Wetenschappers stellen regels op voor opzet van gezondheidstests

Van gezondheidstests op internet die ziekte of dood voorspellen is vaak niet bekend hoe goed ze zijn. „De afgelopen jaren was er een wildgroei aan deze voorspelmodellen. En of het klopt wat ze voorspellen is vaak onduidelijk.”

Dat zegt hoogleraar klinische epidemiologie Carl Moons van het Julius Centrum van het UMC Utrecht. Met een dertigtal binnen- en buitenlandse collega’s en een aantal redacteuren van wetenschappelijke tijdschriften, publiceerde hij gisteren 22 regels waaraan een wetenschappelijke publicatie over zo’n test minimaal moet voldoen.

Elf belangrijke medisch-wetenschappelijke tijdschriften publiceren de richtlijn vandaag, gelijktijdig. Zo’n gezamenlijke actie van tijdschriftredacties is uitzonderlijk.

Het is niet een checklist waarmee iedereen kan nagaan of een test die hij op internet vindt, of die in een app zit, een goede voorspeller voor ziekte of dood is. Het gaat hier om regels waar een wetenschappelijke publicatie over de constructie van zo’n test aan moet voldoen. Dat verslag moet zo helder zijn dat anderen kunnen controleren of het voorspellende model doet wat de makers beloven.

Lang niet iedere online gezondheidstest heeft een wetenschappelijke publicatie. Moons ziet het als een begin. Hij vindt dat voorspellende modellen en tests eigenlijk, net als medicijnen, van te voren scherp beoordeeld moet worden op hun werking.

Het gaat niet alleen om tests op internet die voorspellen hoeveel levensjaren je wint als je gezonder gaat leven. Ook in ziekenhuizen zijn veel voorspelmodellen in gebruik.