Een donkere poel van frauderende valutahandelaren

Medewerkers van olieconcern BP kregen regelmatig tips van bankiers over aankomende valutatransacties, blijkt uit onderzoek van persbureau Bloomberg. Daardoor konden ze op financiële markten lucratieve posities innemen. BP stelt een intern onderzoek in.

De exclusieve visvijver Wharf Pool, een uurtje van Londen, is gezamenlijk eigendom van Richard Usher, de vroegere handelaar van JP Morgan Chase en en Andrew White, een valutahandelaar voor olieconcern BP. Zij zijn hoofdrolspelers in het valutaschandaal.
De exclusieve visvijver Wharf Pool, een uurtje van Londen, is gezamenlijk eigendom van Richard Usher, de vroegere handelaar van JP Morgan Chase en en Andrew White, een valutahandelaar voor olieconcern BP. Zij zijn hoofdrolspelers in het valutaschandaal. Foto Bloomberg

Halverwege een modderige, afgelegen weg in moerasland in voorstedelijk Essex ligt Wharf Pool, een meertje met een paar van de grootste zoetwatervissen die er zijn.

Op een wit bord met rode letters staat: ‘Private Syndicate: Strictly Members Only’ (Privéterrein: Toegang uitsluitend voor leden). Een metalen hek, prikkeldraad en twee bewakingscamera’s houden iedereen buiten. Hengelaars die hopen op een plekje aan de zorgvuldig onderhouden oevers van het meertje moeten zich aanmelden en komen op een wachtlijst. Als je uiteindelijk wordt toegelaten, moet je contributie betalen die je de kans geeft een karper te vangen die meer weegt dan een Jack Russell. Honderden van deze karpers zwemmen net onder het wateroppervlak. Het heeft iets weg van vissen in een ton.

De eigenaren van het meertje houden kantoor in het financiële district van Londen, een uur verderop met de trein. Wharf Pool werd in 2012 voor ongeveer 250.000 pond (320.000 euro) gekocht door Richard Usher, de vroegere handelaar van JP Morgan Chase en de centrale figuur in een mondiaal onderzoek naar corruptie op de valutamarkten, en Andrew White, een valutahandelaar voor olieconcern BP.

Met een omzet van bijna 400 miljard dollar (336 miljard euro) in 2013 en activiteiten in ongeveer tachtig landen verhandelt BP elke dag grote hoeveelheden valuta’s. Handelaren van het concern kregen regelmatig waardevolle informatie van hun collega’s bij enkele grote banken – waaronder tips over aankomende transacties, vertrouwelijke details over cliënten en informatie over stop-losses, de punten waarop koersen aanleiding kunnen geven tot een golf van aan- of verkopen – aldus vier handelaren die rechtstreeks op de hoogte waren van deze praktijken.

Chatroom

Kopieën van berichten die in de loop van een jaar naar BP-handelaren werden verstuurd zijn aan financieel persbureau Bloomberg ter beschikking gesteld door iemand die toegang had tot de online-gesprekken. Volgens deze persoon, die de namen van de banken die de berichten verstuurden en de gespreksdata heeft veranderd, kwamen ze van firma’s waarvan de belangrijkste valutahandelaren lid waren van een chatroom, genaamd The Cartel (Het Kartel). Die was opgezet door Usher en bestond onder meer uit handelaren van de Amerikaanse banken JP Morgan en Citigroup, de Britse bank Barclays en de Zwitserse bank UBS.

De informatie bood inzicht in mogelijke valutabewegingen, soms uren voordat die zich daadwerkelijk voordeden. De berichten zouden BP, na Shell en Exxon Mobil het grootste olieconcern ter wereld, in een schandaal kunnen betrekken dat zich inmiddels uitstrekt tot elf banken en ertoe heeft geleid dat ruim dertig handelaren, van Londen tot Singapore, hun baan hebben verloren of op non-actief zijn gesteld. In november kregen zes banken een boete van 4,3 miljard pond (5,5 miljard euro) voor het doorspelen van informatie over hun klanten en het samenwerken bij de manipulatie van de valutamarkten.

Hoewel er geen bewijzen zijn dat BP-handelaren lid waren van Het Kartel, was Usher op z’n minst één keer aanwezig in een chatroomgesprek met White, aldus iemand die gesprekken heeft bekeken waaraan beide mannen deelnamen. Uit de berichten die door Bloomberg werden doorgenomen kon niet worden opgemaakt wie de informatie aan BP heeft gegeven en of BP-werknemers actie hebben ondernomen op basis van deze tips.

‘Het Wilde Westen’

In de clubachtige, amper gereguleerde wereld van de valutahandel hebben handelaren tips verstrekt aan vertrouwde contacten alsof het snoepjes waren. De slachtoffers: beleggers in investeringsfondsen en pensioenfondsen, en handelaren die bij een transactie een lagere koers verwezenlijkten dan het geval zou zijn geweest als zij dezelfde informatie hadden gehad.

„De autoriteiten hebben in het begeleidend schrijven bij de recente boetes duidelijk gemaakt dat banken, ongeacht de vraag of specifieke markten worden gereguleerd, geen activiteiten mogen ontplooien waarbij hun handelaren zich gedragen alsof ze in het Wilde Westen zijn”, aldus Janine Alexander, partner bij advocatenfirma Collyer Bristow in Londen, die zich specialiseert in rechtszaken rond financiële dienstverlening. „Banken hebben de verantwoordelijkheid de integriteit van de markten te beschermen, en handelaren moeten de gevolgen van hun gedrag voor hun klanten en de markt in haar geheel in het oog houden.”

Handelaren van BP zijn er niet van beticht iets onoorbaars te hebben gedaan. In 2013, een paar uur voordat de toezichthouders hun onderzoek aankondigden, werden de chatroomgesprekken tussen BP en de banken beëindigd, aldus ingewijden. Volgens één van hen zette BP kort daarna een speciale functionaris op de zaak. Hij moest in de gaten houden of de handelaren zich aan de regels hielden.

BP liet in een verklaring weten een intern onderzoek te zijn begonnen, nadat toezichthouders zich op de valutamarkten hadden gestort.

„BP’s valutahandelaren onderhouden betrekkingen met 26 banken, waaronder JP Morgan, Citibank en Barclays”, aldus het in Londen gevestigde concern. „BP heeft een robuust systeem van nalevingseisen en interne controles, dat voortdurend worden herzien, en onderhoudt een open dialoog met de toezichthouders.”

Het concern, de op twee na grootste beursgenoteerde onderneming in Groot-Brittannië, is door de toezichthouders die zich bezighouden met de valutamanipulaties niet aan een onderzoek onderworpen, aldus een ingewijde. Chris Hamilton, woordvoerder van de Britse Financial Conduct Authority, onthoudt zich van commentaar, evenals collega’s van JP Morgan, Barclays, Citigroup en UBS.

Usher weigerde via zijn advocaat elk commentaar, en White verwees ons door naar de persafdeling van BP.

„BP’s ‘Code of Conduct’ (Gedragscode) verplicht werknemers om mogelijke belangenconflicten intern te openbaren”, aldus het concern in reactie op een vraag over de zakelijke relatie tussen Usher en White via de visvijver. „Het is ons beleid geen commentaar te geven over individuele gevallen.”

De twintig handelaren van BP’s financiële afdeling zijn gehuisvest boven een showroom van Porsche op de tweede en derde verdieping van het kantoor van het concern op Canary Wharf, een voormalig haventerrein vier kilometer ten oosten van de City in London, van oudsher het financiële district van de stad. Het gebouw, twee blokken verwijderd van dat van JP Morgan, werd in 2003 voltooid, op het hoogtepunt van een olieprijshausse.

Als onderneming met wereldwijde activiteiten is BP een grote speler op de valutamarkten met een waarde van 5.300 miljard dollar (4.400 miljard euro) per dag. Dollars die worden verdiend met de verkoop van ruwe olie worden omgewisseld in lokale valuta’s om de werknemers te betalen en projecten te financieren, van Azerbeidzjan tot Trinidad. Geraffineerde producten als vloeibaar aardgas (LNG) en kerosine worden verkocht tegen Chinese yuan of Braziliaanse reaal.

De belangrijkste taak van de financiële afdeling van BP is het beheer van de financiële risico’s, inclusief fluctuaties in de rentestanden en de koersen van buitenlandse valuta’s, aldus de website. Maar anders dan bij de meeste ondernemingen wordt de afdeling ook benut als winstmachine. Behalve het afdekken van de risico's mogen de handelaren ook zelfstandig speculeren op de richting die de markten zullen kiezen. Het concern wil niet zeggen hoeveel geld de afdeling verdient.

Valutatransacties

White, die op de markt bekend staat als Tubby, is een van de vijf spot-currency traders die voor BP in Londen werken. Hij en zijn collega’s, van wie de meesten ex-bankiers zijn, beslissen welke firma’s hun valutatransacties mogen uitvoeren. Dat maakt ze tot gewilde klanten voor banken die proberen een deel van deze transacties naar zich toe te trekken en hopen op transacties die de markt in beweging kunnen brengen. Het doorspelen van informatie was een manier om in de gunst te komen, aldus de vier handelaren, die niet bij naam genoemd willen worden, omdat ze nog steeds in deze sector werken.

In een ongedateerd bericht zei een handelaar van een bank tegen BP dat hij op het tijdstip van de zogenoemde ‘WM/Reuters fix’, om vier uur Londense tijd, Australische dollars tegen Amerikaanse dollars zou inwisselen. Deze fix is de koers waarin handelaren over de hele wereld elke dag miljarden dollars aan valuta’s omwisselen ten bate van pensioenfondsen en vermogensbeheerders. Het bericht werd door BP dertig minuten vóór de ‘fix’ ontvangen. Door middel van deze tip attendeerde de afzender BP op een mogelijke koersdaling van de Australische munt.

Op een andere middag kregen BP-handelaren rond drie uur Londense tijd te horen dat banken een uur later dollars tegen yens zouden inwisselen. In een derde bericht, dat ’s ochtends vroeg binnenkwam, meldde een handelaar van een bank dat hij zojuist een hoeveelheid valuta’s van een opkomend land had verkocht, wie de koper was en welke koers hij had bedongen.

De vier banken in Het Kartel controleerden circa 45 procent van de mondiale spot currency-markt, aldus een onderzoek van Euromoney Institutional Investor, zodat de informatie over hun plannen waardevol was. Op sommige dagen werkten ze samen rond de ‘fix’ van vier uur ’s middags, zo blijkt uit de schikkingen met de banken.

Koersmanipulatie

De schikkingen die de banken met de toezichthouders troffen, laten zien dat de handelaren elkaar vlak vóór de deadline van vier uur in chatrooms ontmoetten om hun posities te bespreken, en hoe ze van plan waren te werk te gaan. Soms kwamen ze ook overeen om samen te werken om de wisselkoersen te manipuleren teneinde hun winsten te vergroten – iets wat ze „double-teaming” noemden.

Deze activiteiten en die van andere handelaren gingen ten koste van de 30.000 miljard dollar die beleggingsfondsen over de hele wereld beheren. Hun dagelijkse waarde wordt immers berekend op basis van de ‘fix’ van vier uur. Passieve fondsen die 3.000 miljard dollar beheren, voeren transacties door op dat tijdstip, zodat hun beleggers verlies leden of winst boekten afhankelijk van de mate waarin de koersen werden gemanipuleerd.

Het feestje kwam in oktober 2013 ten einde, toen toezichthouders over de hele wereld bekendmaakten dat ze aantijgingen van misdragingen op de valutamarkt gingen onderzoeken. De vier leden van Het Kartel zijn weg bij hun firma’s, en JP Morgan, Citigroup en UBS behoorden tot de banken die in november een boete kregen. Individuen kunnen ook nog eens een strafrechtelijk vervolgd worden als het Amerikaanse ministerie van Justitie en de Britse anticorruptiedienst SFO hun onderzoeken hebben afgerond.