‘Jack Wouterse zou echt een geweldige kabouter zijn ’

De regisseur van ‘Wiplala’, een van de grote hits van de kerstvakantie en nog steeds te zien, zou heel graag een duistere kabouterfilm maken. Maar dat kan heel prijzig uitpakken.

Foto Roger Cremers

Als kind was ik gefascineerd door de boeken over kabouters van de tekenaar Rien Poortvliet. Het waren een soort handboeken over hun leven. Over hoe ze leven onder de grond, onder bomen. Waar ze kleding van maken. Hoe ze aan eten komen. Hoe ze relaties aangaan. En zelfs hoe ze seks hebben.

„Bij dat alles zaten rauwe, donkere tekeningen. Alles werd in details getoond. Hun rimpels, de dikke buiken, de hangborsten van de vrouwtjeskabouters. Dat verval vind ik mooi. Mensen die ouder worden en bij wie je dat in hun gezicht terugziet, of aan hun handen, hun houding. Of mensen die een buikje hebben. Die lelijke kant van mensen is boeiend. Dat is het leven. Strakke, plastic mensen doen niks met me, die komen niet bij me binnen.

„Kabouters kennen we nu alleen uit vrolijke kindertekenfilms. Ook de tekenfilmserie die van Rien Poortvliets boeken is gemaakt, was een gecensureerde, blije kinderversie van zijn werk. Terwijl ik juist die rauwheid wel terug zou willen zien in een film. Zoals Jim Henson’s The StoryTeller, een prachtige, donkere fantasyserie uit de jaren tachtig.

„Het is technisch een hele onderneming om zo'n film te maken. Het lijkt me gaaf om de techniek motion capture te gebruiken. Dan krijgen de acteurs een heel strak pak aan met daarop sensoren en kleine camera’s op hun hoofd. De bewegingen die ze dan maken worden vertaald naar de computer. Dat geeft een heel bijzonder effect, maar het is ook verschrikkelijk duur. Planet of the Apes kostte daardoor 170 miljoen.

„Ik zou sowieso vragen of Jack Wouterse een kabouter zou willen spelen. Hij is aandoenlijk, grappig en heel leuk om mee te werken. Zo’n acteur geeft veel energie op de set. En alles wat hij doet, doet hij vol overgave, hij is niet bang te zweten en zijn neus op te halen.

„Mijn laatste film Wiplala gaat ook over een mensje. Maar het is ook wel heel anders, want Wiplala kan tinkelen; toveren. En het is een familiefilm. Maar ik heb wel geprobeerd het iets donkerder, spannender te maken. In de openingsscène is Wiplala bijvoorbeeld op de vlucht. Hij loopt door een donker konijnenhol met insecten. Je hoort spannende muziek en zijn ademhaling.

„De kans is dat critici zullen zeggen dat ik alleen maar films over kleine mensen wil maken. Maar dat is natuurlijk onzin. Er wordt ook altijd gezegd dat ik alleen actiefilms wil maken. Terwijl ik mijn filmcarrière begonnen ben met het maken van drama. Dat zou ik zo weer kunnen doen. Als ik naar de bioscoop ga, kijk ik ook steeds minder films in het genre tieten-schieten-helikopters. Ik vond Boyhood bijvoorbeeld heel mooi. En ik ben zelfs naar The Fault in Our Stars geweest. Daar zat ik in een zaal vol huilende tienermeisjes.”