Een aanslag op Frankrijk. Op vrijheid

Tien redacteuren van het satirische weekblad Charlie Hebdo werden gisteren koelbloedig gedood. Een aanslag in Frankrijk hing al langer in de lucht. De uitgebreide inzet bij internationale conflicten heeft het land kwetsbaarder gemaakt.

Een aanslag in Frankrijk hing al langer in de lucht. Dat wist iedereen. Ook de redactie van Charlie Hebdo.

„Nog steeds geen aanslagen in Frankrijk”, schreef ‘Charb’ afgelopen week uitdagend boven zijn laatste spotprent van een bebaarde strijder met een kalasjnikov op de rug gebonden. „Wacht!” zegt de man met zijn vinger omhoog. „We hebben nog tot het eind van januari om onze beste wensen over te brengen.”

Het werd 7 januari 2015.

Tijdens de eerste redactievergadering van het nieuwe jaar, dringen drie gewapende en gemaskerde mannen de burelen van Charlie Hebdo in het elfde arrondissement van Parijs binnen. Een van de tekenaars, Corinne Rey, alias ‘Coco’, tikt onder bedreiging de deurcode in. Ze verschuilt zich onder een bureau als haar collega’s, onder wie Charb, hoofdredacteur Stéphane Charbonnier, koelbloedig worden geëxecuteerd.

„Allahu Akbar”, roepen de mannen bij hun vertrek in een zwarte Citroën C3 die vanuit verschillende hoeken door telefoons gefilmd is. En later: „We hebben de profeet gewroken, we hebben Charlie Hebdo gedood.”

Twaalf mensen komen om het leven, onder wie twee agenten die de al langer bedreigde medewerkers van het weekblad in de gaten hadden moeten houden. Zeker vier mensen zijn ernstig gewond. President François Hollande zal later spreken van een „terroristische aanslag”, een „daad van extreme barbarij”. Hij roept drie dagen van nationale rouw af.

Verbazing over de koelbloedigheid

Maar dat is allemaal nog niet bekend als verontruste buurtbewoners ongeveer een half uur na de schietpartij samenkomen op de hoek van de Boulevard Richard Lenoir, op zo’n honderd meter van het kantoor van het weekblad. Midden op de straat staat overdwars een Renault van de politie. De voorruit is compleet doorzeefd met kogels.

„Het lijkt hier wel oorlog”, mompelt een man met hipsterbaard die Nicolas zegt te heten. Hij lijkt ogenschijnlijk nauwelijks onder de indruk. Maar als hij wegloopt en in de armen van een kennis valt, barst hij in tranen uit. Kende hij mensen bij het weekblad? Nee, dat niet. „Dit gaat om Frankrijk, om de vrijheid”, zegt Nicolas.

Een Félix, die schuin tegenover het redactiekantoor woont, hoorde de schoten en zocht direct dekking, vertelt hij terwijl achter hem ambulancebroeders en politieagenten af en aan rennen richting het inmiddels afgezette redactiekantoor. Hij verbaast zich, zoals iedereen, over het „professionalisme” en de „koelbloedigheid” van de daders bij de uitvoering van hun daad . „Alsof ze ervoor geoefend hadden.” Sinds een paar maanden stond een politieauto in de straat, vertelt Félix ongevraagd. „Maar haast niemand wist dat hier het kantoor van Charlie Hebdo zit”, zegt hij. „Dat zou vast tot onrust hebben geleid.”

Want sinds het weekblad in 2006 de eerste spotprenten van de profeet Mohammed publiceerde, werd het eigenlijk permanent bedreigd. „We hebben ons tien jaar op dit moment voorbereid”, zei oud-medewerker Caroline Fourest gisteren op de televisie.

Nadat in 2011 een brandbom de burelen had verwoest, veranderde het blad voor de zoveelste keer van adres. In dit anonieme betonnen kantoorpand tussen Bastille en République in het tolerante elfde arrondissement, had het veilig moeten zijn.

Land in opperste staat van paraatheid

Maar de Franse angst voor een aanslag beperkte zich de laatste maanden niet tot Charlie Hebdo en zijn niet aflatend provocerende tekenaars. Sinds de schietpartij in het Joods Museum in Brussel, waarvoor vorig voorjaar de Franse ex-jihadist Mehdi Nemmouche werd opgepakt, is Frankrijk in opperste staat van paraatheid.

Als een Fransman zo’n bloedbad in België kan aanrichten, dan kan hij dat ook in Frankrijk zelf, zeiden politici en diplomaten in kleine kring. Dat bleek ook al in 2012 toen de in het buitenland getrainde Mohammed Merah zeven slachtoffers maakte bij een Joodse school in Toulouse. De politie zou de laatste maanden vele potentieel grote aanslagen, waaronder één op de nationale feestdag 14 juli op de Champs-Elysées, hebben weten te verijdelen.

Sinds drie kleinere incidenten eind december, waarbij eenlingen in Tours, Dijon en Nantes voor onrust zorgden, is het terreurniveau verder opgeschroefd. Kwetsbare publieke plaatsen als stations, vliegvelden en musea stonden al onder strengere beveiliging. Sinds gisteren worden ook redactiekantoren van media en sommige scholen goed bewaakt.

Frankrijk heeft de grootste moslimpopulatie van Europa en uit geen enkel westers land zijn zoveel jongeren naar Irak en Syrië vertrokken om zich bij de jihad van Islamitische Staat (IS) en andere extremistische groeperingen aan te sluiten. Volgens schattingen van het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn meer dan 1.000 Fransen actief of in de afgelopen twee jaar actief geweest. En ondanks aanscherping van de terrorismewet en ondanks nieuwe signaleringssystemen op vliegvelden, slagen zij er volgens berichten in de Franse media regelmatig in om naar Frankrijk terug te keren zonder direct te worden opgepakt.

Actief in internationale conflicten

Maar ook de uitgebreide inzet van Frankrijk bij internationale conflicten heeft het land de laatste jaren kwetsbaarder gemaakt.

Terwijl de laatste troepen net zijn teruggekeerd uit Afghanistan, heeft Frankrijk nu in de Sahel de leiding in de grensoverschrijdende strijd tegen aan al-Qaeda gelieerde groepen die begin 2013 bijna Mali omverliepen. Franse troepen zijn sinds vorige week tot aan de grens met Libië in het noorden van Niger actief in hun strijd tegen gewapende islamistische groepen die de regio destabiliseren. Daarnaast doen Franse straaljagers sinds vorig jaar mee aan de internationale aanvallen op IS in Irak. Uit wraak onthoofdde een groep in Algerije afgelopen september de Franse berggids Hervé Gourdel.

„Frankrijk staat voor vrijheid, hier en elders in de wereld”, zegt een oudere vrouw in keurig mantelpakje woensdagavond op Place de la République, op steenworp afstand van het gebied rondom het redactiekantoor dat door de politie dan nog altijd is afgezet. „Moet ik permanent bang zijn voor alle moslims die mijn pad kruisen? Is dat wat ze van me willen?” Ook zij barst in tranen uit, en krijgt van een onbekende jeugdige voorbijganger een arm om haar schouders.

Op het plein met Marianne, het symbolische gezicht van vrijheid, gelijkheid en broederschap in het midden, zijn duizenden mensen bijeengekomen uit solidariteit met de slachtoffers. Soms is het er angstig stil. Dan zwelt de massa aan in spreekkoren. „Charlie, Charlie!” En: „Liberté d’expression!” (vrijheid van meningsuiting). Mensen houden cartoons uit het weekblad omhoog, en printjes met de woorden ‘Je suis Charlie’.

„Hoe nu verder?” vraagt een oudere man in grijs pak retorisch. Niemand die hem antwoord geeft.