Charlie Hebdo, een fanatiek blad met een hekel aan fanatici

Een satirisch weekblad, maar wel van antiklerikale en republikeinse, soms anarchistische ernst.

Bij Charlie Hebdo zijn ze niet tegen de islam – maar met moslims botsten de tekenaars en schrijvers van het blad de afgelopen jaren vaker. Gematigde moslimorganisaties voerden processen tegen hen als ze de profeet Mohammed weer eens hadden afgebeeld, met een grap erbij. In 2011 verwoestte een brand hun redactielokaal in het oosten van Parijs, na een aanslag met een molotovcocktail. Dat was nadat ze de profeet Mohammed als gasthoofdredacteur hadden opgevoerd: „Honderd zweepslagen als je niet lachend sterft!” De daders zijn niet gevonden.

In hun nieuwe onderkomen, een stukje verder naar de oostelijke ringweg rond Parijs, werden acht medewerkers van het satirische weekblad doodgeschoten, op de ochtend van de eerste redactievergadering van het nieuwe jaar. Hoofdredacteur en tekenaar Charb had in het net verschenen eerste nummer van 2015 een voorschot op het jaar genomen. ‘Nog altijd geen aanslag in Frankrijk’, stond boven zijn tekening. Charb, artiestennaam van Stéphane Charbonnier, blijkt zijn moordenaar te hebben getekend.

Nee, het ging niet om de islam. Charlie Hebdo is er om fanatici de maat te nemen. Ze ruzieden ook met, bijvoorbeeld, de anti-islampolitica Marine Le Pen. Die spande in 2012 nog een proces tegen het blad aan nadat ze als drol op een ‘verkiezingsposter’ op de cover was beland.

Charlie Hebdo is een satirisch weekblad, maar wel in een solide Franse traditie van antiklerikale en republikeinse, soms anarchistische ernst. De bonte groep van enkele tientallen tekenaars en (onderzoeks-)journalisten delen één geloof: in de vrijheid van meningsuiting, die zij zien als een absoluut recht. Tégen de macht en zonder gêne, óók als het gaat om godsdienst en maatschappelijke taboes. Op de voorpagina stond elke week het motto: ‘een onverantwoordelijke krant’. Charlie Hebdo staat daarmee in een eeuwenlange traditie van Franse republikeinse actiesatire. Het blad zelf werd in 1967 opgericht als wekelijkse uitgave van een collectief dat al een intussen legendarisch en vergaan satirisch maandblad uitbracht: Hara Kiri.

Vanaf 2006 is islam een geliefd doelwit

Charlie Hebdo ging in de jaren zeventig ter ziele, maar werd in 1992 heropgericht, deels door dezelfde tekenaars. Onder aanvoering van de filosoof en radicaal antiklerikale opiniemaker Philippe Val bereikte het blad op zijn hoogtepunt meer dan 180.000 lezers per week.

Intussen is de oplage flink gedaald, tot onder de 50.000 exemplaren, maar de geest is intact. De tientallen medewerkers van Charlie Hebdo hebben een pesthekel aan godsdienstige en andere ideologen die in hun ogen taboes en censuur willen. Ook ‘softe’ zelfcensuur, uit angst om te kwetsen, wijst Charlie Hebdo fel af.

De islam werd vooral een geliefd doelwit van spot sinds de Deense cartoonist Kurt Westergaard in 2006 in levensgevaar kwam door cartoons over Mohammed met een kogel in een tulband. Charlie Hebdo drukte ze af, met een extra spotprent erbij van Cabu – een van de tekenaars die gisteren is doodgeschoten.

Niet gevoelig voor kritiek

Sindsdien zijn er bijna elk jaar wel affaires geweest omtrent Charlie Hebdo en de islam, en werd af en aan beveiliging normaal voor de krant. Tegen de Franse zender RTL zei Charb in 2012, na een nummer met een naakte Mohammed: „Als je begint met het stellen van de vraag of je Mohammed mag tekenen, is de volgende vraag: kun je wel moslims in de krant zetten? En daarna: kun je eigenlijk nog wel ménsen in de krant zetten?”

Die radicale benadering leverde Charlie Hebdo ook politieke steun op. Hoewel de makers eerder links waren, vielen de rechtse president Nicolas Sarkozy en ook de extreemrechtse leider Marine Le Pen het tijdschrift in verschillende affaires bij. Maar er was ook kritiek. In 2012 noemde premier Ayrault de confronterende lijn van de krant „niet verstandig”.

Bij Charlie Hebdo waren ze niet gevoelig voor dergelijke kritiek. Hun satire zien ze als principieel onschuldig. „Met een stift in de hand denk je niet: hé, daarmee kan ik kelen doorsnijden”, zei Charb in een interview. Hij en collega’s bleven trouw aan hun motto: wij zijn niet verantwoordelijk voor geweld dat anderen plegen, wij hebben gewoon het recht om te lachen.