Hoofdredacteur Charlie Hebdo in 2012: ‘Iedereen is bang voor fanatici’

In 2012 interviewde NRC redactiechef ‘Riss’ en hoofdredacteur ‘Charb’ van Charlie Hebdo, naar aanleiding van een reeks cartoons over de profeet Mohammed die het blad had afgedrukt. “Aan een spotprent of een film is nog nooit iemand doodgegaan.”

Hoofdredacteur "Charb' van het Franse satirische blad Charlie Hebdo met een omstreden editie van het blad in 2012.
Hoofdredacteur "Charb' van het Franse satirische blad Charlie Hebdo met een omstreden editie van het blad in 2012. AFP

Vandaag vielen bewapende mannen het kantoor van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs aan. Ten minste twaalf mensen kwamen om het leven. Onder hen vier cartoonisten van het tijdschrift. Hoofdredacteur Stéphane ‘Charb’ Charbonnier was een van hen. NRC Handelsblad sprak hem en redactiechef Laurent Sourisseau in 2012.

De ‘radicale atheïsten’ van het Franse satirische blad Charlie Hebdo vinden de publicatie van spotprenten van de profeet Mohammed hard nodig. “Aan een spotprent is nooit iemand doodgegaan.”

Voor iedere moslim die zich door de spotprenten van Charlie Hebdo geschoffeerd voelt, heeft redactiechef Riss (pseudoniem van Laurent Sourisseau) een welgemeend advies. “Koop hem niet. Bespaar je 2,50 euro en een gang naar de kiosk.”

Het Franse satirische weekblad heeft voor ophef gezorgd door gisteren een reeks spotprenten af te drukken waarin de profeet Mohammed figureert. Twee ervan tonen een naakte profeet.

Dat sommige moslims zich nu opwinden over de afbeeldingen „heeft iets masochistisch”, vervolgt Riss vanachter zijn bureau. “Kijk, ik ben een radicale atheïst. Ik ga toch ook niet in een moskee, een kerk of een synagoge zitten om te luisteren wat een beledigende onzin daar verkondigd wordt?”

Met in het achterhoofd het recente geweld in moslimlanden naar aanleiding van de anti-islamfilm Onschuld van moslims die de profeet beledigde, nam de Franse regering gisteren direct voorzorgsmaatregelen. Ambassades en scholen in twintig landen blijven morgen, de islamitische gebedsdag, gesloten.

De redactieburelen van Charlie Hebdo in het 20ste arrondissement in Parijs worden sinds gisteravond door de politie bewaakt. Vorig jaar stichtten onbekenden er brand nadat het blad zich voor de gelegenheid tot ‘Charia Hebdo’ had omgetoverd en de profeet Mohammed als ‘gasthoofdredacteur’ had aangesteld.

Bezoekers mogen alleen op uitnodiging naar binnen. Op de overloop posten vier agenten in burger. Op de redactie nog eens drie. Bij de medewerkers is de stemming enigszins bedrukt. Maar zowel Riss als hoofdredacteur Charb (pseudoniem voor Stéphane Charbonnier) toont zich onaangedaan door alle commotie.

Critici zeggen dat u, gezien de huidige ophef over die film, een ongelukkig moment heeft gekozen.

Riss:

“Is het ooit het goede moment? Als je het mij vraagt is het steeds minder het moment. Steeds vaker krijgen radicalen hun zin.”

Charb:

“Wij maken een blad waarin we de actualiteit becommentariëren. Als de moslimwereld in brand staat vanwege één of andere schijtfilm, is dat nieuws dat we niet kunnen negeren. We doen dit werk al meer dan twintig jaar, we kunnen onszelf niet verloochenen. Onze lezers zouden dat ook niet pikken.”

Maar stel dat er nu ergens een Franse school wordt aangevallen en dat er daarbij doden vallen.

Riss:

“‘Charlie Hebdo recidiveert’, klinkt het steeds in de Franse media. Die woordkeus veronderstelt dat wij criminelen zijn. Dat is het absurde van de hele polemiek. Wij worden op één lijn geplaatst met religieuze extremisten die bij het minste of geringste naar geweld grijpen. Bij hén ligt de verantwoordelijkheid, niet bij ons.”

Charb:

“Aan een spotprent of een film is nog nooit iemand doodgegaan. Daarbij: ik maak een blad in Frankrijk, niet in Tunesië, Libië of Pakistan. Het enige waar ik rekening mee te houden heb, is de Franse wet. Eenieder die zich geschoffeerd voelt staat het vrij naar de rechter te stappen.”

In 2007 daagden Franse moslimorganisaties Charlie Hebdo na een soortgelijke publicatie voor de rechter. Het weekblad won. Gisteren begon een organisatie uit de stad Meaux een nieuwe smaadprocedure tegen het blad.

Premier Ayrault zei dat de vrijheid van meningsuiting behoort tot de fundamenten van de republiek. Tegelijk keurde hij jullie publicatie af. Voelen jullie je gesteund door de regering?

Charb:

“Nauwelijks tot niet. Er heerst een klimaat van angst, ook binnen de regering. Iedereen is bang om die paar honderd fanatici die namens de islam zeggen te spreken tegen de haren in te strijken. Ik begrijp dat niet.”

Riss:

“Tijdens het proces in 2007 kwam François Hollande [toen nog partijsecretaris van de Parti Socialiste] ons in de rechtszaal steun betuigen. Maar nu hij president is hoor je hem niet. Als links ergens voor staat, maken ze zich hard voor de vrijheid van meningsuiting. Punt.”