Opinie

Roken met een infuus aan een paal

Een goede vriend was op Nieuwjaarsdag uit de bocht gevlogen bij knooppunt Velperbroek en met spoed naar ziekenhuis Rijnstate in Arnhem gebracht. Wat hij precies mankeerde werd nog onderzocht, maar volgens zijn vrouw verveelde hij zich behoorlijk. Daar kwam ik in het spel, want ik was in de buurt.

Ik ging er met tegenzin naartoe.

Aan ziekenhuis Rijnstate had ik alleen maar slechte herinneringen.

Mijn moeder had er eens een paar weken gelegen na een open hartoperatie, mijn vader verloor er een nier en bij mijn broer werd er een oog verwijderd. Het verbaasde me dan ook niet dat ze mijn goede vriend er niet konden vinden.

„Nee, die is weg”, zei de verpleegster die erover ging toen we samen aan het lege bed stonden. Ze trok voor de vorm nog even de deur van het toilet open en zei daarna dat ze het ook niet kon verklaren. Ik keek naar de tekeningen van zijn kinderen boven het bed, op één ervan stond een auto tegen een boom geparkeerd. In het bed naast het zijne lag een vuurwerkslachtoffer, die was zijn duim kwijt.

Naar het restaurant in de hal, dat eigenlijk een snackbar was omdat iedereen er altijd friet bestelde. Ik keek naar het cadeauwinkeltje, waar het assortiment bestond uit snoep en ballonnen met de tekst ‘beterschap!’ en naar de portier in zijn glazen hok direct achter de draaideur, die zich gedroeg als een conciërge op de middelbare school.

Hij liep om het kwartier naar buiten en klapte daar in zijn handen, alsof hij vogels verjoeg.

En opeens kwamen de herinneringen.

Aan mijn jeugdheld Theo Bos, die ik volgde in de laatste fase van zijn leven. Hij moest hier op een ochtend zijn om bloed te laten prikken. Hij was toen zijn ponsplaatje kwijt, wat hij even later gelukkig vond in het dashboardkastje van zijn auto. Hij wees me op de gele strepen op een meter of twintig rondom het ziekenhuis waarbinnen je niet mocht roken.

En aan mijn vader die zich erover beklaagde dat hij er na het bezoekuur de bus naar Velp soms miste, omdat de chauffeurs niet stopten omdat ze dachten dat er alleen maar rokende patiënten in de bushokjes zaten.

De film die bleef hangen was die van de portier met de sleutelbos aan zijn riem. Hij klapte in zijn handen, waarna een vrouw in een lichtblauwe ochtendjas het parkeerterrein opsjokte om er te roken. In haar rechterhand een paal waaraan een infuus hing.