Universiteit meer dan productiehuis

Hervorm personeelsbeleid, financiering en inspraak, betogen 17 onderwijsclubs.

Universiteiten en andere publiek gefinancierde wetenschapsinstellingen werden de afgelopen tien jaar overspoeld door kritische analyses. Hun structurele problemen zijn uitvoerig en grondig gedocumenteerd (zie de sites van de ondertekenende organisaties).

Tot nog toe heeft dat niet tot fundamentele veranderingen geleid, al trad op een enkel punt verbetering op (bijvoorbeeld het schrappen van het productiviteitscriterium in het nieuwe protocol voor de evaluatie van onderzoek; een voorgestelde lichte vermindering van de promotiebonus). Het is dan ook hoog tijd dat deze problemen echt opgelost worden door de daartoe bevoegde instanties: primair het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Tweede Kamer en de universiteiten verenigd in de VSNU; daarnaast ook flankerende organisaties voor het wetenschapsbeleid, zoals KNAW en NWO.

Ondergetekenden verzoeken deze instanties dringend de problemen daadwerkelijk en voortvarend aan te pakken, te beginnen met de volgende drie maatregelen:

1 Van 60 procent naar 80 procent vaste aanstellingen

Het terugbrengen van het percentage tijdelijke banen aan de universiteiten en academische kennisinstellingen naar het landelijk gemiddelde.

Toelichting. Sinds 1995 is het aandeel van de universitaire wetenschappers in tijdelijke dienst (exclusief promovendi) bijna verdubbeld tot ruim 40 procent, twee keer zo veel als het landelijk gemiddelde in andere sectoren. Een dergelijk groot verschil met andere beroepen kan niet gerechtvaardigd worden door de aard van het wetenschappelijke werk. Bovendien brengt deze stand van zaken grote nadelen met zich mee. De individuele wetenschappers leven langdurig in existentiële, professionele en maatschappelijke onzekerheid. Het onderwijs lijdt onder een gebrek aan continuïteit en een daarmee gepaard gaande afname van efficiëntie en kwaliteit. De universiteit als geheel ziet zich geconfronteerd met een onwenselijke, toenemende scheiding van onderwijs en onderzoek: één grote groep medewerkers werkt op tijdelijke contracten alleen aan onderzoek, terwijl een tweede grote groep eveneens op tijdelijke basis uitsluitend (vervangings)onderwijs verzorgt.

De flexibilisering aan de universiteiten is doorgeschoten; we roepen op om deze trend te keren. De recente Wetenschapsvisie 2025 erkent weliswaar het probleem van de onevenwichtige personeelsopbouw bij de universiteiten. Maar het blijft, vanuit deze visie, geheel onduidelijk hoe de uiterst scheve verhouding tussen tijdelijk en vast personeel verholpen kan worden.

2 Van outputfinanciering naar inhoudelijke beoordeling

Alle vormen van directe outputfinanciering dienen te worden afgebouwd, teneinde de wetenschap te vrijwaren van perverse prikkels. In plaats daarvan: inhoudelijke beoordelingen van de werkwijze en resultaten in onderwijs, onderzoek en bestuur door ter zake deskundigen.

3 Medezeggenschap: van gunst naar recht

Het uitbreiden van het huidige beperkte adviesrecht (dat zich vooral op rechtspositionele aspecten richt) naar een substantieel instemmingsrecht ten aanzien van centrale aspecten van de aard en organisatie van het dagelijks werk van medewerkers en studenten.

Toelichting. Bij outputfinanciering gaat het om procedures waarbij afdelingen, faculteiten of universiteiten een direct financieel belang hebben bij een steeds grotere en snellere productie van studiepunten, diploma’s, proefschriften en publicaties. Voorbeelden zijn de bonussen voor het aantal afgeronde promotiestudies en de financiële beloning van afdelingen of faculteiten op grond van het aantal behaalde studiepunten of diploma’s. Geregeld worden dergelijke getallen zelfs vooraf als targets in begrotingen vastgelegd.

Een afdeling of faculteit kan geen controle over deze getallen hebben, omdat ze mede afhankelijk zijn van de inzet en kwaliteit van studenten en promovendi. Maar op grond van de financiële belangenverstrengeling zal bij outputfinanciering oneigenlijke controle optreden door verlaging van de kwaliteitseisen. Om die reden wijzen alle ethische codes, zowel in de wetenschap als in andere beroepen, dergelijke vormen van belangenverstrengeling expliciet van de hand.

Een terugkeer naar inhoudelijke beoordelingen heeft het voordeel dat recht gedaan wordt aan belangrijke verschillen in werkwijze, resultaten en maatschappelijke waarde van de verschillende disciplines (zoals het belang van doceren en publiceren in het Nederlands voor geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen).