organiseert in februari de eerste tentoonstelling ooit over Joachim Wtewael, de briljante Utrechtse schilder van erotische meesterwerken. Hoe komt zo’n grote internationale expositie tot stand?

Joachim Wtewael (1566-1638) is geen Rembrandt, Frans Hals of Johannes Vermeer, schilders van wie een overzichtstentoonstelling als vanzelf leidt tot dranghekken en extra suppoosten. Zelfs voor het correct uitspreken van zijn achternaam (U-te-waal) is vaak al hulp vereist.

Daar staat tegenover dat kenners Wtewael rekenen tot de grote vernieuwers in de schilderkunst van de Gouden Eeuw. Een status die spreekt uit recente veilingopbrengsten: zijn erotisch getinte schilderijtjes verwisselen voor miljoenenbedragen van eigenaar.

Het Centraal Museum Utrecht, dat eerder tentoonstellingen wijdde aan Jan van Scorel en Abraham Bloemaert, twee andere Utrechtse oude meesters, besloot vijf jaar geleden dat het tijd werd voor een grote expositie over Wtewael. Die tentoonstelling, de eerste ooit, gaat volgende maand open, en zal daarna doorreizen naar de National Gallery of Art in Washington en het Museum of Fine Arts in Houston.

Hoe krijg je dat als stedelijk museum voor elkaar, zo’n internationale samenwerking met veel grotere instellingen? En hoe maak je het publiek warm voor een relatief onbekende kunstenaar? Liesbeth M. Helmus, conservator oude kunst bij het Centraal Museum, geeft een kijkje in de keuken.

Rugwervel

Het moeilijkste moment in de voorbereiding? Helmus hoeft niet lang na te denken. Augustus vorig jaar brak ze op haar eerste vakantiedag in Saint-Tropez een rugwervel bij een ongeluk op een speedboot. In een op maat gemaakt korset en languit liggend op een eersteklasstoel vloog ze drie weken later samen met haar zakelijk directeur naar New York en Washington. Helmus: „Iedereen verklaarde me voor gek. Maar de tijd begon te dringen. We moesten met de Amerikaanse musea hoognodig afspraken maken.”

Het Centraal Museum bezit met elf schilderijen, waaronder het enige zelfportret, de grootste collectie Wtewael ter wereld. Maar voor een grote overzichtstentoonstelling – met onder meer 40 van de 120 schilderijen die van Wtewael bewaard zijn gebleven – kan je niet zonder een strategische partner, legt Helmus uit.

Lange tijd leek het Fine Arts Museum of San Francisco die partij te zijn. Het eerste projectplan schreef Helmus nog samen met de conservator daar. Maar eind 2012 haakte het Californische museum opeens af. Helmus: „We zijn anderhalf jaar aan het lijntje gehouden.”

Plotseling stond de expositie op losse schroeven. Bij het Mondriaan Fonds vroeg Helmus meteen 10.000 euro aan voor een ‘handelsreizigersmissie’ naar de VS. Bij de Amerikaanse musea in haar netwerk ging ze de belangstelling voor een Wtewael-tentoonstelling peilen. Het Metropolitan in New York reageerde lauw. Het J. Paul Getty Museum in Los Angeles wilde alleen de erotische schilderijtjes tonen, niet Wtewaels grote schilderijen met religieuze en mythologische onderwerpen. Maar in Houston en Washington had het Centraal Museum beet. In New York sprak Helmus ook met Anne W. Lowenthal, de grote Wtewael-deskundige, over de opzet van een tentoonstelling.

Projectplan

In april 2013 schreef Liesbeth Helmus een nieuw projectplan plus een begroting. Een paar maanden later zette ze, in haar korset, in New York en Washington met haar Amerikaanse partners de puntjes op de i. Wie doet wat? Hoe de kosten te verdelen? En wat wordt de titel van de tentoonstelling?

Dat laatste bleek een struikelblok. Op aanraden van kunstcriticus Julian Spalding, een educatiegoeroe in museumkringen (zie kader), wilde het Centraal Museum publicitair de nadruk leggen op de kleine, erotische schilderijen van Wtewael. In Nederland staat op het affiche en de catalogus daarom Liefde & lust en een zinderend schilderij van een blote Venus en Mars. Te expliciet voor Washington en New York. Daar heet de expositie: Pleasure & Piety, plezier en vroomheid. Helmus: „Wij wilden benadrukken dat Wtewael een warmbloedig man was, die plezier had in het schilderen.”

Half september 2013, zeventien maanden voor de opening in Utrecht, had Helmus haar plannen rond. Maar op dat moment was er nog geen bruikleenaanvraag de deur uit, stond voor de catalogus nog geen letter op papier, en moesten de benodigde fondsen nog worden geworven.

Heel kort dag, zegt ze. „In Amerika moeten catalogi een jaar van tevoren klaar zijn. En als je bij grote musea als het Louvre een bruikleen aanvraagt, duurt het wel een jaar voor je antwoord krijgt.”

De National Gallery in Washington benaderde de Amerikaanse bruikleengevers, Helmus ging in de slag met de Europese musea en verzamelaars. Helmus: „Gelukkig bleek het enthousiasme voor de tentoonstelling onder collega’s groot.” Niettemin moest ze soms zwaar geschut inzetten. „Een brief is bij belangrijke bruiklenen niet genoeg. Je moet persoonlijk contact zoeken en gebruikmaken van je connecties.” Neem het museum in Braunschweig. Daar leek een bruikleen moeilijk, tot de invloedrijke Nederlandse kunsthandelaar Bob Haboldt op verzoek van Helmus een goed woordje deed bij de directeur.

Het editorial department van de National Gallery in Washington (Helmus: „Een hele afdeling!”) bleek bereid de productie van de catalogus op zich te nemen. Helmus beloofde in ruil de administratieve afhandeling van de bruiklenen te doen.

Februari vorig jaar verstuurde het Centraal Museum de eerste ondersteuningsverzoeken aan de culturele fondsen. Drie maanden later zegde het Mondriaan Fonds een ton toe. Uiteindelijk haalde het museum een half miljoen euro bij elkaar, het merendeel uit eigen middelen. Helmus: „Je begint altijd met een droomscenario, een lange lijst van wensen. Als duidelijk is hoeveel geld je bij elkaar krijgt, stel je de plannen bij.”

Afgelopen zomer werkte de conservator door om de teksten voor de catalogus af te krijgen. Pas toen ontwerper Ramin Visch haar artikelen las, kreeg hij ideeën hoe hij de tentoonstelling in de stallen van het Centraal Museum zou inrichten: in donkere kleuren met veel rood en voor de erotische koperschilderijtjes bouwde hij twee kamers in de grote ruimten.

Op hoeveel bezoekers zij rekent? Verkeerde vraag, zegt Liesbeth Helmus. „Je moet vragen op hoeveel bezoekers ik hoop.” Haar droom is 150.000 bezoekers in drie maanden tijd. Misschien niet realistisch, zegt ze, maar Joachim Wtewael is het waard: een meester-verteller, wiens werken over liefde, jaloezie en lust van alle tijden zijn.