Motorclub Satudarah® heeft deze foto eigenlijk liever niet

Motorclub Satudarah probeert af te dwingen dat media hun beeldmerk niet meer gebruiken bij artikelen over criminele activiteiten. Heeft dat kans van slagen? Vier vragen.

Een typische Satudarah-foto: motorrijder op de rug gezien.
Een typische Satudarah-foto: motorrijder op de rug gezien. Foto ANP

Satudarah ís niet crimineel. Dat dit beeld ontstaat, is de schuld van de media, want die plaatsen steevast zo’n foto als hiernaast als een afzonderlijk lid in de fout gaat. Dat vindt de motorclub, die onlangs een ongewone stap nam: het logo (een witte en zwarte indiaan, daarboven de naam) werd als merk gedeponeerd bij het merkenregister van de Benelux. Vier vragen over de kwestie.

1 Wat is er aan de hand?

Satudarah MC, een in 1990 in Nederland opgerichte motorclub met inmiddels enkele honderden leden en 85 afdelingen wereldwijd, komt regelmatig in het nieuws als leden in verband worden gebracht met criminele activiteiten, zoals wietteelt, afpersing, bedreiging of autodiefstal. In veel gevallen staat bij zo’n artikel een foto met daarop mannen in zwarte leren jacks, op de rug gezien, met het logo goed zichtbaar. En dat is de motorclub zat. Om er iets tegen te doen deponeerde Satudarah het logo als merk. De club wil in het vervolg juridische stappen kunnen nemen als dat beeldmerk in hun optiek ten onrechte in de media gebruikt wordt.

2Waarom doen ze dit?

Volgens de club worden crimi- nele activiteiten van individu- ele leden vaak gekoppeld aan Satudarah als geheel, terwijl het „altijd een individuele zaak” betreft „en iets waar SMC geheel buiten staat”. Oftewel: ja, leden gaan weleens de fout in, maar dat heeft niets met hun lidmaatschap van de motorclub te maken. Volgens advocaat Yehudi Moszkowicz is de club het „redelijk beu” dat ze „ten onrechte onder de criminele motorclubs worden geschaard”.

3 Heeft het kans van slagen?

Erg weinig. „Het merkenrecht is bovenal bedoeld om je te beschermen tegen onrechtmatig commercieel gebruik”, zegt specialist Bas Kist. Er is wel een extra bepaling die ingaat op ‘niet-commercieel ander gebruik’: als een reputatie wordt aangetast, bijvoorbeeld. Daar lijkt Satudarah op te gokken, maar de bepaling gaat niet op als de plaatser een geldige reden heeft. „En de pers heeft in heel veel gevallen een geldige reden. Zo’n foto van een man in een jack bij een stukje over Satudarah moet gewoon kunnen, ook als het negatief is.”

Het verweer van Satudarah is nu juist dat het artikel niet over hen gaat, maar over een afzonderlijk lid. Toch hoeft dat media ook niet in de problemen te brengen, denkt Kist. „Tenzij de uiting misleidend of verwarrend wordt. Dat laatste kan Satudarah betogen. Het is de vraag of een rechter daarin mee wil gaan.”

4 Hoe ver reikt het merkenrecht eigenlijk?

Kist noemt een aantal voor- beelden waarin het merkrecht tot het uiterste werd opgerekt. Zo stapte cabaretier Hans Liberg - overigens zonder tussenkomst van de rechter - af van het idee om een show Chanel Nr. 4711 te noemen na bezwaar van Chanel, dat niet met het ‘gewone’ 4711 geassocieerd wilde worden. In 1981 plaatste de Haagse Post een verhaal over Philips in de nazi-jaren, waarbij de drie sterren van het logo werden vervangen door hakenkruizen. Dat werd verboden: het was schadelijk gebruik en de krant had geen geldige reden om het zo te doen. En in de film Alicia (1974) zat een scène waarin een vrouw masturbeerde met een lege Coca Colafles waarop de merknaam was te lezen. Ook dat werd verboden.