Integratie betekent voor Britten ook tolerantie

Britten zijn terughoudend als het gaat om aanstootgevende afbeeldingen van de profeet Mohammed.

Vergelijkingen met de aanslagen van juli 2005, toen in Londen in de metro en een bus 52 man om het leven kwamen, en de aanslag op militair Lee Rigby, die twee jaar geleden op klaarlichte dag met een machete werd vermoord, werden er gisteren in het Verenigd Koninkrijk natuurlijk gemaakt. De Britten beseffen dat ze door hun deelname aan de oorlogen in Irak en Afghanistan vijanden hebben gemaakt, en dat die zich ook op eigen bodem bevinden. Dat de moordenaars van Rigby „oog om oog” riepen, bevestigt dat idee.

Ook de Britten worstelen, al sinds 2005, met de vraag af hoe een seculiere, liberale democratie moet omgaan met een groep mensen voor wie religie van groot belang is – zeker ook sinds bekend is dat er ten minste 500 Britse Syriëgangers zijn. Zorgen maakt men zich ook over islamisering op scholen. In Birmingham proberen fundamentalistische moslims met intimidatie het curriculum te veranderen.

Maar dit leidt nauwelijks tot een anti-islamgevoel. De extreem-rechtse British Nationalist Party is uitgespeeld, English Defense League demonstreert nog, maar is een kleine speler.

De populistische UK Independence Party is weliswaar tegen onbeperkte immigratie, maar de onvrede met ‘de ander’ geldt vooral Oost-Europeanen. De partij houdt zich verre van kritiek op louter de islam (immers, zij wil de banden met de Commonwealth aanhalen, en daaronder vallen ook landen als Pakistan en India), en ging om die reden ook geen verbond aan met Wilders en Marine Le Pen in het Europarlement. Ze schoof gisteren europarlementariër Amjad Bashir (een moslim) naar voren voor een eerste reactie: „Dergelijke extremistische daden zijn vreselijk”, zei hij.

Britse integratie betekent tolerantie voor elkaars eigenaardigheden. Dus beeld je de profeet Mohammed niet af, als dat aanstoot kan geven. Dus zijn er zelden discussies over het dragen van hoofddoekjes en zie je in steden als Londen en Birmingham regelmatig vrouwen in niqaab in de bus of politieagenten met tulband. Londen was lang zo verdraagzaam dat buitenlandse inlichtingendiensten grappend over ‘Londonistan’ spraken omdat zelfs haatpredikers toegang kregen.