Jefremovs betalen vlucht uit Oekraïne met bittere armoe

Rusland ontvangt vluchtelingen voor het geweld in Oekraïne met open armen. Maar hun leven is er zwaar.

Olga Morgoenova, nu in Dmitrov. Schoonzoon Aleksej Jefremov (midden) en zijn kinderen Liza en Aleksandr.
Olga Morgoenova, nu in Dmitrov. Schoonzoon Aleksej Jefremov (midden) en zijn kinderen Liza en Aleksandr. Foto Konstantin Salomatin

Deze Kerst blijven de Jefremovs maar thuis. In Oekraïne zouden ze langs de deuren gaan met de koetja: een rijkversierde kerstpudding van gezoete rijst, noten en honing. Een traditie aan de vooravond van het orthodoxe Kerstfeest, dat op 7 januari valt. Maar nu zijn ze in Rusland en om een of andere reden heeft niemand hier van de traditie gehoord. „We hebben dus geen plannen”, zegt Aleksej.

Aleksej, Tatjana en hun twee kinderen behoren tot de honderdduizenden Oekraïners die de afgelopen maanden de oorlog in hun land zijn ontvlucht. De Russische bevolking ontvangt ze met open armen. Maar strenge regels uit Moskou maken het leven er niet eenvoudiger op. Veel Oekraïense vluchtelingen leven in bittere armoede.

De Jefremovs wonen in Dmitrov, een vriendelijk provinciestadje ten noorden van Moskou. Houten huizen in vrolijke kleuren steken helder af tegen de maagdelijk witte sneeuw. Deze week zal het kwik uitkomen op 20 graden onder nul.

Toen de Jefremovs hier aankwamen was het augustus, en vielen de mussen van het dak. Een dag lang hadden ze in een snikhete trein gezeten. Toen ze in Moskou op het perron stapten, klonk er ineens een doffe knal. „De kinderen lagen zowat plat op de grond”, beschrijft Aleksej hun reactie. „Daar keek men hier wel van op.”

Aleksandr (13) en Liza (7) waren niet voor niets zo zenuwachtig. Vachroesjevo ligt op een steenworp afstand van Grabovo, de plaats in het oosten van Oekraïne waar op 17 juli vlucht MH17 neerstortte. Na de crash opende het Oekraïense leger een offensief in het gebied en werd er hevig gevochten. Iedere dag hoorde Tatjana het gebulder van de kanonnen. Dagenlang zaten ze in de kelder. „Angstaanjagend”, zegt Tatjana. „’s Nachts deed je geen oog dicht”.

Tijd om te vertrekken

Gelukkig kwamen er geen granaten neer op Vachroesjevo. Maar op een dag in augustus zag Tatjana hoe lokale strijders een zware houwitser versleepten naar de top van de oude steenberg, voorbij het einde van de straat. Als de separatisten het vuur zouden openen, wist Tatjana, zou het Oekraïense leger zeker terugschieten. „Toen was het tijd om te vertrekken.”

Vier maanden later wonen de Jefremovs in een benauwde Sovjetflat: Aleksej, Tatjana, de kinderen, en Tatjana’s ouders Olga en Aleksandr Morgoenov. Zes mensen in een tweekamerappartement.

De flat is van Aleksandrs zuster. „Zij heeft ons daar weggehaald”, zegt Olga (53). „Zij onderhoudt ons nu.”

Aleksandr knikt. Reddingswerker was hij, in de steenkolenmijnen van Krasny Loetsj. Gevaarlijk en veeleisend werk. Mijnwerkers gaan op hun vijftigste met pensioen. Nu probeert Aleksandr (54) zwart bij te verdienen in de bouw. „Het is niet prettig voor een man te moeten zeggen dat hij niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien”, zegt hij somber. Hij kijkt op naar zijn vrouw. „We moeten ander werk vinden.”

Olga: „Misschien als de vergunning er eenmaal is.”

Net als veel andere Oekraïners heeft de familie Jefremov geen vluchtelingenstatus. De Russische regering probeert de vluchtelingen zo goed mogelijk over Rusland te verdelen. Maar veel inwoners van de Donbas kiezen voor Moskou, het economische centrum van Rusland, waar de salarissen hoger liggen dan in de provincie. „Bij de immigratiedienst was er een quotum voor twintig vluchtelingen”, vertelt Aleksej. „Het aantal aanmeldingen lag boven de zevenhonderd.”

Zonder status is het moeilijk om werk te vinden. De lokale bevolking koestert warme gevoelens voor het Oekraïense ‘broedervolk’, maar niemand heeft trek in problemen met de autoriteiten. „Als je belde voor een baan, dan was de eerste vraag of je uit Oekraïne kwam”, vertelt Aleksej. „Als je ja zei, werd er meteen opgehangen.”

Zowel Aleksej als Tatjana heeft intussen een werkvergunning bemachtigd. Maar daarvoor hebben ze wel flink moeten betalen: niet alleen voor het document zelf, ook voor de medische keuringen die daarvoor nodig zijn. Aleksej schat de kosten op zo’n 10.000 roebel (zo’n 150 euro). Veel geld, als je bedenkt dat Tatjana – laborante in Oekraïne – als schoonmaakster in Dmitrov hooguit 450 euro per maand verdient. „Om een werkvergunning te krijgen heb je geld nodig”, vat Aleksej samen. „Maar om geld te verdienen moet je werk hebben.”

Freelance taxichauffeur

Aleksej werkte tot juli in de kolenmijn. Nu is hij freelance taxichauffeur. Als hij een heel goede dag heeft, verdient hij 2.000 roebel (30 euro). Maar meestal komt hij thuis met een paar honderd roebel op zak. Net genoeg om wat eten van te kunnen kopen”, zegt Aleksej.

Als taxichauffeur komt hij voortdurend landgenoten tegen – zelfs in Dmitrov. Inwoners van de Donbas, zoals hij. Maar ook vluchtelingen uit het westen van Oekraïne. Velen hebben geen trek in oorlog en wijken uit naar Rusland. Aleksej spreekt ze geregeld. „Sommigen zijn geharnaste nationalisten. Zombies. Maar er zijn ook veel normale mensen, die net zomin oorlog willen als wij.”

Zoals de overgrote meerderheid van de inwoners in de Donbas zijn de Jefremovs etnische Russen. De oorlog hadden ze niet gewild, en aansluiting bij Rusland stond nimmer op hun politieke agenda. De revolutie op de Maidan in Kiev volgden ze op de televisie – met groeiend onbehagen. Schoonvader Aleksandr zag op tv hoe tientallen pro-Russische betogers omkwamen, nadat er brand uitbrak in het vakbondshuis van Odessa. „De nationalisten die die mensen de dood in hadden gejaagd werden op de Oekraïense televisie ‘goede patriotten’ genoemd. Oekraïne is gek geworden, dacht ik toen.” Even later kreeg hij een hartinfarct.

Aleksandr en zijn vrouw Olga willen snel terug naar huis. „Het liefst zo snel mogelijk”, zegt Olga. Maar Aleksej en Tatjana zijn vastbesloten om een leven op te bouwen in Rusland – al hebben ze nog geen vaste voorstelling van hoe dat eruit zal zien. „Goed onderwijs voor mijn kinderen”, zegt Tatjana uiteindelijk als ik haar vraag naar haar dromen. Aleksej kan niets verzinnen. „Het hoofd boven water houden. Andere gedachten zijn er niet.”