Wat schrijft de Volkskrant over onze krant?

Vandaag staat in de Volkskrant een lang verhaal over nrc.next. We drukken dat stuk hier integraal af, zodat onze lezers niet naar de Volkskrant of naar Blendle hoeven om te weten wat er over hun krant wordt geschreven.

In het glazen NRC-gebouw aan het Amsterdamse Rokin vouwt de redactiechef van nrc.next zijn handen achter zijn hoofd. Het gesprek over verleden, heden en toekomst van zijn krant is afgelopen, maar het opname-apparaat staat nog aan. ‘Nu heb ik een verzoek aan jullie’, zegt Hans Nijenhuis (52), ietwat glunderend. ‘Wij willen dat artikel van jullie ook wel publiceren. Twee Volkskrant-redacteuren schrijven een verhaal over nrc.next. Dat stuk komt op een gegeven moment in de Volkskrant en dan praten mensen erover. Stel, ik ben next-abonnee. Dan heb ik dat stuk niet. Hoe zit dat? Jullie stellen vragen die onze lezers ook hebben. Als ik ze zelf ga beantwoorden zeggen ze: ja dáág, zoek het even uit. Als jullie het doen, is het veel spannender.’

Die vragen gaan over de almaar dalende oplage van de ochtendkrant die in 2006 zo’n vliegende start maakte. Op het hoogtepunt had nrc.next een betaalde papieren oplage van ruim 75 duizend (2011). Inmiddels is daar nog maar de helft van over, blijkt uit de HOI-cijfers die dinsdag zijn bekendgemaakt. Appels met peren, vindt Nijenhuis. Hij wijst naar de digitale abonnementen, ‘waarmee de totale oplage op 52 duizend komt. Een digitale abonnee betaalt ook.’

De oplagen van alle dagbladen zakken weliswaar, maar bij next gaat het harder. De vrije val is zo groot dat je je kunt afvragen: hoe lang ploft de krant nog op de mat? De kwestie is des te prangender door een uitspraak die Gert Ysebaert, directeur van het Belgische Mediahuis, begin december deed in de Vlaamse krant De Standaard. Bij de overname van NRC door het Mediahuis zei hij dat ‘de druk op nrc.next’ als eerste aandacht krijgt.

Het gaat slecht met nrc.next. Hoe zit dat?

Als next een vraag aan de orde stelt, gaat het vaak zo: ‘Hoe zit dat?’ Bijvoorbeeld in de rubriek next.checkt, die stellige beweringen uit andere media aan een leugentest onderwerpt. Uit de krant van dinsdag: een op de drie bedelaars in Melbourne is een backpacker. ‘Waar, grotendeels waar, grotendeels onwaar of onwaar?’

Ook vintage nrc.next: het woord duiding, veel beeld, een draai aan de actualiteit en persoonlijke koppen (‘Op naar Polen, waar je klassieke bak nog wél welkom is’). Uitleggerige kaders, voorpagina’s die het nieuws van de dag negeren en het zogenoemde ‘Ikterview’, waarin bekende mensen een vraaggesprek met zichzelf voeren. Of het idee dus van Nijenhuis om een Volkskrant-verhaal over de verontrustende oplagecijfers van nrc.next op dezelfde dag integraal in zijn krant te publiceren.

Wie het verhaal van nrc.next wil leren kennen, komt al snel uit bij Hans Nijenhuis. Hij is in 2005 één van de bedenkers en oprichters van de krant waarover hij vanaf het begin redactionele leiding heeft. Er is nog een sleutelfiguur in de geschiedenis van next: Rob Wijnberg. Over hem later meer.

Nijenhuis is een oudgediende binnen NRC. Hij werkt er sinds 1987 in allerlei functies, van politiek verslaggever tot directeur-uitgever. Maar vraag hem of hij een ‘next-man’ of een ‘NRC-man’ is en hij hoeft geen seconde na te denken: ‘Ik ben een echte next-man. Ik was al een next-man voordat nrc.next bestond, bij wijze van spreken.’

Zei hij bijvoorbeeld als chef buitenland tegen redacteuren: ‘Maken jullie gewoon een stuk, dan zorg ik dat de lezer het gaat lezen. Ik maak een kop en intro waarvan de lezer weet: deze vraag gaan ze beantwoorden.’

Het is duidelijk dat hij de eerste redactiechef moet worden als nrc.next in 2006 wordt opgericht. De geloofsbelijdenis van de nieuwe krant, omschreven door toenmalig hoofdredacteur Folkert Jensma: ‘Nrc.next is bestemd voor de nieuwe generatie geïnteresseerde mediagebruikers, die anders omgaat met nieuws en informatie.’

Een groep ‘nieuwe nieuwsconsumenten’, twintigers, dertigers, ‘veelal hoogopgeleid, kritisch en selectief’ – de gemiddelde leeftijd van de lezers zal uiteindelijk begin veertig worden. Mensen die via internet en gratis kranten weten wat er gaande is en geen betaalde krant meer lezen. Maar ook lezers die NRC Handelsblad te zwaarlijvig vinden. Als de krant een grijze meneer met een pijp in zijn mondhoek is, dan is nrc.next een jongeman met een baardje en een ronde Ace & Tate-bril.

De stukken slankere nrc.next kost de eerste twee maanden 50 cent, daarna 1 euro in de losse verkoop en moet vijf dagen per week contextbieder zijn, geen nieuwsbrenger. Er staan bewerkte stukken in uit NRC Handelsblad, aangevuld met eigen verhalen.

Bij nrc.next komen 24 redacteuren werken, jong en niet allemaal even ervaren. Maar wel, zo pronkt Nijenhuis in een artikel in Trouw, met een ‘opmerkelijke achtergrond’ en ‘soms ook een ander wereldbeeld’. Bij hun aantreden moeten ze op stoelen klimmen, om zich te laten bewonderen door de Handelsblad-redacteuren.

Talent is een paradepaard van Nijenhuis, die in zijn biografie op Twitter ‘geïnteresseerd in kranten, boeken, talent en o ja: hardlopen’ heeft staan. Hij doet het graag, jonge mensen aannemen. Types met bijzondere expertise die hem verpletteren tijdens een sollicitatiegesprek, die hij direct ‘echt heel goed’ vindt. In het beste geval denkt hij: die is beter dan ik. ‘Dat had ik bijvoorbeeld met Rob.’

Rob Wijnberg is een van de talenten die in 2006 door Nijenhuis wordt aangenomen. Toch heeft hij het moeilijk in dat eerste jaar. Hij werkt op de binnenlandredactie, waar hij nieuws moet verzamelen. Het blijkt een lastige opdracht voor een jongen die al op zijn 19de een column in De Telegraaf had en filosofie studeert. Wijnberg is geen klassieke nieuwsjournalist.

Na een gesprek met Nijenhuis krijgt hij een laatste kans als redacteur van de opinieredactie. Daar mag hij doen waar hij goed in is: filosofische stukken en columns schrijven over mens, maatschappij en media. De jonge columnist groeit uit tot een van de bekendste gezichten van de krant.

In 2009 wordt hij in de wandelgangen aangeschoten door Nijenhuis, in diens veeltakkige NRC-carrière inmiddels uitgever van NRC Media. ‘Is het geen goed idee als jij hoofdredacteur van next wordt?’, polst die. Wijnberg, nu: ‘Dat vond ik een belachelijk idee.’

Hij denkt aanvankelijk dat zijn voormalige chef een grapje maakt. Hij is pas 27 en ja, hij hééft wel ideeën over nieuws en wat een krant anno nu kan zijn, maar het is wat anders ze als manager in praktijk te brengen. Hij houdt het op een ‘nee’ – tot hij merkt dat andere redacteuren hem graag als hoofdredacteur willen. Het luidt het begin van het tijdperk-Wijnberg in, dat slechts tweeënhalf jaar zal duren.

Eigenlijk voelt Wijnberg (nu 32) weinig voor een interview over nrc.next. Kort gezegd: hoelang wordt hij nog aangesproken op de krant die hij twee jaar geleden op vervelende wijze moest verlaten? Maar hé, hij is ook journalistiek genoeg om te weten dat het gek zou zijn te ontbreken in een profiel van de krant.

En dus spreken we af in een stadscafé in Amsterdam, een paar honderd meter van de redactie van De Correspondent, het online medium – eigenhandig gedoopt tot ‘medicijn tegen de waan van de dag’ – dat Wijnberg ruim een jaar geleden oprichtte. De ideeën die ten grondslag liggen aan dat initiatief, een andere blik op journalistiek, de auteur centraal en interactie met de lezer, heeft hij in zijn periode bij next ontwikkeld.

In zijn jaren als hoofdredacteur maakt hij de krant al snel eigenzinniger. ‘Voor mijn tijd werd nrc.next gemaakt als snelle, hippe krant voor mensen die wel NRC willen lezen maar nog niet met pensioen zijn. Ik heb er meer journalistiek idealisme in proberen te brengen. Wij maakten next in de veronderstelling dat er meer over de wereld te vertellen is dan media normaliter doen.’

Het is niet alleen zijn verdienste benadrukt hij, maar: ‘De redacteuren bloeiden ervan op, het voelde als een missie. Ze voelden zich meer verbonden en waren – oneerbiedig gezegd – veel minder vakkenvullers.’

Nieuws verdwijnt meer en meer naar de achtergrond. Op een dag besluit de redactie een krant te maken met daarin het ‘nieuws’ van het jaar 0. Op Prinsjesdag 2012 staat niet de troon of de koets op de voorpagina, maar een Australische asielzoeker.

Een anekdote uit huiselijke kring is tekenend voor die radicale koers van next. Bij het ontbijt pakt de vrouw van Hans Nijenhuis niet langer eerst de krant die haar man mede heeft opgericht, maar de Volkskrant. ‘Ja’, is haar antwoord op de vragende blik aan de overkant van de ontbijttafel, ‘ik wil toch weten wat er in de wereld gebeurt?’

Aan de ontbijttafel van het gezin ­Nijenhuis mag de krant steeds minder in de smaak vallen; het zijn wel de hoogtijdagen van nrc.next. De oplage groeit in 2011 naar ruim 75 duizend – een hoog aantal voor een nieuw journalistiek initiatief in een tijd dat papier steeds meer terrein verliest.

Het succes laat zich niet alleen aflezen aan de oplage, maar blijkt ook uit de invloed op andere kranten. Vanaf de bureaus van de hoofdredacties wordt met een schuin oog gekeken naar de opvallende voorpagina’s, optimistische toon, de humor in presentatie en vernieuwende journalistieke vertelvormen. Ze leren van de jonge concurrent.

‘Als ik terugkijk op de eerste jaren zijn we één ding vergeten’, zegt Nijenhuis. ‘Innoveren. De andere dagbladen zijn opgeschoven naar next. We zijn geleidelijk minder onderscheidend geworden.’

Er is nog een fout gemaakt, zegt Nijenhuis. ‘Rob is wel hoofdredacteur genoemd, maar we hebben hem niet de zakelijke verantwoordelijkheden gegeven die daarbij komen kijken: de oplage en advertenties in de gaten houden, vergaderingen met de uitgever. Daar gaat het over harde cijfers, waar gaat het geld heen? Rob had daar ook minder interesse in.’

Het is NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch (53) die zich als eerste grote zorgen begint te maken. Na de ‘Friso-affaire’ (waarbij NRC Handelsblad een dag na het skiongeluk van prins Friso in 2012 een speculatief voorpagina-artikel plaatst, red.) bezoekt hij de lezersservice om te horen welke klachten binnenkomen. ‘Friso is helemaal niet het probleem’, zeggen ze hem daar, ‘er zijn veel meer lezers die next opzeggen.’ De krant zou te weinig actueel zijn, te weinig nieuws bevatten.

Althans, dat is de lezing van Nijenhuis. Wijnberg ziet het zo: ‘Als je drie uur bij de lezersservice gaat zitten, lijkt me niet dat je een representatieve indruk krijgt. Natuurlijk zijn er mensen voor wie de krant niet aan de verwachtingen voldoet. Wat belangrijker is: voelen de abonnees zich met het medium verbonden? Is de krant voor hen een inwisselbaar product dat ze eens in de zoveel tijd nemen en weer opzeggen, of willen ze bij de club horen?’ Er was een permanent debat over de vraag of next actueler of eigenzinniger moest zijn, zegt Wijnberg. ‘Ik had nooit het idee dat het echt een splijtzwam was.’

Begin 2012 – de periode waarin Vandermeersch de lezersservice bezoekt – daalt de oplage wel met enkele duizenden, maar deze duikt echt naar beneden na het vertrek van Wijnberg, aan het einde van dat jaar.

Er speelt in 2012 iets anders, denkt Wijnberg met de kennis van nu. ‘Vandermeersch wilde de concurrentie aangaan met de Volkskrant. Er komen geen nieuwe krantenlezers meer bij, was de gedachte, dus dan moet je inzetten op abonnees van andere kranten. Zijn grote ambitie was om met NRC Handelsblad naar de ochtend te gaan, maar dat kon niet, door contracten met de drukkerijen.’

Marketingdeskundige Paul Disco, oud-directeur van De Groene Amsterdammer, onderschrijft die lezing. ‘Toen de ochtendkrant niet lukte, besloot Vandermeersch dat nrc.next maar meer op de Volkskrant moest gaan lijken.’

Next moet veranderen en snel een beetje, is de boodschap van hoofdredacteur Vandermeersch in de zomer van 2012. Wijnberg voert wat veranderingen door, brengt iets meer actualiteit op de eerste pagina’s. Het blijkt niet genoeg als hij in het najaar de kamer van Vandermeersch binnenkomt voor wat in de agenda staat als een ‘strategisch overleg’. Wijnberg: ‘Hij legde uit wat allemaal moest veranderen. ‘Stel dat we dat allemaal aanpassen’, vroeg ik toen, meer hypothetisch, ‘wil je dan wel dat ik het doe?’’

Het antwoord van Vandermeersch, kort en duidelijk: ‘Nee.’

Wijnberg is met stomheid geslagen, Nijenhuis – inmiddels onderdeel van de hoofdredactie – zit er stilletjes bij. ‘Ik denk dat het hem ook overviel’, zegt Wijnberg over de man die hem ooit als groot talent naar voren schoof. ‘Hij was het er niet mee eens, vermoed ik. Maar ja, Vandermeersch besloot dat ik moest vertrekken en hij is de baas.’

Zelf noemt Nijenhuis het vertrek van Wijnberg ‘een bedrijfsongeval’. ‘Hij is een talentvolle, goede gast. En hij werkt niet meer bij NRC. Dat vind ik jammer.’

Wijnberg: ‘Vandermeersch bemoeide zich eerder nauwelijks met next. Ik had die vrijheid altijd geïnterpreteerd als vertrouwen. Achteraf zou je ook kunnen zeggen: het was totale desinteresse in nrc.next. Alsof hij plots had bedacht: o ja, ik heb nog een krant. Hij is twee keer op de redactie geweest: bij mijn aanstelling en ontslag. Sterker: na bekendmaking van mijn ontslag vroegen de boze next-redacteuren of hij wilde langskomen, maar zij moesten uiteindelijk naar hem toe komen.’

Nijenhuis nuanceert dat. ‘Peter Vandermeersch had elke week overleg met de leiding van next, nog los van die keren dat hij en Rob elkaar gewoon spraken op de gang, bij de koffieautomaat of aan de bar.’

NRC probeert Wijnberg nog wel te behouden als columnist. Ook krijgt hij de kans zijn ideeën voor wat uiteindelijk De Correspondent zal worden onder de hoede van NRC uit te voeren. Hij weigert. ‘Dank je de koekoek’, dacht ik. ‘Het eerst uitmaken en dan zeggen dat je me mist.’ Hij wil zelf iets oprichten. ‘Ik had geen zin meer in de politiek binnen een bedrijf.’

Na het vertrek van Wijnberg voelt de redactie zich verweesd. Wat wil NRC nou eigenlijk van ons, vragen de journalisten zich af. Moeten ze vanaf nu een krant maken die ‘van gisteren is’, een krant vol nieuws, of mogen ze hun alternatieve visie op journalistiek blijven geven? Het is een dilemma waar de krant misschien nog steeds mee lijkt te worstelen.

De redactie had geen idee meer hoe next eigenlijk is begonnen, wat het oorspronkelijke idee was, zegt Nijenhuis over de eerste post-Wijnberg-periode. ‘De spirit was weg. Opeens leek het alsof de krant de uitvinding was van Rob Wijnberg.’

Nijenhuis legt ze in een toespraak nog eens uit wat de krant volgens hem moet zijn: elke dag antwoord op de vragen: wat speelt er, waar kan ik over denken en wat kan ik eraan doen? Een next-redacteur kan zich elke ochtend afvragen: heb ik de lezer geholpen de wereld te begrijpen op een manier die hem tijd bespaart en inspireert?’

Hij krijgt de opdracht nrc.next erbovenop te helpen, opnieuw als redactiechef. Begin 2013 geeft hij de krant een nieuwe indeling: Weten, Denken en Doen. Later in dat jaar komt er een zaterdagkrant, Offline. Zonder lifestyle, met longreads en elke week een kort literair verhaal. De (papieren) oplage daarvan is licht gestegen naar ruim 8 duizend, blijkt dinsdag uit de HOI-cijfers.

Tóch blijft de oplage als geheel dalen. Nijenhuis: ‘In elk geval kunnen we niet meer zeggen dat de krant te filosofisch is of dat we te vaak de kleur geel gebruiken.’ Wat betekent het wel? Volgens Nijenhuis is de vrije val het resultaat van het feit dat nieuwe generaties geen kranten meer lezen. ‘Dat bereikt next het eerst omdat ons lezerspubliek het jongst is.’

Berichten over een aanstaande dood zijn voorbarig, wil hij graag benadrukken. Volgens hem draagt next 2 miljoen euro bij aan de winst van NRC Media – een getal dat niet te controleren is omdat de kosten en omzet van NRC Handelsblad en nrc.next niet zijn uitgesplitst. Maar, zegt hij, het behoud van next is voor hem ook een missie. ‘Elke keer als ik in de trein zit en ik zie mensen nrc.next lezen, denk ik: wij brengen de wereld een beetje in hun hoofd. Dat wil ik niet stoppen.’

Dus gaat hij in de zomer van 2014 op bezoek bij lezers, ex-lezers en niet-lezers. Wat hij bij hen thuis ziet is ‘interessant’, zegt Nijenhuis, te beginnen bij stapels ongelezen krantenpapier. ‘De generatie over wie we het nu hebben, begint de dag met de telefoon onder hun kussen, niet met een kopje koffie en de krant.’ De huidige generatie steekt zijn middelvinger naar de redactiechef op, zegt hij. ‘Ze zijn niet bezig met nieuws van vandaag of gisteren, want dat nieuws komt toch wel naar ze toe. De krant moet relevant zijn. De houding is: als het voor mij persoonlijk relevant is, dan vindt het mij wel. Daarom experimenteert next nu met animaties en filmpjes die je in je Facebook-timeline kunt delen.’

Nijenhuis klapt zijn laptop open om een marketingvideo te laten zien, een spotje dat een abonnement op nrc.next in combinatie met een iPhone 6 moet verkopen. ‘Alsof papier nooit heeft bestaan’, is de leus. Volgens hem zal de oplage dit jaar een klein beetje stijgen door de iPhone-actie. Want dat is hoe het werkt: ‘Als je je krant op straat laat verkopen, stijg je weer. We moeten de rol van de redactie niet overschatten.’

Die campagnes dragen later vaak bij aan een daling: mensen nemen geen abonnement voor de krant, maar voor de iPhone of iPad. De neergang bij nrc.next wordt nu mede veroorzaakt door aflopende iPad-abonnementen van eind 2011.

Symptoombestrijding, zegt Wijnberg over de koppeling aan elektronica. Hij benadrukt de veranderingen bij nrc.next alleen met een schuin oog te hebben gevolgd – te druk met De Correspondent. Maar: ‘Kranten zien innoveren als aanpassen: we doen dit nu op papier, als we het ook nog doen op de iPhone 6 is het goed. Dat is een oppervlakkige gedachte, er is sprake van een veel fundamentelere verandering van de relatie met de lezer.’

Volgens hem is de vraag: ‘Hoe wil je een generatie die op geen enkele manier aan de krant te krijgen is er tóch bij betrekken?’ Het antwoord, typisch Wijnberg: ‘Door echt te communiceren met je publiek, ze een bijdrage te laten leveren, te laten meedenken, gebruik te maken van hun expertise. Lezers willen ergens bijhoren, er een soort moreel gevoel bij hebben. Journalistiek is niet langer eenrichtingsverkeer, maar tweerichtingsverkeer.’

Het is tekenend voor de twee polen waartussen next zich de afgelopen jaren heeft bewogen: idealisme versus commercieel succes, de trotse vreemde eend in een niche van het krantenland versus een meer doorsneekrant, voor een bredere doelgroep.

‘Onder Wijnberg was er in elk geval een duidelijk verhaal’, zegt Paul Disco. ‘Ik geef les aan duizend eerstejaars studenten media en communicatie. Als je hun vroeger vroeg: wie leest er nog een krant, dan noemden ze nrc.next. Ze kenden Rob Wijnberg. Als ik die vraag nu stel, gaan slechts enkele handen omhoog.’

Hoe lang kan de krant nog blijven bestaan, klinkt het in de printbranche. Disco: ‘De kritieke grens om een drukpers te laten draaien is een oplage van ongeveer 20 duizend , mitsen en maren voorbehouden. De digitale abonnementen op next compenseren de neergang nauwelijks. Als de oplage in dit tempo blijft dalen, zal het me niet verbazen dat de abonnees van next binnenkort een abonnement op NRC Handelsblad krijgen aangeboden.’