Redden levens te duur voor reders

Zij onderzocht hoe passerende boten vluchtelingen uit Libië aan hun lot overlieten.

Vluchtelingen aan boord van het Italiaanse fregat Bergamini, op de Middellandse Zee, een half jaar geleden.
Vluchtelingen aan boord van het Italiaanse fregat Bergamini, op de Middellandse Zee, een half jaar geleden. Foto Massimo Sestini

De gebeurtenis geldt als één van de meest onderzochte tragedies in de Middellandse Zee. Eind maart 2011 stierven 63 bootvluchtelingen uit Libië door uitdroging, uitputting en verdrinking nadat hun overvolle bootje met 72 passagiers dagen had rondgedreven tussen Tripoli en Lampedusa. Diverse vissersschepen kwamen langs om poolshoogte te nemen. Om vervolgens door te varen. Schepen van de NAVO en commerciële rederijen negeerden hoogstwaarschijnlijk waarschuwingssignalen die het reddingscentrum in Rome (MRCC) over het bootje uitzond.

Hoewel de gebeurtenis een schok door de maritieme wereld stuurde, „is er een kans dat zoiets weer kan gebeuren”, zegt Tineke Strik, senator voor GroenLinks. In 2012 deed zij als speciaal rapporteur voor de Raad van Europa (die mensenrechtenschendingen onderzoekt) onderzoek naar de tragedie uit 2011. De BBC maakte een documentaire over de gebeurtenis en haar rapport hierover.

‘Perverse prikkels scheepvaart’

„De perverse prikkels voor ontwijkend gedrag van de scheepvaart uit 2011 bestaan anno 2015 nog steeds”, aldus Strik. „Ook nu nog hoor ik regelmatig verhalen van vluchtelingen over voorbijkomende schepen die niets of weinig doen, hoewel ze daartoe volgens geldend zeerecht wel verplicht zijn.” Maar de pakkans is gering. „Tot dusverre is er bij mijn weten nog nooit iemand voor vervolgd.”

Toch wil Strik de rederijen, hun kapiteins en hun bemanningen niet te veel afvallen. „De meeste rederijen en hun internationale organisaties nemen hun verantwoordelijkheid heel serieus”, zegt ze. „Zo heeft de International Chamber of Shipping in Londen in december nog richtlijnen voor rederijen en bemanningen geformuleerd hoe te handelen in noodsituaties met vluchtelingen.” In haar ogen zijn het vooral de EU en betrokken landen als Italië en Malta die hun verantwoordelijkheid ontlopen. Daardoor belanden schepen en hun bemanningen in dilemma’s.

Bijvoorbeeld de kapitein van een Duits schip, zoals deze krant zaterdag beschreef, die weigerde zo’n vierhonderd Syriërs te evacueren uit een vrachtscheepje dat mensensmokkelaars op zee hadden achter gelaten. Dit tot irritatie van de kapitein van het Nederlands schip De Erasmusgracht, die de Syriërs wel aan boord nam.

In haar rapporten vestigde Strik onder meer aandacht op de hoge kosten die de rederijen bij hulpacties moeten maken. Niet alleen zorgen ze voor grote vertraging. Ook de brandstofkosten, gebruikte proviand en medicijnen voor vluchtelingen aan boord brengen veel uitgaven voor scheepseigenaren met zich mee. De kapitein van De Erasmusgracht becijferde alleen al de extra brandstofkosten op 8.000 euro.

De verzekeraar van het schip hanteert volgens hem een eigen risico van 6.000 euro, dat voor rekening van de rederij komt. De vertraging als gevolg van de hulpoperatie beliep 26 uur.

EU negeert voorstel compensatiefonds

„Gezien de hoge kosten voor de reders heb ik namens de Raad van Europa in 2012 een compensatiefonds voorgesteld”, zegt Strik. „Dat zou gefinancierd kunnen worden door de EU. We hebben daar van Brussel nooit reactie op gehad.” Dat is volgens Strik des te schrijnender nu de EU en betrokken EU-lidstaten zoals Italië zelf hun reddingsoperaties in de Middellandse Zee terugschroefden. Daardoor wordt de rol van vracht- en vissersschepen bij search and rescue-operations vanzelf groter.

Behalve financiële factoren, veroorzaken ook strengere immigratiewetten van EU-landen problemen voor kapiteins en rederijen die vluchtelingen willen helpen. Strik: „Die leveren het risico op dat een schip aan de ketting wordt gelegd vanwege illegaal aan land brengen van migranten.” De senator zegt minstens één vissersbedrijf te kennen dat failliet ging, nadat één van zijn boten om die reden een jaar vast lag in een Italiaanse haven.

Ten slotte ruziën EU-lidstaten als Italië, Malta en Griekenland geregeld over verantwoordelijkheden bij opvang van vluchtelingen uit zee. Daardoor moeten schepen volgens Strik onnodig lang met vluchtelingen langs havens gaan leuren. Dat levert een risico op voor de gezondheid van de migranten en veroorzaakt extra kosten en vertraging van commerciële transporten.

In een vervolg op haar eerdere rapport, dat juni vorig jaar uitkwam, reconstrueert Strik een hulpactie van het Griekse vrachtschip MV Salamis. Malta weigerde augustus 2013 zo’n honderd vluchtelingen toe te laten die de Salamis op verzoek van de Italiaanse kustwacht uit zee oppikte. Malta blokkeerde de Salamis „met gewapende krachten”, aldus het rapport van de Raad van Europa. Tussenkomst van een lid van de Europese Commissie mocht niet baten. Malta bleef onvermurwbaar. Uiteindelijk gingen de vluchtelingen na dagen vertraging in het Siciliaanse Syracuse van boord.