Voor niemand bang. Een kort profiel van Charlie Hebdo

Vandaag vielen bewapende mannen het kantoor van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs aan. Ten minste 12 mensen zijn daarbij om het leven gekomen. Maar wat is Charlie Hebdo precies voor een blad? Een kort profiel.

Een speciale editie van Charlie Hebdo uit 2013.
Een speciale editie van Charlie Hebdo uit 2013. Foto EPA/ Yoan Valat

Het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo is voor niemand bang. In zijn teksten en cartoons (er staan nooit foto’s in het blad) neemt het alles en iedereen op de hak. Het kreeg zijn huidige naam in 1970, toen de Franse regering zijn voorganger, getiteld Hari-Kiri, dreigde te verbieden. Zo’n verbod kwam niet voor het eerst. Ook in 1960 en in 1966 werd Hari-Kiri korte tijd verboden.

Onder de nieuwe naam Charlie Hebdo, vernoemd naar het Amerikaanse stripfiguurtje Charlie Brown, hield het tijdschrift tot 1981 stand. Dat kwam onder andere omdat Charlie Hebdo principieel weigerde advertenties te plaatsen, waardoor het geheel gefinancierd werd uit abonnementen en losse verkoop. Door een dalende oplage ginge het blad ter ziele.

In juli 1992 begon Charlie Hebdo aan een tweede leven, deels met dezelfde redacteuren – die elders waren ontslagen. Het eerste nummer werd in een oplage van 100.000 exemplaren verkocht. Tot de tekenaars behoren ook de Nederlander Bernard Willem Holtrop (‘Willem’) en de Belg Kamagurka.

Bijtend, cynisch

De aard van het blad is na de heroprichting niet veranderd: bijtende humor, een cynische toon, over het algemeen uitgesproken links, en in de afgelopen jaren zeker ook zeer kritisch over de islam. Zo drukten zij in 2012 omstreden cartoons over de profeet Mohammed af. Vijf jaar eerder al daagden Franse moslimorganisaties Charlie Hebdo voor de rechter, omdat het blad de islam zou hebben beledigd. Het blad won de zaak.

Door zijn compromisloosheid heeft Charlie Hebdo veel vijanden. In een gesprek met NRC Handelsblad zei hoofdredacteur ‘Charb’ (pseudoniem van Stéphane Charbonnier) in 2012:

“Wij maken een blad waarin we de actualiteit becommentariëren. Als de moslimwereld in brand staat vanwege één of andere schijtfilm, is dat nieuws dat we niet kunnen negeren. We doen dit werk al meer dan twintig jaar, we kunnen onszelf niet verloochenen. Onze lezers zouden dat ook niet pikken.”

Redactiechef Riss (pseudoniem van Laurent Sourisseau) voegde daar aan toe over het moment waarop ze cartoons van de profeet Mohammed hadden afgedrukt:

“Als je het mij vraagt is het steeds minder het moment. Steeds vaker krijgen radicalen hun zin.”