Wilhelmina probeerde de oorlog te voorkomen

Eindelijk: over de christelijke schoenwinkeliers is nu alles publiek. Het Nationaal Archief gaf gisteren nog veel meer prijs.

Wilhelmina bezoekt Leopold III in België, 1939
Wilhelmina bezoekt Leopold III in België, 1939 Foto HH

In het oorlogsjaar 1939 deden koningin Wilhelmina van Nederland en koning Leopold van België gezamenlijk een ultieme poging om de vrede in Europa te bewaren. In persoonlijke gesprekken en briefwisselingen mobiliseerden zij de ‘kleine landen’ van Europa om de grote mogendheden af te houden van de „algehele vernietiging van onze beschaving”.

Dit persoonlijke en eigenzinnige vredesinitiatief van de vorsten die elkaar aanspreken met cousin en cousine, is een van de talloze historische gebeurtenissen die sinds gisteren voor iedereen zijn terug te lezen in het Nationaal Archief in Den Haag. Daar was het namelijk openbaarheidsdag.

Elk jaar geeft het Nationaal Archief op de eerste dinsdag van januari weer honderden meters archivalia aan de openbaarheid prijs. De stukken worden op grond van bepalingen uit de Archiefwet vrijgegeven, waar ze tot nog toe om verschillende redenen – staatsveiligheid, privacy van de betrokkenen – achter slot en grendel werden gehouden. Voor de verschillende categorieën gelden verschillende termijnen. Gisteren vielen stukken vrij uit de jaren 1939, 1964 en 1989. Tot dusver waren ze alleen in te zien door onderzoekers die met een beredeneerd verzoek inzage konden krijgen, zoals Cees Fasseur voor zijn Wilhelmina-biografie. Nu kan elke Nederlander ze bekijken in de studiezaal van het Nationaal Archief.

Zo zaten gisteren tientallen mensen in de studiezaal voorovergebogen over notulen, kattebelletjes, rapporten en kaarten. Het waren vooral journalistieke amateurgoudzoekers; historisch onderzoek in één dag.

Veel belangstelling was er voor de vergaderingen van de ministerraad in 1989, het jaar van de Duitse eenwording. Dus konden we lezen dat minister Hans van den Broek (CDA) van Buitenlandse zaken een week na de val van de muur in het kersverse kabinet-Lubbers/Kok de verwachting uitsprak dat het wel niet zo snel van een Duitse hereniging zou komen. Een jaar later was deze een feit.

Er lagen vergeten briefjes over een ruzie tussen de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken anno 1964 over de vraag of Nederland van het Amerikaanse leger een nieuwe soort munitie moest kopen, niet-nucleair, maar „hoogst explosief”. Alle stukken van de Christelijke Bond van Schoenwinkeliers in Nederland zijn nu ook openbaar. Er lag een handvol verslagen van de recherche in toenmalig Nederlands-Indië, die onderzoek deed naar mogelijk anti-Nederlandse groeperingen in de kolonie. Ze somde reeksen subversief geachte publicaties op, met titels als Democratie is dictatuur en loopt uit op burgeroorlog (een pamflet van de NSB), Het Drama Colijn, De schaduw der Indische dierenbescherming en de brochure Sexueele nood en fascisme van de anarchist Anton Constandse, later chef buitenland van het Algemeen Handelsblad.

Het aardige van de stukken die tussen Leopold en Wilhelmina, en af en toe minister-president Colijn, over en weer gaan, is dat ze een afgerond verhaal vertellen, zoals je ze niet vaak in de archieven terugvindt. Je ziet de geboorte van het idee, tijdens een treinreisje tussen Luik en Brussel. Je ziet de karakteristieke opvattingen van Wilhelmina over wie dit initiatief zou moeten vlottrekken: een „jongere particuliere kracht”, want „het ambtenarencorps is, al zijn er uitzonderingen, uiteraard te bureaucratisch ingesteld om in deze te kunnen medewerken en mijn ministers zijn te veel met hun departementale werk vervuld om zich er zoo geheel los van te kunnen maken als dit geval noodig zou zijn”.

Je ziet de inbreng van Leopold, die het een prachtidee vindt en meteen voorstelt om de autoritaire Portugese premier Salazar erbij te betrekken. En ten slotte is er de conferentie waar de Petites Puissances zich gezamenlijk tegen oorlog uitspreken. Die is in Oslo, op 23 augustus 1939. Een week voor het uitbreken van de oorlog.