While you were sleeping... in Asia

Nieuw-Zeelandse schapenherders voelen Chinese pijn

Foto AP

Wat gebeurde er in Azië terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

Wereldhandel blijft fascinerend. Australische en Nieuw-Zeelandse schaapherders hebben enorme last van het feit dat leerlooiers in China minder orders krijgen van Russische opdrachtgevers, die weer hinder ondervinden van de gekelderde roebel. Dat schrijft The Wall Street Journal.

Australische herders krijgen 85 procent minder geld voor een schaap, in Nieuw-Zeeland is de prijs met 40 procent gedaald.

De crisis in Rusland is een belangrijk oorzaak voor de herders aan de andere kant van de wereld. Russen kunnen zich minder permitteren omdat hun munt in waarde is gedaald, maar ze gebruiken ook meer schapenvellen uit eigen land. Door internationale sancties zit de exportmarkt op slot.

Tegelijkertijd heeft China strengere milieunormen ingevoerd, waardoor de vervuilende looierijen het moeilijker hebben.  Ook de haperende Chinese economie helpt niet mee.

Dalende olieprijs goed voor Azië

Goed, slecht, goed, slecht, goed, slecht. De betekenis van de dalende olieprijzen wereldwijd is onderwerp van een gecompliceerd debat. Voor Azië zijn de effecten gunstig, schrijft Bloomberg-columnist William Pesek in een analyse.

Regeringen die op enorme schaal brandstof subsidiëren, zoals Maleisië en Indonesië, zullen goedkoper uit zijn en kunnen zonder al te veel pijn de subsidies afbouwen. De Indonesische president Joko Widodo is hier al mee begonnen.

Ook voor economische grootmachten als Japan en Zuid-Korea is het gunstig. Huishoudens houden meer geld over en kunnen dus meer uitgeven, wat weer goed is voor de interne economie. Voor China geldt een soortgelijk verhaal.

Lang werd het als een grote vloek voor Azië gezien: het continent produceert lang niet genoeg olie om de economie draaiend te houden en is dus afhankelijk van invoer uit het Midden-Oosten. Nu profiteert Azië van die prijsdaling.

Maar Pesek plaatst ook een interessante kanttekening. De grote leiders die de afgelopen jaren zijn aangetreden in Azië (Modi in India, Xi in China, Aquino in de Filippijnen en Joko in Indonesië) hebben beloofd hun land te hervormen. Hoge olieprijzen waren altijd een adequaat drukmiddel om de economie aan te pakken. Het risico bestaat dat als die druk verdwijnt, de leiders ook minder geneigd zijn moeilijke besluiten te nemen.

Chinese zakenmannen doen liever geen Japanse zaken

Dat China en Japan moeilijk met elkaar overweg kunnen, is bekend. Op de APEC-top vorig jaar werden de verhoudingen in één beeld vastgelegd toen de Japanse premier Abe en de Chinese president Xi Jinping op zeer ongemakkelijk wijze elkaar de hand schudden. De lenzen van de camera’s bevroren haast door de kilte die de twee uitstraalden. Uit een interessant onderzoek van Nikkei Asian Review blijkt dat deze sentimenten ook in het zakenleven bestaan.

Als gevolg van oplaaiende conflicten over zeggenschap over een paar eilandjes en toenemend nationalisme zei de helft van ondervraagde Chinese zakenmannen terug te zijn gekomen op plannen om in Japan te investeren.

De ondervraagde Japanners toonden zich pragmatische. 90 procent zei niet anders aan te kijken tegen investeren in China dan in voorgaande jaren.