Wie weet wat hij nog had bedacht

De Britse wiskundige Alan Turing was excentriek, geniaal en onhandig. Zijn werk bekortte de Tweede Wereldoorlog vermoedelijk met twee jaar.

Foto Getty Images

‘Het is maar goed dat de autoriteiten tijdens de oorlog niet wisten dat Turing homoseksueel was, want dan hadden ze hem ontslagen en zouden wij de oorlog verloren hebben.” Dat schreef Jack Goode die in die oorlogsjaren samen met de Britse wiskundige Alan Turing (1912-1954) op het fameuze Bletchley Park ten noordwesten van Londen had gewerkt.

In het diepste geheim had de excentrieke, onhandige en geniale Turing daar met collega’s de geheime Duitse Enigmacodes gekraakt. Met zijn ontcijfermachine ‘The Bombe’ konden de Britten maandelijks tienduizenden Duitse berichten ontcijferen. Het verkortte de Tweede Wereldoorlog met minstens twee jaar en bepaalde (mede) de uitkomst ervan, denken historici.

Daar wist het grote publiek destijds niets van. De Official Secrets Act legde de codekrakers tot decennia na de oorlog geheimhouding op. Alleen onder wetenschappers was Turing bekend.

Wegens de beroemde Turingmachine bijvoorbeeld, die hij al in 1936 had bedacht. Het denkbeeldige apparaat las één voor één een reeks symbolen van een oneindig lange, in vakjes verdeelde strook papier. En bij elke stap voerde het – volgens instructies in een tabel – daarna een handeling uit: het wiste het symbool of schreef het over, en verschoof de strook dan een plek naar voren of naar achteren.

De jonge geleerde aan King’s College in Londen wilde zo antwoord geven op een diepe wiskundige vraag: is elke wiskundige stelling in een eindig aantal stappen te bewijzen of weerleggen? Maar door zijn antwoord (overigens: nee) in deze vorm te gieten, schetste Turing in één klap ook een computer met een geheugen (de machine met de papierstrook) die met algoritmes (de regels in de tabel) allerlei informatie kan verwerken (het huidige vakgebied van de informatica).

Even baanbrekend was zijn naoorlogse werk. „Ik stel voor de vraag in overweging te nemen: Kunnen machines denken?”, zo begon Turing in 1950 het artikel over zijn befaamde Turingtest. In praktischer termen: stel dat een ondervrager schriftelijk vragen mag stellen aan A (die vanuit een afgesloten kamer schriftelijk antwoord geeft) en aan B (idem.) Stel verder dat A een mens is, en B een computer die doet alsof hij mens is. Zal dan een computer ooit de ondervrager kunnen foppen en voor mens kunnen doorgaan? Turings overwegingen daarbij legden de grondslag voor de ideeën over machine-intelligentie.

Wie weet hoeveel meer hij bedacht zou hebben als niet een onnozele inbraak in zijn huis hem de das had omgedaan. Toen hij begin 1952 bij de politie aangifte deed, verhulde Turing nog zijn relatie met Arnold Murray, die de mogelijke inbreker kende. Maar bij een tweede gesprek moest hij bekennen dat de 19-jarige Murray zijn partner was – in het Verenigd Koninkrijk was het onderhouden van homoseksuele relaties strafbaar tot in 1967. Zo werd Turing zelf vervolgd en na een slopend proces veroordeeld tot een hormoonbehandeling. In 1954 pleegde hij zelfmoord.