Gamen tot je niet meer stoppen kunt

Vier à vijf procent van de Nederlanders tussen 13 en 40 jaar is gameverslaafd, volgens Amsterdams onderzoek.

League of Legends
League of Legends

Het oorlogsspel Call of Duty en fantasievechtspel League of Legends – dat zijn de populairste games onder gameverslaafden. Andere games kunnen ook populair zijn, zegt communicatiewetenschapper Jeroen Lemmens (Universiteit van Amsterdam). „Zoals het voetbalspel FIFA. Maar dat wordt minder door gameverslaafden gespeeld. Misschien bevat dat niet de elementen die verslaafden graag zien, zoals een online community – het zijn vaak eenzamere mensen met weinig zelfvertrouwen. Bij League of Legends kan de groepsdruk om online aanwezig te zijn groot zijn, omdat je anders je team teleurstelt. Bij gameverslaafden zijn zulke games het populairst.”

Lemmens en zijn collega’s ontwikkelden een nieuwe vragenlijst voor gameverslaving, nu als ‘internetgamingstoornis’ achterin psychiatrisch handboek DSM5 opgenomen als een aandoening die verder onderzoek behoeft. Vier à vijf procent van de Nederlanders tussen de 13 en 40 jaar speelt zo vaak computerspelen dat het pathologisch is. Mannen lijken iets vaker aan gameverslaving te lijden dan vrouwen, maar dat verschil is niet significant. De communicatiewetenschappers publiceren hun onderzoek in Psychological Assessment (5 januari online).

Vorig jaar vulden bijna 2.500 mensen de vragenlijst in: een representatieve steekproef van ruim duizend 13-20-jarige Nederlanders en eeniets kleinere representatieve steekproef van 21-40-jarigen. Ruim 1.900 deelnemers hadden het jaar ervoor weleens een computerspel gespeeld (jongeren vaker dan ouderen). Die mensen werd verder gevraagd naar negen kenmerken die in de DSM5 als mogelijke criteria voor gameverslaving worden genoemd (zie inzet). Waren ze bijvoorbeeld ongelukkig als ze niet konden spelen, of hielden ze verborgen voor anderen hoeveel ze speelden? Iets meer dan de helft van de mensen die weleens computerspelletjes speelden, vertoonde geen enkel kenmerk van verslaving: die zeiden op alles ‘nee’.

Voor de mensen die weleens ‘ja’ zeiden, gebruikten de onderzoekers twee manieren om te bepalen of iemand de grens van gameverslaving had overschreden. Volgens de DSM5 is iemand gameverslaafd als hij vijf keer of vaker ‘ja’ zegt. Dat gold voor 5,4 procent van de deelnemers (6,8 procent van de gamers). Maar er waren zoveel mensen die zeiden dat ze speelden om niet aan vervelende dingen te hoeven denken, dat de onderzoekers zulk escapisme niet zo’n onderscheidend criterium vonden. Ze vonden mensen pas verslaafd bij zes keer ‘ja’. Dat gold voor 4 procent van de deelnemers (5,2 procent van de gamers).

Voor de andere manier om gameverslaving vast te stellen keken de onderzoekers in welke groepen de deelnemers op statistische gronden in te delen waren. Daaruit rolde een vergelijkbaar percentage: 4,9 procent verslaafde gamers (naast 79 procent normale en 16 procent zware gamers). De onderzoekers vinden trouwens dat een diagnose niet gesteld kan worden op basis van de vragenlijst alleen. „Om als gameverslaafd gediagnosticeerd te worden zou een gesprek met een psychiater of psycholoog nodig zijn”, zegt Lemmens, „maar deze percentages geven een indicatie van de omvang van dit probleem in Nederland.”

De nieuwe Internet Gaming Disorder Scale is niet de eerste vragenlijst om spelverslaving vast te stellen. Er waren er al een stuk of twintig, van andere onderzoekers. „Maar deze vragenlijst omvat voor het eerst alle negen criteria die de DSM stelt voor gameverslaving”, zegt Lemmens.