Op een dag hangen de kinderen aan je lippen

Iedere carrière kent wel een leermeester. Voor leraar Bart Ongering (33), beter bekend als ‘Meester Bart’, is dat zijn oom Harrie Krijnen (1951-2012).

‘Nadat mijn moeder overleed op mijn veertiende werd ik een lastige adolescent die niet wist wat hij wilde. Op school was ik vooral bezig met feestvieren, rondklooien en verkeerde dingen doen. Na twee mislukte mbo-opleidingen – ik zag er de zin niet van in – werkte ik drie jaar in een kledingwinkel maar wist ik nog steeds niet wat ik écht wilde. Het was mijn oom Harrie Krijnen die op een avond bij hem thuis tegen me zei: ‘Volgens mij zou jij een goede docent zijn.’

„Het was een fijn gevoel dat er iemand echt in me geloofde. Benieuwd of hij gelijk zou krijgen, heb ik een dag meegelopen op de lerarenopleiding. Ik was meteen razend enthousiast. Mijn oom was zelf ook leraar en vertelde me vaak over de praktijk. Ik dacht bijvoorbeeld dat werken in het onderwijs heel vakinhoudelijk zou zijn, maar volgens hem was dat maar een klein onderdeel. Het gaat vooral om het contact met de leerlingen, daar besteedde hij de meeste tijd aan.

„School moet een plek zijn waar kinderen zich thuisvoelen, volgens hem. Lange tijd was hij leraar op Sint Maarten. Dat vond hij dankbaarder werk dan op scholen in Nederland; kinderen zijn daar over het algemeen wat minder gewend.

„Wat hem trok in het onderwijs is dat je heel veel geeft en af en toe iets terugkrijgt. Nu ik zelf leraar ben op een school in de Amsterdamse Bijlmer herken ik dat gevoel. Je stopt veel energie en tijd in de kinderen en op een dag voelen ze dit ook en hangen ze aan je lippen. Ze gaan letterlijk voor jou werken.

„Als leraar, maar ook als mens was hij mijn grote voorbeeld. Hij leerde me dat je als docent niet bang hoeft te zijn om iets van jezelf te laten zien. Een goed voorbeeld is de eerste dag dat ik weer op school kwam na zijn overlijden. Net voordat de les begon, kwam er een leerling uit de eerste klas naar mij toe. Hij vroeg: ‘Meester, gaat het wel met u?’ In de kring vertelde ik over de dood van mijn belangrijke oom. Diezelfde leerling liep naar me toe, legde een hand op mijn schouder en zei: ‘Als u erover wilt praten kunt u altijd bij mij terecht.’ Heel bijzonder vond ik dat.”