Er hing ineens een debiteur in het trapgat

Het aantal zelfmoorden in Nederland neemt al zes jaar toe. Dat komt mede door de crisis, denken experts. Deurwaarders volgen daarom een cursus om suïcidalen te leren herkennen.

Illustratie Aart-jan Venema

‘Ik kan de huur al nauwelijks betalen”, zegt een Alkmaarse man van middelbare leeftijd als gerechtsdeurwaarder Brigitte Haarms hem een vordering van een zorgverzekeraar overhandigt. Het is maandag, 11.00 uur. Bij de man staat al maanden een bedrag van 850 euro open. „De Belastingdienst heeft beslag gelegd op mijn vermogen”, excuseert hij zich. Vijftig euro, dat zou hij maandelijks kunnen aflossen.

Haarms zit al 21 jaar in het vak. Haar eigen bureau is ondergebracht bij GGN, marktleider in ‘full service creditmanagement’. Het zijn drukke tijden: 700.000 Nederlanders kampen met problematische schulden, 28.000 van hen zaten in 2013 in de schuldsanering.

„Mogen we even binnenkomen?” vraagt Haarms. De man vindt het prima. „Ja, sorry”, zegt hij gelaten. Zijn hond gromt, maar begint gelukkig gauw te kwispelen. Een enorme televisie springt in het oog. De tafel ligt bezaaid met administratie, de woonkamer vol speelgoed. Gesloten gordijnen, vieze vaat. „Een standaard adres op de route”, concludeert Haarms als we weer in de auto zitten.

Deurwaarders moeten doorvragen

Vanwege de crisis moeten deurwaarders vaker uitrukken en wordt er meer van ze verwacht. Want de crisis kan ook invloed hebben op de geestelijke gesteldheid van debiteuren. 1.854 Nederlanders pleegden in 2013 zelfmoord. Al zes jaar stijgt dit aantal, met 25 procent ten opzichte van 2007. Vermoed wordt dat de crisis hier debet aan is. Daarom is er nu een ‘suïcidepreventiecursus’ opgezet voor deurwaarders.

Alex Grobbee, een collega van Haarms, vroeg binnen GGN aandacht voor zelfmoord. Zijn ploeg kwam er regelmatig mee in aanraking. De één zag een debiteur in het trapgat hangen, de ander hoorde drie uur na ontruiming over een zelfmoord. Nog vaker zijn er dreigingen. „Mensen doen dat soms impliciet”, vertelde Ans Withaar, directeur van opleidingsinstituut De Essenburgh in tv-programma EenVandaag. „Ze zeggen dat ze het niet meer zien zitten, dat hun hoofd een kop met watten is. Vage uitdrukkingen waar je alert op moet zijn. Wij leren deurwaarders door te vragen.”

Withaar ontwikkelde een speciale training voor deurwaarders. Dat deed ze samen met stichting 113Online, het zorgloket voor suïcidalen dat hulp verleent via de telefoon en therapie verzorgt via e-mail. Anoniem kunnen mensen online hun verhaal kwijt per chat of forum: psychologen staan paraat, suïcidalen kunnen met elkaar praten en nabestaanden vinden er troost. Mensen worden gewezen op zelfhulpgroepen en de site is een kennisbank voor organisaties.

„GGN legde zelf het contact”, zegt Withaar. Dat was in reactie op de wens van het ministerie van Volksgezondheid „om de sociaal-economische sector bij suïcidepreventie te betrekken”. Ook agenten, huisartsen, psychologen, docenten, reclasseringsmedewerkers en bankmedewerker zouden daarbij een rol moeten spelen. Het verband tussen recessie en suïcide is nog niet hard, zegt Withaar. „Zo is het ook niet altijd duidelijk of schulden de oorzaak zijn van een suïcide. Er zit een complex van problemen achter. Maar eenmaal uit balans kan zo’n deurwaardersbezoek ‘de druppel’ zijn.”

Instructies, behalve sneller doorverwijzen naar de huisarts of de stichting 113Online, geeft de cursus niet. Verandering van werkwijze is niet het doel. „Het gaat om bewustwording”, zegt Withaar. Inzicht in wat mensen tot wanhoop kan drijven. „Maar als deurwaarders hun brieven aanpassen na onze training: prima.”

Schoenendoos vol dichte enveloppen

Zitten schuldeisers wel te wachten op softere deurwaarders? „We werken onder meer voor corporaties, energiebedrijven en zorgverzekeraars”, zegt Haarms. „Die hechten aan een maatschappelijk verantwoord profiel. We moeten niet immuun worden. Hoe vaak horen we geen levensverhaal aan? Voor ons het zoveelste gesprek die dag, voor de debiteur misschien zijn eerste.”

De digitale bezorging van dagvaardingen is onderwerp van gesprek in de politiek, vertelt ze. „Maar dan haal je het contact weg.” We maken mensen niet enkel boos, vervolgt ze. „Als ik een schoenendoos vol dichte enveloppen zie, zou ik deze mensen graag adviseren: zet alles op papier, weet wat je schulden zijn, ga na welke dringend zijn. Zo krijg je meer grip op je schulden.”

‘Ik weet van niks’

Een nieuw adres. Er zit een barst in het raam. Een dertiger doet open. Trainingsbroek, sigaret losjes in de mondhoek. Hij roept meteen zijn vriendin. „Ik weet van niks”, lacht ze de 3.000 euro van de zorgverzekeraar weg. „Ik sta al twee jaar onder bewind. Alles wat binnenkomt, stuur ik naar de bewindvoerder.”

Met ‘bewind’ doelt de vrouw op de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Drie jaar lang moet ze op 90 procent van het bijstandsniveau leven en zich houden aan allerlei verplichtingen, zoals (solliciteren naar) voltijds werk. Na drie jaar is ze schuldenvrij. Haarms zal contact leggen met de bewindvoerder.

De volgende woning oogt verlaten. Een kredietmaatschappij heeft er een vordering van 8.399 euro uitstaan. De man bezit op papier negen auto’s. Het zou heel goed kunnen dat hij iemand is die de auto’s tegen betaling op zijn naam liet zetten, zodat de werkelijke eigenaar uit zicht van de autoriteiten blijft. Haarms stopt een dagvaarding in de brievenbus.

Een gewone route telt al gauw zestig adressen, vandaag maken we een klein rondje. Haarms belt nog aan bij een mevrouw die „niets weet” van een energieachterstand van 700 euro. Gordijnen dicht, bank beslapen. Maar een hond die niets tekort komt. Een mand vol knuffels.

Wanhoop is slecht, maar debiteuren mogen best een beetje schrikken. „In volkswijken zie ik schulden van generatie op generatie overslaan”, vertelt Haarms. „Ik maakte eens mee dat een vrouw vanaf driehoog riep: ‘Wat moet je?’ De hele buurt kon meegenieten. Ik verbaas me nogal eens over de schaamteloosheid.”

Het is erger dan voorheen, vindt Haarms. Vooral de ‘nieuwe schuldenaren’ hebben het moeilijk, mensen die tijdens de crisis voor het eerst in de problemen raakten. „Zij waren een beter leven gewend. Daalt je inkomen, dan moet je snijden. Minder uitstapjes, minder luxe, de auto weg. Niet iedereen lukt dat. Met Kerst zeg ik weleens: waar de meeste lichtjes branden, dáár komen de deurwaarders.”