Musea: avondopening niet populair

Ze zijn ze open als je werkt en dicht als je klaar bent. In Parijs loop je om acht uur ’s avonds nog gewoon rondjes om de roze Balloon Dog van Jeff Koons in Centre Pompidou. Na experimenten zijn Nederlandse musea weinig enthousiast. Een rondgang.

Het Van Goghmuseum programmeert bands op de vrijdagavondopeningen en trekt daardoor nieuw publiek
Het Van Goghmuseum programmeert bands op de vrijdagavondopeningen en trekt daardoor nieuw publiek Foto Olivier Middendorp

In de avond naar het museum gaan. Het komt in Nederland maar moeilijk van de grond. Terwijl de Museumnacht in veel steden alsmaar groter wordt. In Den Haag trok de nacht dit jaar 10.000 bezoekers, in Amsterdam waren dat er 32.000, een nieuw record. Kan dat niet vaker, ’s avonds naar het museum? De Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren (Kunst en Cultuur, D66) denkt van wel. Ze gaat de komende tijd met musea in Amsterdam bespreken of ze hun openingstijden kunnen verruimen.

Het Rijksmuseum ziet daar niets in. „We zijn 365 dagen per jaar open. Wie doordeweeks niet kan, kan in het weekend komen”, aldus woordvoerder Boris de Munnick. Tijdens de verbouwing in 2006 was de Philipsvleugel van het Rijksmuseum iedere vrijdagavond open tot tien uur ’s avonds. Na anderhalf jaar is het museum daarmee gestopt. „Mensen doen ’s avonds kennelijk iets anders dan een museum bezoeken”, aldus De Munnick.

Een vleugel was al niet winstgevend te krijgen, laat staan het hele gebouw, zegt hij. „Dat gaan we niet proberen.” Bovendien heeft het Rijks geen probleem met het aantrekken van Nederlands publiek. „Ongeveer de helft van onze bezoekers is Nederlands. Dus mensen weten het museum al tijdens de reguliere openingstijden te vinden.”

Open zijn in de avond hoort er gewoon bij, vindt het Stedelijk Museum, dat sinds 2013 iedere donderdagavond open is tot tien uur ’s avonds. „Om mensen tegemoet te komen die overdag niet in staat zijn ons te bezoeken zijn we donderdagavond ook open, net als de ons omringende winkels”, zegt zakelijk directeur Karin van Gilst. „Wij vinden dat we na bijna tien jaar sluiting zo ‘open’ mogelijk moeten zijn.” De donderdagavond van het Stedelijk is samen met de maandag het rustigste moment van de week. Maar „ook dit heeft zijn functie”, zegt Van Gilst. Het is fijn voor mensen die geen trek hebben in lange rijen.

Revolutionair

Het Gem en het Fotomuseum Den Haag hadden in 2002 de primeur. Het waren de eerste Nederlandse musea die opengingen van twee tot tien uur ’s avonds, zes dagen in de week. „We keken met een schuin oog naar Palais de Tokyo in Parijs, dat open is tot twaalf uur ’s nachts”, vertelt Roel Arkesteijn, destijds conservator van het Gem. „Dat was revolutionair. Dat wilden wij ook.” De plannen waren vooruitstrevend, maar de opkomst viel tegen. Langzaamaan werden de openingstijden teruggeschroefd naar regulier. Arkesteijn: „Als we niets bijzonders organiseerden, kon je op zaal een speld horen vallen.”

Die ervaring heeft ook Sjarel Ex, directeur van Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Ook hij zag meerdere experimenten in de avond mislukken. „Het openhouden van het museum kost grosso modo 1.000 euro per uur, in het weekend het dubbele. Rotterdam heeft weliswaar de reputatie dat alles haalbaar is, maar we beschikken niet over voldoende kritische massa om die avonden zomaar tot een succes te maken.”

Hoge kosten, tegenvallende bezoekcijfers. Is er dan wel markt voor avondopenstelling in Nederland? Ex denkt van wel, maar „die markt moet je wel zelf creëren. En je kunt je afvragen of je daar geld, tijd en energie in moet steken.”

‘Niet onmogelijk’

Zolang veel musea de ‘traditionele’ openingstijden aanhouden, komt het ook niet in het systeem van bezoekers, denkt het Stedelijk. Musea zouden twee dingen kunnen doen; samen duidelijker communiceren dat je ’s avonds naar het museum kunt en één en dezelfde avond in een stad open zijn. Het Stedelijk denkt er dan ook over om naar dezelfde avond te gaan als het Van Goghmuseum, de vrijdagavond.

Het Van Goghmuseum is al tien jaar lang elke vrijdagavond open tot tien uur. De avonden trekken gemiddeld ruim duizend bezoekers. „Omdat we bands programmeren als De Staat en Typhoon zien we een groeiende lijn in het aantal Nederlandse bezoekers”, reageert een woordvoerder. Vooral jongeren komen af op het randprogramma van dj's en bands. „Steeds meer hipsters ontdekken: het is cool wat hier gebeurt.” Dit jaar kijkt het museum hoe de avond nog succesvoller kan worden gemaakt.

Arkesteijn, die het probeerde in het Gem, vindt het nog altijd jammer dat het niet lukte in Den Haag. Ze wilden er juist ook zijn voor de werkende mens, geen elitaire instelling zijn. Wat dat betreft blijft het volgens hem een slim idee. „Laten we vooral niet denken dat het onmogelijk is. Den Haag is geen Amsterdam. Het Gem zit in een buitenwijk tegen Scheveningen aan; buiten de loop. Dat is op het Museumplein wel anders.”