Aanslagen middel om moslims te rekruteren

Bestrijden van radicalisering is zinloos als integratie faalt.

De koelbloedigheid van de daders in Parijs herinnert België aan de aanslag op het Joods Museum in Brussel in mei vorig jaar. Met een honkbalpet als enige camouflage liep op klaarlichte dag de 29-jarige Franse IS-strijder Mehdi Nemmouche de hal van het museum in en schoot er vier medewerkers dood. Vijf dagen later werd hij nabij Marseille gearresteerd.

„Defensie moet ons komen helpen”, vond de Antwerpse burgemeester Bart De Wever destijds. Zijn verzoek werd niet ingewilligd.

Nu vraagt De Wever, leider van de grootste partij (N-VA), opnieuw om extra waakzaamheid: „In dit land nemen wij veiligheid te licht op. Het leger moet desnoods worden ingezet. Moslimradicalisme mag niet langer worden geminimaliseerd, we moeten stelling nemen tegen mensen die onze waarden verwerpen.”

In België bestaat grote zorg over de naar schatting 320 Syriëgangers. In sommige steden zijn deradicaliseringsteams actief om Syriëgangers die terugkeren te observeren.

„Maar dat heeft allemaal weinig zin zolang ons integratiebeleid op alle fronten faalt,” aldus jihadexpert Montasser AlDe’emeh, werkzaam aan de Universiteit Antwerpen.

Veel jonge moslims in West-Europa zijn volgens hem in een isolement terechtgekomen, „Ze willen hun geloof honderd procent serieus nemen, maar daar is hier geen ruimte voor”, zei AlDe’emeh onlangs tegenover deze krant.

In Nieuwsuur sprak hij gisteren zijn zorg uit dat de aanslag op Charlie Hebdo opnieuw bewijst dat „de oorlog zich verplaatst naar Europa.” Volgens hem hebben aanslagen als in Brussel en Parijs ook een rekruteringsdoel.

„Het moet zorgen voor nog meer polarisatie in onze samenlevingen, zodat moslims in West-Europa nog meer in de verdrukking raken en zich vervolgens uit frustratie aansluiten bij IS-strijders.”

Loos alarm in Spanje

In de uren na de aanslag in Parijs ontstond er gisteren in Madrid op de redacties van verschillende media even onrust nadat er verdachte pakketjes waren binnengekomen. Het hoofdkantoor van het Spaanse mediaconcern Prisa werd ontruimd. Redacties, waaronder die van El País en AS, moesten hun werk tijdelijk stilleggen. Het bleek loos alarm te zijn.

De Franse terreurdaad herinnert Spanje aan de aanslagen op vier forensentreinen bij Madrid op 11 maart 2004, waarbij 191 doden vielen. Dat gebeurde drie dagen voor de verkiezingen. De regering van premier José María Aznar (Partido Popular) probeerde ETA-terroristen de schuld in de schoenen te schuiven, om te voorkomen dat de aanslagen als vergelding zouden worden gezien voor de Spaanse deelname aan de oorlog in Irak.

Die theorie bleek ongeloofwaardig. De socialist Zapatero werd premier in plaats van de conservatieve Rajoy. In 2011 werd Rajoy alsnog de minister-president van Spanje.

Hij veroordeelde gistermiddag direct via Twitter de terroristische aanslag in Parijs en betuigde zijn medeleven met het Franse volk. „España con Francia”, zo schreef Rajoy op zijn twitter-account.