Een dag later was ik net op tijd geweest voor een zelfmoordaanslag

Een Iraakse politie-agent controleert auto’s in Bagdad. Een Amerikaanse soldaat kijkt toe. Archieffoto.
Een Iraakse politie-agent controleert auto’s in Bagdad. Een Amerikaanse soldaat kijkt toe. Archieffoto. Foto US Army

Wie in Bagdad landt, wordt niet zomaar opgehaald. Je moet eerst met een dure taxi – of zo verklapt een goede ziel: met een gratis rode dubbeldekkerbus – naar een checkpoint kilometers van de terminal. Laith, mijn fixer, heeft niet goed begrepen waar ik sta. Ik zie met groeiende ongerustheid hoe de andere passagiers worden opgehaald. Straks sta ik hier alleen: een buitenlander langs de kant van wat de Highway of Death werd genoemd toen ik hier in 2003 en 2004 woonde.

Uiteindelijk daagt Laith op. Hij lacht mijn bezorgdheid weg. Dat was vroeger. Buitenlanders kidnappen is geen ding meer. Misschien omdat er nog nauwelijks buitenlanders zijn. De Highway of Death ziet er netjes uit. De middenberm is een gazon dat voortdurend besproeid wordt, er zijn bloemen en af toe een fonteintje.

Ook de stad is veranderd. Dat er geen Amerikaanse tanks meer zijn, doet wonderen voor wegdek en doorstroming. Het verkeer is ordentelijk: mensen stoppen voor rood en houden zich aan de baanvakken. Nu de aftandse wit-oranje taxi's vervangen zijn door moderne, gele auto’s, doet Bagdad denken aan het saaie Amman.

Maar het blijft wel Irak. Als ik een dag later het vliegtuig had genomen, was ik net op tijd geweest voor een zelfmoordaanslag bij het checkpoint waar ik stond te wachten. Er vielen vijf gewonden.

De veiligheid is er nochtans indrukwekkend. Group 4 Securitas heeft de leiding. Passagiers moeten twee keer de auto uit om hun bagage te laten scannen terwijl honden het voertuig doorsnuffelen.

Het probleem is dat eenmaal voorbij dat checkpoint het professionalisme ophoudt. Het volgende checkpoint, waar de zelfmoordbommenlegger voorbij moet zijn gekomen, wordt bemand door Iraakse veiligheidsdiensten. En hier wordt nog altijd een instrument gebruikt waarvan de hele wereld weet dat het niet werkt.

De ‘ADE 651’ kan zogezegd op afstand explosieven detecteren. Maar het is letterlijk een lege doos. De uitvinder, James McCormick, zit een straf van tien jaar uit wegens bedrog.

Het schandaal is bijzonder triest voor Irak. Volgens een studie van The Lancet kwamen van 2003 tot 2010 meer dan 12.000 burgers om het leven door bomaanslagen; meer dan 30.000 raakten gewond. De Iraakse regering kocht voor 85 miljoen dollar ADE 651’s.

In het boek De strijd om de toekomst van Irak gebruikt auteur Zaid Al-Ali de ADE 651 als voorbeeld van het wanbeleid onder premier al-Maliki.

Twee weken na de veroordeling van McCormick in 2013 wordt Maliki gevraagd waarom de ADE 651 nog altijd in gebruik is in Irak. Zijn antwoord verbluft de aanwezigen. Er zijn er die werken en er zijn er die niet werken, zei Maliki; het proces ging over die die niet werken.

„Ofwel geloofde hij echt wat hij zei (wat wil zeggen dat hij niet in staat was om te begrijpen wat voor iedereen zonneklaar was), ofwel hij loog opzettelijk (wat wil zeggen dat de veiligheid van de Irakezen voor hem ondergeschikt is aan zijn eigen reputatie),” schrijft Al-Ali.

Maliki moest in september aftreden nadat zijn leger op de vlucht sloeg voor IS. Er heerst nu een voorzichtig optimisme in Bagdad. De nieuwe premier Al-Abadi lijkt oprecht verzoening te willen met de soennieten.

Maar het sektarische gedachtengoed dat door de Amerikanen werd geplant en door Maliki gekoesterd, heeft wortel geschoten. Bijna heel Bagdad is nu shi’itisch, op twee soennitische en twee nog gemengde wijken na.

Veel mensen zoeken veiligheid in de eigen gemeenschap. Laith, zelf shi’iet, denkt daar anders over.

„IS pleegt zijn aanslagen bij voorkeur in shi'itische wijken. Ze willen geen soennitische slachtoffers maken. Daarom voel ik mij juist veiliger in mijn gemengde wijk.”

Dat diversiteit veiliger is dan etnische zuiverheid, is een mooie gedachte. Hopelijk slaat hij bij meer Irakezen aan.