Europa naar politieke unie

Het is een al haast versleten constatering. De Europese Unie wordt voor de aangesloten landen steeds meer binnenland. Keerzijde hiervan is dat binnenlandse politiek in de afzonderlijke lidstaten steeds meer de Europese Unie in haar totaliteit raakt. Zie de aankondiging vorige week van vervroegde parlementsverkiezingen in Griekenland. Het woord ‘Grexit’ dook opnieuw op en de reacties van politici uit de rest van Europa bleven niet uit. Waar nationale verkiezingen tot voor kort door het buitenland toch vooral als een puur binnenlandse aangelegenheid werden beschouwd, is dat tegenwoordig nauwelijks meer het geval. Mensen als de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker of de Finse premier Alexander Stubb maakten de afgelopen week onomwonden duidelijk dat de Grieken niet moeten kiezen voor partijen die af willen van het afgesproken hervormingsprogramma.

Het gaat bij Griekenland om een land dat qua bevolkingsomvang en bruto binnenlands product binnen het Europese geheel een zeer bescheiden plaats inneemt. Desondanks kijken alle belangrijke spelers binnen de Europese Unie met grote belangstelling naar de politieke ontwikkelingen in dat land.

Het illustreert de voortschrijdende onderlinge verwevenheid binnen de Europese Unie, die allang niet meer louter economisch van aard is. Hoewel in Nederland premier Rutte graag het tegendeel beweert, wordt de Europese politieke unie meer en meer een feit.

Dat zal later dit jaar blijken als behalve in Griekenland elders binnen de Europese Unie nationale verkiezingen worden gehouden. Volgens de huidige stand van zaken gaan nog minstens zeven andere lidstaten van de Unie naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. Het gaat hierbij onder andere om Spanje en Portugal; landen die net als Griekenland financieel zijn gesteund door Europese noodfondsen in ruil voor hervormingsprogramma’s. Daardoor zijn hun verkiezingen in zekere zin ook ‘onze’ verkiezingen.

Het Verenigd Koninkrijk neemt een aparte plaats in. Daar worden begin mei verkiezingen gehouden waarbij de positie van het land binnen de Europese Unie een belangrijk verkiezingsthema zal vormen. Temeer daar de Britse premier Cameron over dit onderwerp een referendum in het vooruitzicht heeft gesteld. Het is duidelijk dat de Europese Unie tot die tijd niet anders kan dan uiterst behoedzaam opereren ten aanzien van de Britten. Wat dit voor de slagvaardigheid van de Unie betekent, laat zich raden.