Wisselkoers

1 euro = 1,19 dollar. Wat betekent dat?

epa04393774 An illustration picture shows a euro coin next to a US dollar bill in Cologne, Germany, 10 September 2014. The euro on 09 September fell to a new 14 month low, costing 1.2860 US dollars. EPA/OLIVER BERG
epa04393774 An illustration picture shows a euro coin next to a US dollar bill in Cologne, Germany, 10 September 2014. The euro on 09 September fell to a new 14 month low, costing 1.2860 US dollars. EPA/OLIVER BERG Foto EPA

Gunstig voor de economie, jammer voor vakantiegangers: de koers van de euro tegenover de Amerikaanse dollar is deze week gezakt naar het laagste niveau sinds begin 2006. In mei 2014 was een euro 1,40 dollar waard, nu nog maar $1,19.

 

De daling geeft de Europese economie per saldo de wind in de rug, vooral omdat de exportpositie erdoor verbetert: Europese producten worden goedkoper in het buitenland, met name in de Verenigde Staten en landen die hun munt aan de dollar hebben gekoppeld.

Pech dus, als je net een shoppingtrip naar New York in de planning hebt - wat je vorig jaar en nu betaalt voor je sneakers, iPad en dagcrème:

Het gebruikelijke nadeel, hogere invoerprijzen en dus een hogere inflatie, is ditmaal geen probleem. Integendeel: de landen van de eurozone kunnen die hogere inflatie juist goed gebruiken.

Waarom daalt de euro? Drie redenen.

1. De plannen van de ECB

Beleggers verwachten dat de ECB dit jaar overgaat tot een agressiever monetair beleid om de inflatie aan te jagen. Daarbij zou de bank meer euro’s in omloop brengen, door staatsleningen van eurolanden op te kopen. De Amerikaanse centrale bank voerde dit beleid de afgelopen jaren al, maar is daar nu juist mee gestopt.

De ECB overweegt bovendien de rente te verhogen. Het renteverschil tussen Europese en Amerikaanse staatsleningen is het afgelopen jaar dan ook flink opgelopen. In de VS bedraagt deze rente nu 2,1 procent, in Duitsland nog maar 0,5 procent. Op Amerikaanse leningen krijgen beleggers meer rente, dat maakt de dollar aantrekkelijker.

Na 22 januari, de eerstvolgende vergadering van de ECB, hopen beleggers te weten of en wanneer tot het nieuwe opkoopbeleid wordt overgegaan. De verdeeldheid binnen de ECB is overigens groot. Met name Duitsland heeft grote bedenkingen, samen met Nederland en een paar andere noordelijke landen, maar zij zijn in de minderheid.

2. Griekenland krijgt misschien een zeer linkse regering

Tweede factor zijn de Griekse verkiezingen op 25 januari. Beleggers vrezen winst voor het linkse Syriza-blok. Dat stelt zich teweer tegen de zware bezuinigingen en hervormingen die Griekenland moet doorvoeren in ruil voor de financiële steun, die het land sinds vijf jaar geniet. Een zege voor Syriza zou speculatie kunnen losmaken over een Grieks vertrek uit de euro en zou zo de zojuist bezworen eurocrisis kunnen doen oplaaien. Dat risico maakt de euro minder gevraagd.

3. De dollar is steeds sterker

De derde factor is de kracht van de Amerikaanse dollar zelf. Die stijgt niet alleen ten opzichte van de euro maar ook tegenover de munten van tal van andere landen – vooral van de grondstoffenexporteurs.

Valutakoersen zijn onvoorspelbaar. Maar als de euro in dit tempo doorzakt, lijkt het een kwestie van dagen voordat de 1,17 dollar per euro wordt bereikt. Dat was de koers waarop de euro in 1999 zijn bestaan begon. De volgende memorabele wisselkoers is nog ver weg: dat is als één euro precies één dollar waard is. Dat was van begin 2000 tot halverwege 2002 het geval, maar is sindsdien nooit meer voorgekomen.