Gekwetste Republiek zoekt troost bij eigen idealen

Dat een aanslag ophanden was, wist eigenlijk heel Frankrijk. Het werd 7 januari 2015. Frankrijk is in de ziel geraakt en hoopt angstvallig een manier te vinden zijn gekwetste republikeinse waarden opnieuw uit te vinden.

De gemaskerde aanslagplegers naderen met getrokken wapen de neergeschoten agent Ahmed Merabat, die ze enkele tellen later zullen executeren.
De gemaskerde aanslagplegers naderen met getrokken wapen de neergeschoten agent Ahmed Merabat, die ze enkele tellen later zullen executeren. Foto’s AP/Reuters

Frankrijk zoekt geëmotioneerd naar eenheid na de dodelijkste aanslag op eigen bodem in ruim een halve eeuw. De angst op de straten van Parijs is voelbaar.

Maar in een land dat normaal tot op het bot verdeeld sombert over een gemeenschappelijke toekomst, lijkt ook opeens de veerkracht terug. Tienduizenden trekken woensdag na hun werk eensgezind de straat op om hun solidariteit met de slachtoffers van de aanslag bij het weekblad Charlie Hebdo uit te spreken. Het geloof in vrijheid van meningsuiting, in een open samenleving en de waarden van de republiek staan pal overeind.

„Wij zijn niet bang”, scanderen vele duizenden kelen op Place de la République, onder het standbeeld van Marianne, het zinnebeeld van de natie. Velen houden tekeningen uit het weekblad omhoog. „Ik sterf liever rechtop, dan dat ik leef op de knieën”, staat op een poster met kaarsjes ervoor. Het is een uitspraak van tekenaar en hoofdredacteur Charb, enkele uren eerder is hij rechtop gestorven. „We moeten nu moedig zijn”, zegt een jong meisje, Natasha Roux, in de mensenmassa.

Maar dat een aanslag mogelijk was, wist iedereen in Parijs, in heel Frankrijk. Ook de redactie van het weekblad.

„Nog steeds geen aanslagen in Frankrijk”, schreef hoofdredacteur Stéphane Charbonnier, ‘Charb’, afgelopen week uitdagend boven zijn laatste spotprent van een bebaarde strijder met een kalasjnikov op de rug gebonden. „Wacht!” zegt de man met zijn vinger omhoog. „We hebben nog tot het eind van januari om onze beste wensen over te brengen.”

Het werd 7 januari 2015.

Vanaf nu is er in Frankrijk een vóór en een ná 7 januari. En dat is nog moeilijk te bevatten. „Het lijkt hier wel oorlog”, mompelt een man met hipsterbaard die Nicolas zegt te heten, amper een half uur na de aanslag. Hij woont om de hoek bij het aangevallen redactiekantoor in het elfde arrondissement van Parijs. Met andere buurtbewoners staat hij op de hoek van de straat waar het net nog wildwest was. Achter hen, overdwars op de Boulevard Richard Lenoir, een Renault van de politie. De voorruit is met kogels doorzeefd.

Hij lijkt aanvankelijk onbewogen. Al wil hij, zoals veel mensen vandaag, niet met naam en toenaam in de krant of op tv. „Je weet niet waar dat toe leidt”, zegt hij tegen de journalisten die hem met het schaamrood op de kaken lastigvallen. Als hij wegloopt, en in de armen van een kennis valt, barst hij in de merkwaardige stilte in de smalle straatjes rond het redactiepand opeens onbedaarlijk in tranen uit.

Kende hij mensen bij het weekblad? Nee, dat niet. „Dit gaat om Frankrijk, om de vrijheid”, zegt Nicolas.

Dat zijn woorden die in de loop van de dag nog vaak worden uitgesproken. Ook de woorden ‘Republiek’ en ‘republikeins’, in Frankrijk toverformules voor alles wat goed en waardig is, vallen een lange dag onophoudelijk. Frankrijk is in de ziel geraakt, en hoopt angstvallig een manier te vinden die gekwetste republikeinse waarden opnieuw uit te vinden.

Uitnodiging aan rivalen

Maar hoe? „Vandaag is de hele Republiek aangevallen”, zegt president François Hollande op televisie als de pleinen van de grote steden net op hun volst zijn. Iets meer dan een uur na de laatste schoten, had hij zich ’s middags al naar de plek des onheils begeven. Hij kende enkele slachtoffers persoonlijk. De president die zich bij zijn aantreden in 2012 als consensusfiguur opwierp, maar in de navolgende jaren juist het gezicht werd van de Franse polarisatie, roept nu op tot „nationale eenheid”. Want: „Onze eenheid is tegenover deze beproeving ons beste wapen”, zegt hij. „Niets kan ons verdelen, niets kan ons tegen elkaar opzetten, niets kan ons scheiden.”

Hij consulteert zijn nog levende voorgangers en nodigt zijn aartsrivaal Nicolas Sarkozy en Marine Le Pen van het nationaal-populistische Front National uit voor overleg op het Elysée.

Le Pen: ik had gewaarschuwd

Direct na de aanslag roepen ook zij op tot eenheid. Zich warmlopend voor een grotere politieke rol, het presidentschap van Frankrijk misschien, waarschuwt Le Pen als gelouterd bestuurder voor het „op één hoop gooien” van „onze islamitische medeburgers die gehecht zijn aan onze natie en aan zijn waarden” en „hen die doden in naam van de islam”.

Maar vanmorgen keert de meest besproken politica van Frankrijk alweer terug bij haar traditionele spreektekst. Le Pen wil een debat over de islam in Frankrijk en een referendum over invoering van de doodstraf. „Ik heb vele jaren voor zo’n situatie gewaarschuwd”, zegt ze, het debat terugbrengend op waar het inderdaad al maanden over ging: de rol van de islam in het seculiere Frankrijk.

Juist gisteren, op de ochtend van de aanslag, verscheen het nieuwste boek van successchrijver Michel Houellebecq. Hierin ontwaakt Frankrijk in 2022 onder een moslimpresident die de Republiek zoals we die sinds 1789, of eigenlijk sinds de wet op de scheiding van kerk en staat van 1905, kenden, heeft ontmanteld.

Houellebecq gaat daarin, zoals altijd, tekeer tegen de generatie van 1968: precies de generatie van Charlie Hebdo, die de Franse identiteit met al te veel vrijheid en gelijkheid verkwanseld zou hebben. Soumission is de titel: onderwerping.

„De mobilisatie tegen de haat die we nu zien moet aanhouden”, zegt premier Manuel Valls vanmorgen over de wonderlijke samenloop van verhaallijnen uit fictie en realiteit. Ook hij is, professioneel of niet, onder de indruk van spontane reacties overal in het land. „Frankrijk staat niet voor onderwerping. Het is niet zoals bij Michel Houellebecq, niet inspelen op angsten”, zegt hij.

Kwetsbaar land

De angst voor een aanslag in Frankrijk was groot. En die beperkte zich niet tot het blad dat eigenlijk al sinds de eerste Mohammed-cartoons in 2006 bedreigd werd. Sinds de schietpartij in het Joods Museum in Brussel, waarvoor vorig voorjaar de Franse ex-jihadist Mehdi Nemmouche werd opgepakt, is Frankrijk in opperste staat van paraatheid.

Als een Fransman zo’n bloedbad in België kan aanrichten, dan kan hij dat ook in Frankrijk zelf, zeiden politici en diplomaten in kleine kring. En was Frankrijk in 2012 niet al wakker geschud toen Mohammed Merah zeven slachtoffers maakte in Toulouse? Ook hij was in het buitenland getraind. Ook hij was bekend bij de inlichtingendiensten.

Het land is kwetsbaar. Frankrijk heeft de grootste moslimpopulatie van Europa en uit geen westers land zijn zoveel jongeren naar Irak en Syrië vertrokken om zich bij de jihad van Islamitische Staat (IS) en andere extremistische groeperingen aan te sluiten.

Volgens schattingen van het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn meer dan 1.000 Fransen in Irak of Syrië actief of in de afgelopen twee jaar actief geweest. En ondanks aanscherping van de terrorismewet en nieuwe signaleringssystemen op vliegvelden, slagen zij er volgens berichten in de Franse media regelmatig in om naar Europa terug te keren zonder in de val te lopen. Precies zoals Nemmouche.

De politie zou de laatste maanden verschillende aanslagen, waaronder één op de nationale feestdag 14 juli op de Champs-Elysées, hebben verijdeld. En opnieuw werd het aantal militairen op publieke plaatsen opgevoerd. Iedereen kon het zien en wist wat dat betekende.

Ook de uitgebreide inzet van Frankrijk bij internationale conflicten heeft het land kwetsbaarder gemaakt. Terwijl de laatste troepen net zijn teruggekeerd uit Afghanistan, heeft Frankrijk sinds vorig jaar in de Sahel de leiding in de strijd tegen aan Al-Qaeda gelieerde groepen die begin 2013 bijna Mali omverliepen. Franse straaljagers doen mee in Irak. Frankrijk, zo bleek vorig jaar bij de onthoofding van berggids Hervé Gourdel in Algerije, is een internationaal doelwit.

De elf mannen en de vrouw die bij de aanslag om het leven zijn gekomen, zijn „gestorven om het idee dat ze van Frankrijk hadden”, zegt president Hollande. „Dat wil zeggen: de vrijheid.” Maar, bezweert de linkse krant Libération, evengoed een kind van de revolutie van ’68 vanmorgen: de schutters „hebben hun doel gemist. Door onze vrienden te doden, hebben ze ons gekneusd, maar ook sterker gemaakt.”