De mammoetheffer met de naam van een SS’er

Op de Tweede Maasvlakte arriveert morgen de ‘Pieter Schelte’. Het gigantische schip is vernoemd naar Pieter Schelte Heerema, die dienst deed bij de Waffen-SS.

Pieter Schelte Heerema, in SS-uniform. Ongedateerd.
Pieter Schelte Heerema, in SS-uniform. Ongedateerd. Foto NIOD

Het grootste schip ter wereld komt morgen aan in de Prinses Alexiahaven op de Tweede Maasvlakte. Die haven is speciaal uitgediept om het mogelijk te maken dat de ‘Pieter Schelte’ daar komt te liggen om afgebouwd te worden. Dit bijzondere schip – een mammoethefschip van bijna 400 meter lang en 123 meter breed (8 voetbalvelden), geschatte kosten 1,3 miljard euro – kan verouderde en afgeschreven boorplatforms lichten en vervoeren en olie- en gaspijpleidingen in diepzee aanleggen.

Over dit schip werden in 2008 vragen in de Tweede Kamer gesteld omdat een aantal jaren eerder een overheidssubsidie van ruim 800.000 euro ter beschikking was gesteld voor een vaartuig dat de naam Pieter Schelte zou krijgen. Het werd door vragensteller Sharon Gesthuizen (SP) weinig kies gevonden dat een met Nederlands belastinggeld betaald schip naar een oud-SS’er vernoemd zou worden. De minister antwoordde dat de subsidiecommissie niet van het verleden van Pieter Schelte Heerema op de hoogte was geweest, maar voegde er aan toe: „Het mag duidelijk zijn dat ik niet gelukkig ben met namen van schepen die negatieve associaties oproepen.”

‘’Joodsche schachergeest’’

Wie was Pieter Schelte Heerema (1908-1981)? De civiel ingenieur werkt vóór de oorlog bij havenwerken in het buitenland; op de Canarische Eilanden, in Perzië, op Curaçao en in Venezuela. Hij is korte tijd, eind 1935, begin 1936 lid van pro-Duitse Nederlandse splintergroep. Bij aanvang is hij enthousiast, getuige een brief aan de leider van de groep: „Wij, die eens vol trots onze driekleur vertoonden in alle werelddeelen, zijn nu een stervende natie, in de wurggreep van joodsche schachergeest en wankultuur … Dan zal het volk als één man opmarcheren om de kliek van geheimbonders, geestenbezweerders en kromneuzige goochelaars uit elkaar te slaan.” Hij blijft niet lang lid, maar wel trouw aan zijn nazi-beginselen. Als de Duitsers Nederland binnenvallen, is Heerema in Venezuela, waar hij korte tijd wordt vastgezet. Hij keert terug naar Nederland, want hij ziet de Duitsers niet als indringers, integendeel: „De Duitsche legers van heden zijn de dragers van het idee van het behoud van den Germaanschen mensch.” Dat zegt hij half juni 1941 in een openbare rede in Rotterdam over het doel en streven van de Nederlandsche SS. Daar heeft Heerema snel carrière gemaakt en hij zal ook nog een jaar dienst doen bij de Waffen-SS, waar hij aan het Oostfront meestrijdt in de SS-Divisie Wiking.

Heerema is de ideale politieke soldaat, radicaal, met frontervaring én met een behoorlijke opleiding: de SS-top is trots op hem.

Eind mei 1942 komt hij met instemming van zijn directe chef Rauter én SS-leider Himmler terug naar Nederland, want de belangrijke NSB’er Rost van Tonningen heeft hem nodig voor zijn Nederlandsche Oost Compagnie.

Bouwactiviteit in bezette oosten

Heerema zou voor deze NOC de Nederlandse bouwactiviteiten in de bezette gebieden in het oosten moeten coördineren. Dat gebeurde pas na eindeloze onderhandelingen met Duitse opdrachtgevers en Nederlandse ondernemers en uiteindelijk wordt half januari 1943 de Nederlandsche Oostbouw NV (NOB) opgericht. Heerema, die mededirecteur van de NOB geworden is, lijkt het zeer voor de wind te gaan.

De Duitsers hebben veel werkkrachten nodig in het oosten van Europa en Heerema ronselt Nederlandse arbeiders voor hen. Maar hij treedt eigenmachtig, ondisciplinair en zeer solistisch op binnen de NOB, waar een administratieve chaos én corruptie bestaat . Hij weet met iedereen ruzie te krijgen. Rost van Tonningen schrijft op 8 juni 1943 aan Rauter dat de maat vol is met Heerema. Onder meer wegens ‘diziplinwidriges Verhaltens’ ‘unregelmässigkeiten in der Anwendung der Statuten’, en ‘Verhetzung des Personals’. Na een schorsing volgt Heerema’s ontslag.

Hij zou zich nu weer bij de Waffen-SS moeten melden, want hij had per slot van rekening slechts verlof gekregen om de NOC te helpen. Dat doet hij niet direct en Rauter laat het hem op 18 juni scherp weten dat hij zich ogenblikkelijk moet melden.

Celstraf na oorlog

Heerema heeft een beter inzicht in de oorlogskansen dan zijn superieuren en onttrekt zich aan frontinzet, sterker nog: hij duikt onder en wordt naar eigen zeggen lid van een verzetsgroep, de obscure Haagse groep-Vogel Reinaerd. In maart 1944 wijkt hij uit naar Zwitserland, waar hij tot het einde van de oorlog gevangen wordt gezet. In november 1946 wordt Heerema door het Bijzonder Gerechtshof te ’s-Gravenhage veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest. Later trok de Bijzondere Raad van Cassatie daar nog 10 maanden vanaf.

Deze opmerkelijk lage straf is tot stand gekomen, omdat de rechters zich hebben laten overtuigen dat Heerema, na aanvankelijk vurig nationaal-socialist te zijn geweest, in de loop van de bezetting geheel was omgeslagen. En die „zich aan de zijde van de Nederlandse verzetsbeweging heeft geschaard en in die nieuwe positie door het vervullen van gevaarlijke opdrachten zijn leven heeft gewaagd”. Zijn ‘verzetsdaden’ beschrijft Heerema eerst in een rapport in mei/juni 1944 als hij in Zwitserland zit, vervolgens in sterk verfraaide vorm in zijn ‘Verdediging’ voor de bijzondere rechtspleging en daarna zou Egbert Nieuwenhuis van de groep Vogel de ‘verzetsdaden’ nog meer aanzetten.

Uit een brief van deze Nieuwenhuis van 9 mei 1945:

„Eenmaal met ons in contact, heeft hij [Heerema] alles ter beschikking gesteld wat ons interesseerde. Als garantie voor zijn goede trouw gaf hij ons bovendien zijn vrouw en kind. … Hij leverde ons wapens en uniformen, gaf belangrijke berichten door over vergaderingen van SS-officieren, waarbij Himmler tegenwoordig was, opdat wij onze spionnen daarbij konden laten zijn en de R.A.F. in de gelegenheid konden stellen de vergaderplaatsen te bombardeeren; stelde ons sleutels van diverse gebouwen ter hand, publiceerde via ons in de illegale pers, hetgeen hij reeds via diverse kanalen had gedaan vóór hij met onze groep contact had.”

Hoe de rechters dit fantasievolle relaas met droge ogen hebben kunnen lezen, blijft een raadsel, te meer daar onder een getuigenverklaring van dezelfde Nieuwenhuis op 24 oktober 1946 in het Proces Verbaal te lezen valt, „dat aan déchargerende verklaringen van die zijde generlei waarde valt toe te kennen.” Met ‘die zijde’ wordt de hele groep-Vogel bedoeld, waarvan de NIOD-medewerkers In ’t Veld en Van der Leeuw eind jaren 70 vaststelden dat wel erg veel NSB’ers en andere verdachte figuren daarbij gewerkt zouden hebben. De voormalig commandant der Binnenlandse Strijdkrachten, reserve-generaal-majoor H. Koot vertelde het Gerechtshof dat de groep tijdens de bezettingstijd buitengewoon goed werk had verricht. Het was in de eerste jaren na de oorlog niet gebruikelijk vraagtekens bij ‘het verzet’ te plaatsen. En wellicht waren de rechters wel onder de indruk van de welbespraakte intellectuele ingenieur, die zijn SS-verleden zo ruiterlijk toegaf. Het proces tegen de politieke én economische collaborateur die tijdig het zinkende nazi-schip wist te verlaten, kan nog steeds niet anders dan een farce worden genoemd.

Heerema ontliep tweede proces

Heerema kwam vrij en vertrok, heel verstandig, direct naar Venezuela, zodat hij in 1949 niet bij het NOC-proces betrokken was. Daar werden zijn ex-collega’s veroordeeld tot straffen van drie tot acht jaar. In Venezuela rezen weliswaar bezwaren bij Nederlanders daar tegen deze voormalige SS’er, maar dat bleek hem niet te deren.

Zijn activiteiten in Venezuela vormen het begin van wat later het Heerema-imperium zou worden. Eerst sticht hij een aannemingsbedrijf dat zich in waterbouw specialiseert en ontwikkelt hij zoutwaterbestendige betonpalen. In 1962 wordt in Scheveningen Heerema Engineering Service opgericht, dat zich richt op offshore-activiteiten als olie en gasboringen op zee. Het bedrijf wordt groter en groter, maar Heerema zelf blijft in de luwte tot hij in 1964 bekend raakt bij een groot publiek.

REM-eiland

Hij begint dan samen met anderen op het zogenaamde REM-eiland, een voormalig booreiland voor de kust bij Scheveningen, een illegaal televisiestation. Lang zal dat avontuur niet duren, want de Nederlandse regering grijpt na vier maanden in en ontmantelt de televisiezender. Het REM-eiland heeft nu een vredig (derde) bestaan als restaurant in de Amsterdamse Houthaven.

In 1978 kwam naar buiten dat Heerema een meerderheidsbelang bij zijn concurrenten Ballast-Nedam en Stevin probeerde te veroveren en werd in een aantal kranten zijn naziverleden naar voren gebracht. ‘Oud-SS’er koopt aandelen op van twee grote bouw-concerns’, kopte Het Parool.

Pieter Schelte Heerema overleed in 1981 en in de meeste necrologieën werd ook zijn oorlogsverleden vermeld, met de aantekening dat hij daarom nooit echt in de Nederlandse zakenwereld was geaccepteerd. Drie jaar na Heerema’s dood dook zijn naam op tijdens een proces in Hamburg over de vervalste Hitler-dagboeken, waar één van de verdachten, de gewezen Stern-reporter Gerd Heidemann, beweerde dat Heerema grote belangstelling voor die dagboeken had getoond. Hij zou er ook miljoenen guldens voor over hebben gehad om de wereld een beter beeld van Hitler te tonen.

Na zijn dood speelde zich binnen de familie een koningsdrama af, want de vijf zoons van Heerema hadden slaande ruzie over de erfenis, een ruzie die jaren zou duren. Een van de zoons, Edward Heerema, is directeur van offshorebedrijf Allseas, dat eigenaar is van de mammoetheffer Pieter Schelte.