Venezuela gaat rampjaar tegemoet

Het socialisme van Venezuela drijft op olie-exporten. Het model staat op instorten nu de olieprijs al maandenlang daalt. President Maduro is deze week op bedelreis in China.

Venezolanen staan in de rij voor een supermarkt in de hoofdstad Caracas. De populariteit van de linkse president Nicolás Maduro staat onder druk door de aanhoudende schaarste in de winkels.
Venezolanen staan in de rij voor een supermarkt in de hoofdstad Caracas. De populariteit van de linkse president Nicolás Maduro staat onder druk door de aanhoudende schaarste in de winkels. Foto Reuters

Pal voor Kerst konden de Venezolanen met staatskorting Schotse whisky en Canadese kerstbomen krijgen. Maar ondertussen waren bakolie, melk of luiers nog altijd nauwelijks te krijgen. En waren boodschappen door de hoge inflatie sowieso niet meer te betalen. „We bedelen om voedsel, medicijnen, om luiers voor de kinderen – we moeten nu om alles bedelen”, zei ambtenaar Ángela Torres onlangs tegen de Britse Financial Times. „De inflatie vreet ons op.”

Venezuela zit aan de grond. In de laatste dagen van december kwam de centrale bank na een lange periode van zwijgen met cijfers. Die logen er niet om. Venezuela, het olierijkste land ter wereld, zit na drie kwartalen krimp van tegen de 5 procent in een diepe recessie. De inflatie bedraagt er 63,6 procent. Vrijwel tegelijkertijd werd bekend dat Venezuela op Honduras na in 2014 het meest gewelddadige land ter wereld was, met 82 moorden per 100.000 inwoners.

De Venezolanen hebben dan ook geen reden om uit te kijken naar het nieuwe jaar. In plaats daarvan zetten ze zich schrap voor wat zonder twijfel een rampjaar gaat worden. De lage olieprijs duwt het land sinds juni versneld naar de rand van de economische en politieke afgrond. Venezuela importeert 75 procent van zijn goederen en is daarvoor vrijwel geheel afhankelijk van de olieprijs. Die moet boven de 94 dollar per vat zijn, wil Venezuela zijn boeken op orde krijgen, niet iets boven de 50 dollar, zoals nu.

Bedelstaf

Weliswaar had Venezuela door jarenlang economisch wanbeleid ook voordien al te kampen met een hoge inflatie, hoge criminaliteit en schaarste aan allerlei boodschappen, maar de halvering van de olieprijs brengt de Venezolanen nu aan de bedelstaf.

„De dalende olieprijs komt op het slechtste moment in de geschiedenis van het Chávisme”, zei de president van Venezuela’s voornaamste onderzoeksbureau, Datánalisis. Hij refereerde aan het economisch beleid van Hugo Chávez, de charismatische socialistische leider die in 2013 overleed, en die met zijn retorisch vuur, sociale programma’s en ruime subsidies op voedsel en benzine (die verkocht wordt onder de productieprijs) de Venezolanen in zijn ban hield. Chávez profiteerde van de hoge olieprijs.

De regering van opvolger Nicolás Maduro heeft die luxe niet. Afgelopen weekend vertrok Maduro voor een bedelreis van een week naar China en de OPEC-landen. China is Venezuela’s voornaamste financier: het leende sinds 2007 zo’n 50 miljard dollar in ruil voor toekomstige olieleveranties. Bij de OPEC wil Maduro gedaan krijgen dat de productie omlaag gaat, zodat de olieprijzen weer stijgen. Maar een eerdere poging daartoe leverde dit najaar niets op.

Binnenslands kondigde Maduro plannen aan dat hij in 2015 hervormingen wil doorvoeren in wisselstelsel en economie. Specifieker was hij niet. Tot nu toe heeft de president steeds geweigerd iets te doen aan de vastgepinde dollarkoers van 6,3 bolivar, en aan het drievoudige wisselsysteem waarmee de staat de prijzen probeert te beheersen.

Ook wil hij de munt niet devalueren, terwijl een dollar op de zwarte markt meer dan 100 bolivar kost. Volgens Maduro is Venezuela het slachtoffer van een „economische oorlog” van de oppositie en de zakenelite, gesteund door Washington. In zijn nieuwjaarstoespraak gebruikte hij die term volgens een waarnemer maar liefst 63 keer.

Maduro’s reis zal zijn problemen niet oplossen. De president zit in het nauw. De Bolivar devalueren zou hem op een enorme volkswoede komen te staan. Maar met zijn snel slinkende reserves kan hij de subsidies op voedsel en benzine niet langer meer blijven betalen, en op termijn ook zijn internationale aflossingsverplichtingen niet meer nakomen – met een faillissement en herstructurering van Venezuela’s schulden als gevolg.

Massale protesten

Nog maar 22 procent van de Venezolanen staat achter de president. Maar massale, gewelddadig neergeslagen protesten in het begin van 2014, waarbij 43 doden vielen, lieten zien dat Maduro er niet voor terugschrikt zijn positie met harde hand te verdedigen. De radicaalste van de twee rechtse oppositieleiders, Leopoldo López, werd in februari gearresteerd en zit nog steeds gevangen. Het proces tegen hem vindt traag en achter gesloten deuren plaats. De baas van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in Latijns-Amerika, José Miguel Vivanco, sprak van „een alarmerend patroon van machtsmisbruik dat het ergste is dat we in Venezuela in jaren zagen”.

In zijn toespraken bij demonstraties en op tv doet de houterige Maduro zijn uiterste best het revolutionair vuur van zijn voorganger Chávez brandende te houden. Maar het lukt hem zelfs niet de eenheid in eigen gelederen te bewaren. De PSUV, de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela die door Chávez in 2006 werd gesmeed uit verschillende linkse partijen, fragmenteert snel. Oude facties leveren openlijk kritiek op Maduro en diens aanhang onder de armen slinkt.

In zijn nieuwjaarstoespraak hield de president de moed er in. „Deze economische oorlog, deze daling in de olieprijzen; ze zijn een grote kans voor economische verandering”, zei hij, zonder te melden wat hem voor ogen stond.

„Het wordt een jaar van extreme schaarste”, zuchtte de Venezolaanse econoom Angel García Banchs tegen de Amerikaanse zender CNBC over 2015. „Wat Venezuela te wachten staat is chaos die waarschijnlijk tot plundering en barbarij zal leiden.”