De zwembadbelasting komt eraan, als het aan Plasterk ligt

De gemeente mag van minister Plasterk meer belasting heffen. Per saldo betaalt de burger niet meer, is de bedoeling.

Belasting voor toeristen is voor veel gemeenten nu al een inkomstenbron.
Belasting voor toeristen is voor veel gemeenten nu al een inkomstenbron. Foto ANP

Het zat er aan te komen, en het komt er nu ook echt aan. Het kabinet wil dat gemeenten meer belasting gaan heffen, en het rijk minder. Dat is de belangrijkste boodschap van de Agenda Lokale Democratie die minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) vandaag aan de Tweede Kamer stuurt. De agenda bestaat uit een reeks voorstellen om de lokale democratie te versterken. Meer inningsmacht, krachtiger rekenkamers, versterking van burgerparticipatie.

1 Meer belastingen? Nee toch?

De belastingbetaler hoeft zich geen grote zorgen te maken. Het kabinet is niet voor meer belastingen, maar voor meer lokale belastingen. „Uitgangspunt”, zo schrijft Plasterk vandaag, is dat de totale „belastingdruk” voor burgers niet toeneemt. Kortom: als gemeenten meer belastingen gaan heffen, dan zal het rijk dat minder gaan doen. Minder inkomstenbelasting bijvoorbeeld. Plasterk en staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) onderzoeken hoe die hervorming van het belastingstelsel er precies moet uitzien. Een datum voor een nieuw stelsel is er nog niet. Maar Plasterk neemt er vandaag een belangrijk voorschot op.

2 Waarom wil het kabinet eigenlijk meer lokale belastingen?

Gemeenten zijn op 1 januari een stuk machtiger geworden, door de decentralisaties. Ze zijn nu verantwoordelijkheid voor kwetsbare kinderen, kwetsbare ouderen, kwetsbare werknemers. Het opgetelde budget voor gemeenten is liefst anderhalf keer zo groot als vorig jaar. Maar op één vlak zijn gemeenten onmachtig: belastingheffing. Belangrijkste inkomstenbron is nog altijd het gemeentefonds, zeg maar het jaarlijkse zakgeld van het rijk. Lokale belastingen, zoals rioolheffing, beslaan opgeteld nog geen 17 procent van de gemeentelijke inkomsten. Dat maakt machteloos. Stel, een geliefd, gemeentelijk zwembad dreigt financieel ten onder te gaan. Om het bad te redden, tonen burgers zich bereid meer belasting te betalen. Dan kan dat nu niet. Gemeenten zijn financieel ingesnoerd. Dat moet anders, vindt Plasterk. Ook om burgers meer bij de lokale democratie te betrekken.

3 Zitten burgers daar op te wachten dan?

Ja, zegt Plasterk. De verzuilde, „verticale” samenleving, zo schrijft hij, heeft plaatsgemaakt voor een „horizontale netwerksamenleving”. Burgers „willen meer invloed dan eens in de vier jaar stemmen”; de publieke zaak is niet langer een „overheidsmonopolie”. Ze richten energiecoöperaties en zorgcollectieven op, doen samen aan inbraakpreventie. Aan de overheid de taak die trend te ondersteunen, schrijft Plasterk. Hij wil burgers een „formeel recht op participatie” verlenen. Het recht, bijvoorbeeld, om een plan voor buurtontwikkeling te maken. Plasterk pleit ook voor een sterkere rol voor dorps- en wijkraden in gefuseerde gemeenten. Want na een fusie voelen burgers zich minder betrokken, en blijven ze jarenlang weg bij gemeenteraadsverkiezingen, zo meldde het Centraal Planbureau onlangs. Wijkraden – in een buurthuis op loopafstand – kunnen dat tij keren, hoopt Plasterk.

4 Mooie plannen. Maar wat verandert er nu concreet?

Het zou ironisch zijn als Plasterk zijn plan voor meer burgerparticipatie van bovenaf oplegt. Dit is 2015, en dus noemt de minister zijn plan een „eerste aanzet tot een brede discussie” met burgers en gemeenten zelf. Maar dat het Huis van Thorbecke verder wordt verbouwd, staat vast.