Absolute onderwerping aan islam en de man als toppunt van geluk

Het schrikbeeld van Michel Houellebecq gevisualiseerd in een bewerkte foto: de skyline van Parijs wordt niet langer gedomineerd door de Eiffeltoren maar door minaretten.
Het schrikbeeld van Michel Houellebecq gevisualiseerd in een bewerkte foto: de skyline van Parijs wordt niet langer gedomineerd door de Eiffeltoren maar door minaretten.

Frankrijk is een islamitisch land. De werkloosheid is zo goed als verdwenen, omdat bijna alle vrouwen weer thuis achter het aanrecht staan. Boven de ingang van de Sorbonne – Université Paris III is een vergulde ster en maansikkel aangebracht. Hoogleraren hebben zich tot de islam bekeerd, secretaresses dragen een hoofddoek. Polygamie is toegestaan.

Het geweld in de buitenwijken is zo goed als verdwenen. Van de media geen nieuws. Het onderwijsbudget is afgeslankt, de leerplicht geldt tot twaalf jaar, de Koran wordt onderwezen en meisjes gaan naar de huishoudschool. De waarden van de familie gelden als basis van de samenleving, waardoor de sociale lasten met 85 procent zijn gedaald. De democratisch gekozen, charismatische president Mohammed Ben Abbes heeft een islamitisch rijk voor ogen dat de grootte van het Romeinse overtreft. Hij begint onderhandelingen met Marokko, Algerije, Tunesië, Egypte en Libanon ter voorbereiding van hun toetreding tot de EU. De Franse economie doet er weer toe: nu het land tot de bevriende naties behoort, hebben de olieproducerende Arabische landen hun geldkranen wijd opengedraaid.

Dat is het Frankrijk dat Michel Houellebecq schetst in zijn nieuwe roman, Soumission (Vertaald: ‘Onderwerping’ of ‘overgave’, wat ook het Arabische woord ‘islam’ betekent). Na twee termijnen Hollande zijn de presidentsverkiezingen in 2022, tussen Marine Le Pen en de leider van de Moslimbroederschap, Mohammed Ben Abbes, door de laatste gewonnen, met steun van een ‘breed Republikeins front’. De media hadden niets aan zien komen, „hun gebrek aan nieuwsgierigheid was werkelijk een zegen voor intellectuelen”. De verkiezingen werden verstoord door bloedige terroristische aanslagen, het leger werd ingezet, een burgeroorlog dreigde. Inmiddels is de rust weergekeerd.

De politieke what if-toekomstfabel van Houellebecq wordt verteld vanuit het perspectief van François, een 44-jarige docent aan de Sorbonne. Het is een typische Houellebecq-hoofdpersoon: een weinig ambitieuze, cultuurpessimistische, treurige eenling voor wie liefde niets anders is dan „dankbaarheid voor het seksuele genot dat een vrouw hem geeft”.

Woontorens

Als François uit zijn raam kijkt, ziet hij woontorens met duizenden appartementen, voor het grootste deel bewoond door één persoon. „Ik had, net zomin als de meesten van die mensen, een échte reden om mezelf te doden”, schrijft Houellebecq. Het is een regel die je terugvindt in Before landing, zijn expositie in het Pavillon Carré de Baudouin in Parijs, waar hij foto’s en citaten uit zijn oeuvre met elkaar verbindt.

Intellectueel gezien bereikte François zijn hoogtepunt met de publicatie van zijn proefschrift over de Frans-Nederlandse 19de-eeuwse symbolist en estheticus Joris-Karl Huysmans. De uitgever van de prestigieuze Pléiade-reeks verzoekt hem een deel over Huysmans te bezorgen en hij duikt opnieuw in het werk van de man die zich op 44-jarige leeftijd tot het rooms-katholicisme bekeerde. Dit maal weet hij „het enige échte onderwerp van Huysmans” te definiëren: „het burgerlijke geluk [...] zo pijnlijk onbereikbaar voor de single”, „een vrolijke maaltijd met een pot-au-feu, een goede wijn en een rokertje”, terwijl het buiten stormt.

De parallel tussen beide mannen springt in het oog. In hun smachten naar geborgenheid nemen ze een vergelijkbare beslissing. François, die de moslimrector eerst zijn ontslag heeft aangeboden, keert terug op zijn schreden. Bij zijn onderhandelingen over het voortzetten van zijn aanstelling aan de islamitische Sorbonne, worden hem drie jonge vrouwen beloofd.

Uit zijn seksuele misère, uit zijn diepe eenzaamheid verlost worden door drie maagden die nog lekker voor hem koken ook – wat wil hij nog meer? Bevindt „toppunt van geluk zich niet in de meest absolute onderwerping (soumission)”? Die „van de vrouw aan de man en die van de man aan de god van de islam”?

De bekering tot de islam blijkt een simpele kwestie, een cosmetische ingreep, ogenschijnlijk zonder impact. De enigen die er in de nieuwe samenleving echt op achteruit gaan zijn de vrouwen. Maar zoals gebruikelijk geeft de auteur de vrouw, in zijn oeuvre synoniem met object, seks en genot, geen serieuze stem.

Echt pijn doen, echt provoceren – dat doet Houellebecqs nieuwe boek, alle discussie voorafgaand aan publicatie ten spijt, niet. Wat je schokt is eerder de gelatenheid waarmee zijn Frankrijk zich schikt naar haar nieuwe politieke en religieuze machthebbers. Frankrijk is dermate wanhopig, verwend en uitgehold dat niemand zich werkelijk opwindt. Europa verkeert „in staat van weerzinwekkende ontbinding”. „Ik houd van Frankrijk, ik houd van kaas”, snikt de Joodse minnares van François pathetisch als ze het land definitief verruilt voor Israël.

Propaganda over islam

Frankrijk neemt de propaganda over „de islam als een nieuw, verenigend humanisme” voor zoete koek aan, sterker nog zij hervindt een „optimisme dat ze een halve eeuw niet gekend had”, de president wordt bejubeld om zijn ‘staat van genade’. Natuurlijk, net als de vrouw verliest Frankrijk haar zelfstandigheid, haar traditie, haar westerse waarden, maar ‘fuck autonomy’: heeft François ook niet „met groot gemak en zelfs met opluchting zijn verantwoordelijkheden opgegeven”?

Soumission heeft niets van de apocalyps die Houellebecq schetste in Mogelijkheid van een eiland of van de milde toekomstvisie op een land dat verandert in een museum, zoals in De kaart en het gebied. Het is geen briljante roman – daarvoor is hij te schematisch, te artificieel. Het is ook geen pontificale aanval op de islam in de geest van eerdere uitspraken van Houellebecq – integendeel. Soumission heeft nog het meeste weg van een politieke ideeënroman met een wake-up call: wat hebben wij eigenlijk over voor het voortbestaan van onze beschaving en onze democratie?