De Schilderswijk radicaliseerde wel degelijk

Na Perdiep Ramesar moeten redacties diversiteit nastreven en op zoek gaan naar wat er écht gebeurt in de Schilderswijk, vindt Ahmed Marcouch.

Foto Boudewijn Bollmann

Ex-Trouw-journalist Perdiep Ramesar kwam met verhalen zonder afzenders en maakte een grote fout. Vaak zie ik in de media juist het omgekeerde: gelegitimeerde afzenders zonder verhalen.

Journalisten die hun artikelen vullen met wetenschappers die hun theorie ontvouwen, bestuurders die hun beleidsmodellen illustreren, managers die hun welzijnsorganisatie dienen of zelfverklaarde vertegenwoordigers die hun gesubsidieerde bewonersorganisatie legitimeren. Mag ik dat bureaujournalistiek noemen? De journalist past netjes de beroepsregels toe: actualiteit, theoretische invalshoek en een tweede bron. Hoor en wederhoor regel je met voor- en tegenstanders uit je adressenbestand. Dat is goed. En het is niet genoeg. Want zo ontstaan de oppervlakkige verhalen die de rauwheid van het dagelijks bestaan missen, de grillige werkelijkheid van normale mensen in bijzondere subculturen.

Bewust valse bronnen opvoeren is een doodzonde. Vervolgens het ware verhaal missen, maakt het nog veel erger. Want de Schilderswijk verdient het niet om nu met goednieuwsberichten te worden bedolven. Ja, de Schilderwijk is voor veel mensen een prettige omgeving. En juist die mensen verdienen het dat de problemen die er wel degelijk zijn, opgelost worden: de spanningen met de politie, de verveling van de werklozen, de isolatie van de vrouwen, de overbevolking in verwaarloosde huizen, de criminaliteit en vooral ook het jihadisme. Je moet de problemen kennen om er iets aan te doen. Daarom zijn ze zo belangrijk – de journalisten die de waarheid boven tafel kunnen halen.

Verhalen die niet te googelen zijn

Verslaggeving is een specialisme. Goede verslaggevers willen niet afhankelijk zijn van politici, tolken en onderzoeken. Dus spreken ze de taal, kennen de codes en zijn ter plaatse. Daardoor kunnen journalisten niet alleen wat ze zien op waarde schatten, ze worden ook aangeklampt door bewoners, de onduidelijke afzenders met belangwekkende verhalen die niet eeuwig te googlen willen zijn. De status van hun bronnen moeten journalisten melden in hun reportages; bij bronnenfraude houdt alles op. En de bronnen moeten voor de redactiechef uiteraard verifieerbaar zijn, dat spreekt. Dit is beslist geen pleidooi voor bronnenfraude.

Dit is een pleidooi voor de journalisten die wij hard nodig hebben, die de wijk intrekken om te zien hoe bewoners elkaar vasthouden en naar beneden trekken en om te horen hoe de koffiehuizen vol zitten; om de leergierigheid van de kinderen te proeven en om de aantrekkingskracht van het salafisme te voelen.

Dat krijg je niet mee bij de officiële werkbezoeken waar je met egards en presentaties wordt ontvangen. Dan kom je er niet achter dat in de Schilderswijk moslims zich verraden voelen door de sympathie van Hindoestanen voor de PVV en dat Hindoestanen zich geïntimideerd voelen door moslims. En dan zie je niet dat de veronderstelde eenvormige moslimgemeenschap in feite bestaat uit afsplitsingen die elkaar bestrijden in de Schilderswijk. Dan krijg je ook niet in de gaten dat, terwijl de overheid geobsedeerd is door de lange koningsarm van Marokko, de lange arm van het salafisme uit Saoedi-Arabië de Schilderswijk bereikt. Dat is het geval, weet ook de burgemeester. „Niet zonder mij op de Hoefkade komen”, zei Van Aartsen, nadat ik met vuurwerk bekogeld was.

Met journalisten die toegang hebben tot andere subculturen, krijg je een medium dat zich onderscheidt door veelzijdigheid. Dát is de kracht van diversiteit. Want inderdaad zou ik, als ik het beroep en talent van journalist had gehad, met mijn religieuze kennis en ervaring al in 2011 hebben geschreven over radicalisering in de Schilderswijk. Daar viel mij toen al Abu Moussa op, die nu gevangen zit als vermeende jihadronselaar. Zoals Slotervaart getekend was door Mohammed B., zo is de Schilderswijk getekend door Abu Moussa. Toen ik hem eind 2011 uitnodigde op mijn werkkamer in de Tweede Kamer, kon ik nog niet weten dat kort daarop de ultraorthodoxe imam Fawaz Jneid uit de salafistische Haagse moskee As-Soennah gezet zou worden en Abu Moussa zich met een groep jihadistische jongeren aan Fawaz zou onttrekken. Wel verweet hij Fawaz toen al gebrek aan daadkracht.

Dan rinkelen de alarmbellen. Want van daadkracht en ambitie tot religieuze zuiverheid komt ellende. Drie jaar later zijn nergens in Nederland de jihadisten zo brutaal. Terwijl elders jihadgangers stilletjes hun tas pakken, zeggen ze in Den Haag: wij blijven hier, vormen onze IS-afdeling, gaan voor een leeg Tweede Kamergebouw staan en dreigen daar met aanslagen. Journalisten die de taal, de codes en de religieuze kaart niet kennen, kwamen afgelopen week niet verder dan de spandoeken lezen van de zeventien demonstranten.

Oproep aan journalisten

Redacties, dit type verslaggeving is een specialisme. Hier is diversiteit nodig. Wees niet afhankelijk van officiële bronnen en tolken. Trek journalisten aan die de bagage hebben voor respons uit de haarvaten van de samenleving. Omwille van de waarheid. Opdat de ‘shariadriehoek’ niet de vergeten driehoek wordt. De vinger op de zere plek leggen is een teken van liefde.