De herrijzenis van de operette

De regisseur is sinds 2012 intendant van de Komische Oper in Berlijn. Hij is er medeverantwoordelijk voor een renaissance van de operette. In Berlijn wordt dat gevierd met een operettefestival.

De operette Ball im Savoy uit 1932 van Paul Abraham wordt deze maand door Barrie Kosky hernomen tijdens het Operettefestival in Berlijn
De operette Ball im Savoy uit 1932 van Paul Abraham wordt deze maand door Barrie Kosky hernomen tijdens het Operettefestival in Berlijn Foto Iko Freese

Operette, dat klinkt toch een beetje naar suikertaarten en muffe burgerlijkheid. Scherpslijper Theodor Adorno noemde het genre zelfs een ‘abscheuliche Ausgeburt’ – afschuwelijk misbaksel. Maar in Berlijn weet men beter. Sinds enkele jaren beleeft operette er een opvallende revival. In het hart van deze ontwikkeling staat de Komische Oper in Berlijn, waar eind deze maand een festival en een symposium aan de operette gewijd worden.

Op het eerste gezicht lijkt het wat vreemd dat de Berlijnse operetterenaissance wordt voorgegaan door een flamboyante Australiër: regisseur Barrie Kosky, sinds 2012 intendant van de Komische Oper. In zijn kantoor in het gebouw tussen de Behrenstraße en Unter den Linden, met een driedagenbaard en een vrolijke bril, ringen aan zijn vingers en grote laarzen, hangt Kosky gemakkelijk onderuit op een sofa. Zijn liefde voor het genre zat er al vroeg in, vertelt hij. Via zijn Hongaarse grootmoeder maakte Kosky als kind kennis met de operettes van Emmerich Kálmán, die samen met Bartók nog steeds tot zijn favoriete componisten behoort. Bovendien verschaft de blik van de outsider hem juist voordeel: hij beziet de cultuur van buitenaf en heeft er geen belang in.

Het gaat goed met de Komische Oper sinds Kosky’s aantreden. Tijdens zijn eerste seizoen, in 2013, werd de Komische Oper door het tijdschrift Opernwelt tot Operahuis van het Jaar gekozen (net als in 2007). Zelf ontving Kosky bij de International Opera Awards 2014 de onderscheiding voor beste regisseur. Onder zijn leiding steeg de zaalbezetting van 70,6 procentin 2012 naar 78 procent in 2013 en maar liefst 87,7 procent in 2014. Kosky’s contract als intendant werd afgelopen herfst tussentijds verlengd tot juli 2022.

Grote revues

Kosky verklaart het succes uit de authenticiteit van zijn aanpak, dat wil zeggen: trouw zijn aan de identiteit en geschiedenis van het huis. Onder de oorspronkelijke naam Metropol Theater was de Komische Oper in het fin de siècle wereldwijd beroemd om zijn grote revues. Nadat het huis in de jaren negentig ondermaats had gepresteerd, nam Kosky die kosmopolitische sfeer van weleer opnieuw tot uitgangspunt, evenals de radicaal gevarieerde programmering en het moderne muziektheater van Walter Felsenstein, de eerste naoorlogse intendant.

Dus kun je bij de Komische Oper de ene avond naar La belle Hélène van Offenbach en de andere naar Don Giovanni of Schönbergs Moses und Aron. „Er is een enorme dorst naar intelligent entertainment”, zegt Kosky. „Niet elke avond bij de opera hoeft een existentieel drama te zijn. Ik ben dol op Wozzeck en Lulu en Onegin, maar ik wil die stukken niet iedere avond doen. Niet elke kunstervaring hoeft levensveranderend te zijn; plezier is een heel belangrijk onderdeel van het theater. De Grieken hadden gelijk: er is tragedie en er is komedie. Het zijn twee kanten van hetzelfde gezicht.”

Het verschil is dat je voor komedie veel harder moet werken. De Komische Oper heeft een vermaard vast ensemble van performers die kunnen zingen, dansen én acteren, een driedubbelkunst die je verder eigenlijk alleen nog in musicals ziet – al heeft Kosky voor de huidige gefotokopieerde franchisemusicals geen goed woord over. Voor een productie als Ball im Savoy van Paul Abraham wordt uitputtend gerepeteerd, eindeloos geschaafd aan de haast wetenschappelijk precieze timing, en dat is niet altijd een pretje; om het echt grappig te maken, moet je „de humor er helemaal uit laten” tijdens de repetities, aldus Kosky. Daarom doet hij af en toe iets heel anders, zoals een Wagner-opera: „Wagner is een uitje vergeleken met het regisseren van een grote operette.”

Toen hij zich verdiepte in de geschiedenis van de Komische Oper ontdekte Kosky een weelde aan vergeten stukken. Een goed voorbeeld is Abrahams operette Ball im Savoy uit 1932, die vlak na de zeer succesvolle première door de nazi’s als ‘joodse negermuziek’ uit de geschiedenis werd geschrapt en 81 jaar onuitgevoerd bleef. Kosky’s regie, die deze maand wordt hernomen in het operettefestival, kreeg in 2013 een jubelend onthaal.

Duitse cultuur

Tot 1933 vormde operette een belangrijk deel van de Duitse cultuur, maar in de naoorlogse periode was het genre voor Kosky’s Duitse leeftijdsgenoten „iets waarvan hun oma’s hielden: vreselijke, mottige, opgeschoonde troep. Als ik daarmee was opgegroeid zou ik operette ook haten.”

De Berlijnse operette van een eeuw geleden was juist sexy en subversief, jazzy en zweterig – en joods. Hongaarse componisten als Kálmán en Abraham kwamen naar de Duitse hoofdstad en creëerden zinderende meesterwerken. Het grootschalige volksvermaak was extreem populair, óók bij de nazi’s. „Hitler hield van Kálmán”, vertelt Kosky. „Hij heeft zelfs geprobeerd hem een Arisch paspoort te geven, maar Kálmán weigerde.”

Wat de nazi’s in plaats daarvan deden, was de stukken neutraliseren: ze haalden de jazz eruit, de seks, de subversiviteit. De schade die zij aanrichtten, werkt nog steeds door: „De Kálmán-opnames uit de jaren vijftig hebben niets met het origineel te maken. Alsof het nog niet erg genoeg was dat deze mensen naar Auschwitz werden gestuurd, heeft men hun werken geperverteerd.”

Een recent voorbeeld van die doorwerking is het ZDF-nieuwjaarsconcert, dat door ruim 1,6 miljoen Duitsers bekeken werd. Christian Thielemann dirigeerde in Dresden een concertante uitvoering van Kálmáns operette Die Csárdásfürstin (1915), met sterren als Anna Netrebko en Juan Diego Flórez. Mooie reclame voor het genre? Kosky gruwt van Thielemanns benadering. „Hij heeft naar de platen van zijn grootmoeder geluisterd en de muziek gepresenteerd zoals die klonk onder het Derde Rijk. Hij begrijpt niets van het genre. Thielemann is een geweldige Wagner- en Bruckner-dirigent, maar bij dit repertoire moet hij uit de buurt blijven.”