Een incompetent en immoreel China

Is ‘China Noir’ een genre aan het worden? In 2013 won Jia Zhangke een prijs in Cannes met het bloedige A Touch of Sin, vorig jaar kreeg Black Coal de Gouden Beer van Berlijn, waar ook een soort Chinese spaghettiwestern te zien was, No Man’s Land. Genrefilms die China tonen als een jungle waar uitbuiting, corruptie en lompheid de norm zijn en geweld noodzaak is.

Black Coal is een misdaadfilm. Inspecteur Zhang gaat in 1999 op onderzoek als er in fabrieken lichaamsdelen tussen de kolen worden aangetroffen. Wanneer een arrestatie uitloopt op een bloedbad, raakt hij aan de drank. Vijf jaar later, inmiddels afgezakt tot fabrieksbewaker, hoort Zhang van zijn oude politiecollega’s dat er opnieuw lichaamsdelen tussen de kolen opduiken. Telkens van minnaars van stomerijbediende Wu, wier echtgenoot het eerste slachtoffer was. Zhang gaat haar op eigen houtje volgen.

De dynamiek van verlopen detective versus femme fatale stamt uiteraard uit de film noir. Ook het hedendaagse China van Black Coal is een diep cynisch land bevolkt door botte opportunisten. Held Zhang is evenwel niet zozeer een eenzame wolf, maar een sluwe verkrachter en non-valeur. De boeven zijn eigenlijk een stuk sympathieker.

Het maakt Black Coal, dat zich afspeelt in het winterse, verpauperde noorden, tot een harde, gure film. Soms wat rommelig, maar fascinerend door zijn eigen toon van aan slapstick grenzende klunzigheid, galgenhumor en terloopse grofheid. Dat leidt tot sterke scènes, zoals die waarin de held dronken langs de weg in de sneeuw ligt, een voorbijganger bezorgd informeert of het wel goed met hem gaat en daarna zijn motor steelt. In het China van Diao Yi’nan is iedereen naast incompetent ook immoreel.