De stem van Charlie Hebdo mag niet verstommen

Terroristen willen angst zaaien. Met geweld tegen onschuldige burgers proberen ze een complete samenleving bang te maken of zelfs te ontwrichten. Maar hoe wreed hun methodes ook zijn, hoeveel slachtoffers ze ook maken, hun opzet kan niet slagen zolang mensen zich niet laten intimideren.

Het was dan ook bemoedigend en een teken van kracht dat zo veel Fransen gisteravond met opgeheven hoofd de straat op gingen uit protest tegen de slachting die eerder op de dag was aangericht op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs. De daders waren nog op vrije voeten, maar in tal van steden toonden Fransen massaal hun vastberadenheid om niet voor de terroristen te zwichten. Geschokt, verontwaardigd, diep gekwetst en bedroefd, maar ongebroken.

Het was niet alleen de bloedigste aanslag op Franse bodem in een halve eeuw, maar ook een aanval op de vrijheid van meningsuiting en daarmee op het hart van de Franse democratie. Charlie Hebdo is een scherp en oneerbiedig blad: geen geloof, ideologie of politicus is veilig voor de vaak bijtende spot van zijn tekenaars. De onverdraagzaamheid van islamitisch extremisme moet het daarbij vaak ontgelden.

Dat het blad en zijn medewerkers daarmee grote risico’s liepen, was al jaren duidelijk. Maar met ongekende persoonlijke moed hielden de mensen van Charlie Hebdo, onder leiding van hoofdredacteur Stéphane Charbonnier, vast aan hun missie. Ze verdedigden hun recht om te spotten, te provoceren en te beledigen – in het besef dat hun, en onze, vrijheid daarmee staat of valt. Ze leefden in de absurde werkelijkheid dat spotprententekenaar een levensgevaarlijk beroep is geworden. Acht van hen, onder wie Charbonnier zelf en enkele van de grootste talenten van zijn blad en van Frankrijk, zijn samen met nog vier anderen in koelen bloede vermoord.

De vrijheid waarvoor zij op de bres stonden, moet nu meer dan ooit verdedigd worden. Het is een kernwaarde van onze beschaving. Charlie Hebdo heeft een dramatisch verlies geleden, maar de stem van het blad mag niet verstommen.

Dat is niet alleen een zaak van Frankrijk. Ook in andere landen is de dreiging van terrorisme, vooral door radicale moslims, reëel gebleken. In Nederland is in 2004 Theo van Gogh vermoord, in Madrid (2004) en Londen (2005) zijn bloedige aanslagen in het openbaar vervoer gepleegd. In Brussel zijn vorig jaar vier mensen bij het Joods Museum vermoord. En in Noorwegen heeft Anders Breivik, juist een fanatiek bestrijder van islam en immigratie, in 2011 een bloedbad aangericht.

Naast het zaaien van angst, proberen terroristen ook bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten en bestaande spanningen te laten escaleren. In Irak bijvoorbeeld heeft Al-Qaeda met die beproefde tactiek groot succes geboekt. Voor het aanhoudende geweld van de terroristen moest de hele sunnitische bevolkingsgroep boeten – wat tot etnische zuiveringen leidde en tot een bittere burgeroorlog die nog altijd voortduurt.

Het is van groot belang dat de daders van de aanslag op Charlie Hebdo en eventuele medeplichtigen worden gearresteerd en gestraft voor hun terreurdaad. Ook is het cruciaal dat het gevaar onderkend wordt van de radicalisering van vooral jonge moslims in Europese landen. Maar als het drama van gisteren leidt tot een godsdienstoorlog tegen de islam, zou dat een overwinning voor de terroristen zijn.

In veel Europese landen heersen toenemende bezorgdheid en angst voor de opkomst van de islam in westerse samenlevingen. Dat leidt tot politieke en maatschappelijke spanningen, van Frankrijk tot Zweden, van Duitsland tot het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Europa beleeft hierdoor een verwarrende en zware tijd, die door de aanslag nog verder op scherp wordt gezet. Deze crisis is alleen te boven te komen met een open debat. Een vrije en pluriforme pers is daarbij onmisbaar.

NRC Handelsblad