‘Dit stelt hoge eisen aan politiek’

De Tweede Kamer– waarschijnlijk de fractievoorzitters – debatteert volgend week over de aanslag. „Wij moeten de spanningen juist proberen te verminderen.”

Foto’s Reuters, Olivier Middendorp

Parijs ligt ook in Nederland. De woorden van Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) vatten de eerste politieke reacties uit Den Haag samen. Zo’n aanslag als op de redactie van weekblad Charlie Hebdo kan ook hier gebeuren, zeggen politici zonder uitzondering.

Er werd ook meteen politiek bedreven. PVV-leider Geert Wilders schreef op Twitter dat „eindelijk” tot premier Rutte en andere westerse regeringsleiders zou moeten doordringen dat het „oorlog” is. Volgende week debatteert de Tweede Kamer over de aanslag. Het wordt waarschijnlijk een fractievoorzittersdebat. Met vier mogelijke thema’s.

Opdracht aan de politiek zelf: deëscaleren.

„Polariseren is fout.” GroenLinks-fractievoorzitter Bram van Ojik heeft geen goed woord over voor Wilders’ uitlatingen. „Met zulke teksten voed je polarisering. Ik ben bang voor een negatieve spiraal. Dit stelt hoge eisen aan de politiek: wij moeten spanningen juist proberen te verminderen.”

Wilders gooit „geradicaliseerde moslims en mensen die gewoon hun geloof belijden op één hoop”, zegt CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma. „Hij zet mensen als vijand neer die dat niet zijn. Van de mensen die in de islam geloven keurt 90 tot 95 procent geweld ook af. Zij voelen zich óók in een hoek gedrukt.”

Het veiligheidsgevoel

Ahmed Marcouch (PvdA) vertelt dat hij met een groepje Kamerleden een paar weken geleden een gesprek had met de Franse minister van Binnenlandse Zaken over de aanpak van radicalisering. „Hij maakte de indruk dat de situatie in Frankrijk goed onder controle was”, zegt Marcouch. Hij bedoelt: dat zegt dus weinig. „Dit is wat terreur betekent: je kunt bedreigingen en risico’s signaleren, maar je weet nooit wie geraakt zal worden of hoe en waar.”

Het gevoel van onveiligheid in de maatschappij is groot, zegt Sybrand Buma. „Hoe moet je je tegen zoiets wapenen?” Hij noemt opnieuw het CDA-plan om verheerlijking van geweld strafbaar te stellen. „Omdat de stap van een mening naar geweld zo gemakkelijk blijkt te zijn.”

Buma vindt ook dat het kabinet de inlichtingendiensten meer budget moet geven. „Ik heb het steeds buitengewoon naïef gevonden dat zij gekort werden. De bezuinigingen zijn wel iets goedgemaakt, maar de diensten hebben toen wel een slag verloren. De veiligheidsdiensten vormen de voorhoede in de bescherming van onze democratie.”

De vrijheid van meningsuiting

Laat duidelijk zijn, zegt Ahmed Marcouch, de grens van de vrijheid van meningsuiting ligt bij haat zaaien, geweld gebruiken of het oproepen tot een van beide. „Deze daders willen verdeeldheid zaaien, ons systeem verzwakken. In een beschaafd land bestrijd je ideeën met ideeën. Waar dat niet gebeurt, moeten politie en justitie optreden.”

De vrijheid van meningsuiting moet als Nederlandse kernwaarde „beter verankerd worden in onze samenleving, ook voor mensen met een andere religie”, zegt SP’er Van Bommel. „Mensen met een ander geloof kunnen ergens aanstoot aan nemen. Maar dat wij ons hier uiten, is een van de fundamenten van een vrije samenleving.”

Volgens Van Bommel moeten religieuze instellingen, scholen en moskeeën beter samenwerken om die „grondwettelijke wijsheden tussen de oren te laten komen”. Oproepen tot zelfcensuur, of het voorzichtiger zijn met grappen, moeten genegeerd worden, zegt hij.

Syriëgangers in Nederland

Kamerlid Gert-Jan Segers (ChristenUnie) vindt de „duizenden Europese jongeren die naar Syrië trekken” al langer een van de grootste gevaren voor de integratie. Die jongeren, zegt hij, zijn in staat om in Nederland hetzelfde te doen als wat nu in Parijs is gebeurd. Er is volgens hem een „ideeënstrijd op leven en dood” aan de gang: „Het gaat om onze fundamentele vrijheden tegenover een barbaarse theocratie.”

Die strijd, vindt Segers, moet vanaf nu met „nieuwe middelen” worden gevoerd. „We moeten bijvoorbeeld kijken hoe de geldstromen lopen van salafistische bewegingen in het buitenland naar moskeeën in Nederland. We moeten nagaan hoe we die aan banden kunnen leggen. Dan perk je de vrijheid in van een onvrije ideologie.”

Het debat volgende week is, hoe cru dat ook klinkt, in aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen ook een kans voor politieke leiders te laten zien waar zij voor staan. Natuurlijk delen ze de afschuw over wat in Parijs is gebeurd.

Maar over hoe Nederland de democratische rechtstaat en de vrijheid van meningsuiting moet beschermen, en hoe het kabinet met radicalisering en met Syriëgangers moet omgaan, dáár zitten de verschillen. En daar zit dus ook de mogelijkheid van politieke profilering.