Dat verrekte spiertje bleek lymfeklierkanker

Je doet mee aan een triatlon en denkt met zwemmen een spiertje te hebben verrekt. De diagnose is anders: kanker. Het overkwam Roderick Bolhaar.

Je kent ze wel, van die impulsieve besluiten. Ze laten zich het beste nemen onder invloed van een paar bier op een lege maag op vrijdagavond. Zo kwam ik eind januari met een paar vrienden tot het overmoedige besluit om me in te schrijven voor een triatlon. Zo gezegd, zo gedaan, die inschrijving in ieder geval. Vijf maanden zwemles, honderden kilometers op de racefiets en tientallen rondjes Vondelpark later wachtte ons een klassieke olympische triatlon: 1,5 km zwemmen, 40 km fietsen en 10 km (hard)lopen. Op 8 juni 2014 kwam ik kwijlend en verkrampt over de finish aan de Sloterplas.

Twee weken later toch even naar de huisarts voor een spiertje in mijn nek. Verrekt tijdens de triatlon door mijn technisch ernstig onvolmaakte borstcrawl. Geen haar uit mijn bos krullen die er op dat moment aan dacht dat mijn besluit in januari wel eens de grootste toevalstreffer uit mijn leven kon zijn.

Inmiddels is er van die bos krullen tijdelijk geen enkele haar meer over. Dat ‘verrekte spiertje’ bleek kanker in een lymfeklier in mijn hals.

Op woensdag 1 oktober ga ik ’s ochtends topfit naar de dagbehandeling voor mijn eerste chemokuur. ’s Avonds zit ik huilend als een klein kind op de bank; zo ziek heb ik me in 27 jaar nog nooit gevoeld. Wie had ooit gedacht dat de triatlon in juni slechts het warmlopen voor een vier maanden lange slijtageslag zou zijn?

Sinds die dag beschouw ik het behandeltraject als een sportwedstrijd. Mijn hematoloog de coach met strijdplan. Ik de speler die dat strijdplan zo goed mogelijk probeert uit te voeren. Elke kuur wordt begonnen met een tactische bespreking, kort onderbroken voor een peptalk tijdens de rust(week) en afgesloten met een evaluatie. De bijwerkingen van de chemo en mijn bloedwaarden zijn de statistieken die daarbij wekelijks centraal staan.

Durven te vertrouwen op een behandeling waar ik doodziek van word, voelt alsof ik onderdeel uitmaak van het 5-3-2 systeem van Van Gaal. Zonder het volledige vertrouwen van de spelers in dat systeem was regerend wereldkampioen Spanje nooit met 5-1 verslagen. Zo moet ik erop durven te vertrouwen dat deze behandeling me zal genezen.

Een dag voor het begin van de derde kuur lunch ik met de vrienden met wie ik in januari aan het triatlon-avontuur begon. Als ze me vragen of de kuren zwaar zijn, antwoord ik gekscherend: „Een triatlon is voor kleine meisjes.” Diezelfde middag doe ik een ‘power nap’ op de bank. Een half uur later word ik wakker van mijn telefoon: twee gemiste oproepen. Van het ziekenhuis. En een e-mail. Van mijn coach. „Gefeliciteerd! De scan na de eerste twee kuren laat zien dat de behandeling aanslaat.” Zij is ervan overtuigd dat mijn triatlon-topconditie maakt dat ik me zo goed door de eerste chemokuren heb kunnen vechten. Ik ben ervan overtuigd dat toeval niet bestaat, of toch?