De dwergen dwalen stijlvast door de bergen

Alsof het surrealisme nooit is weggeweest – zo vreemd en vertrouwd tegelijkertijd voelt de Catalaanse film La distancia van regisseur Sergio Caballero . Tot en met de Russische voice-over en de cyrillische credits aan toe doet de film er alles aan om te lijken op een variant van een teruggevonden werk van Andrei Tarkovski. Maar drie telepathisch begaafde dwergen die uit een verlaten Siberische krachtcentrale het kunstwerk ‘De afstand’ moeten stelen lijken dan weer weggelopen uit een droom van David Lynch. Maar ondanks die grabbelton aan invloeden en inspiratiebronnen is La distancia ook stijlvast, origineel en verfrissend. Het is vooral de doorgevoerde, bijna rituele ernst die de film zo ‘unheimlich’ maakt.

Regisseur Caballero trekt zich weinig aan van hokjes, genres of conventies. Hij werkt in uiteenlopende kunsten (hij is onder andere oprichter van het baanbrekende elektronischemuziekfestival Sónar in Barcelona) en beschouwt film als een compositie, een popsong zonder zang, een landschap of een luikje in zijn hoofd. En daar moeten we als toeschouwers dan maar doorheen gaan en vol vertrouwen in het zwarte gat van zijn fantasie springen.

Daar treffen we geheimzinnige mutanten aan, Japans haiku’s citerende vuurtonnen, luisteren we naar een geluidsband die misschien wel helemaal niet bij deze film hoort, en is het perspectief soms zo vervormd dat de drie dwergen groter lijken dan de bergen waar de energiecentrale in verborgen ligt. Niets is wat het lijkt, en toch past alles wonderwel in elkaar. Je kunt je er metaforisch op uitleven. Maar eigenlijk heb je tijdens het kijken genoeg aan de absurditeit van metafysica en mysterie.