EU, zoek het maar uit, zeggen de Turken

Serkan verexcuseert zich. Hij is ook uitgenodigd, maar gaat niet mee naar de borrel van de EU-delegatie in Ankara. Er zijn vanavond belangrijkere evenementen waar de diplomatiek redacteur van een groot Turks dagblad zijn gezicht moet laten zien. De borrel van de Israëliërs onder meer. „Tien jaar geleden was dat anders geweest”, zegt hij nog bij het afscheid nemen. „Toen had de EU meer gewicht.”

Ik wandel alleen naar het hotel waar een kleine cocktail wordt gehouden voor de ontvangst van een groep journalisten uit EU-lidstaten. Het is een paar dagen nadat president Erdogan van Turkije heeft gezegd dat de EU „zich met haar eigen zaken moet bemoeien”, in reactie op kritiek nadat hij onder meer de hoofdredacteur van Zaman, de grootste krant, liet oppakken. Namens de regering is er niemand.

Aan iedere statafel met diplomaten valt vanavond hetzelfde te beluisteren. Soms klinkt het gelaten, soms gefrustreerd: de EU heeft in de Turkse hoofdstad aan belang ingeboet. Het doet er minder toe wat de EU vindt. De onderhandelingen tussen Turkije en de EU duren al zo lang en gaan om redenen die weinig met de inhoud van de onderhandelingen te maken hebben zo ontzettend traag, dat de Turkse regering en met haar de meerderheid van de bevolking heeft geconcludeerd dat de deur naar Europa dichtzit. Het blok van christelijke EU-landen laat moslimland Turkije er toch nooit in, waarom dan blijven aankloppen?

Turkije is recordhouder in het EU-voorportaal. In 1963 werd het eerste associatieverdrag met de EU gesloten. In 1999 werd Turkije kandidaat-lid. Nog voor onder meer Kroatië, dat inmiddels is toegetreden. Sinds 2005 wordt onderhandeld, maar nog nooit gingen onderhandelingen zo langzaam als bij Turkije.

De volgende dag doet Erdogan een uitspraak waar zelfs diplomaten die bij de EU werken instemmend bij knikken. „Turkije is niet de portier van Europa”, zegt hij. Een land dat alleen maar gedienstig aan de deur staat, maar zelf niet naar binnen mag. Die opmerking is ook vrij letterlijk te nemen. Turken hebben nog steeds een visum nodig voor landen in de Europese Unie. Dat verkrijgen is een tijdrovende papierwinkel.

Erdogan werd nadat hij in 2003 als premier aan de macht kwam eerst gewantrouwd, later omarmd als premier die belangrijke stappen zette voor de democratisering van het land. De cultuurverschillen tussen Turkije en EU-landen deden er niet zoveel toe. De overeenkomsten werden benadrukt. Netwerken kan ook prima zonder alcohol. En als de EU ergens commentaar op had, dan werd meestal geluisterd.

Bij gebrek aan vooruitgang in de relatie groeit de kloof en zet Turkije stappen terug. Het regime van Erdogan leidt aan ziektes die de kop opsteken bij machthebbers die te lang regeren en te weinig tegenspraak krijgen. Er zijn corruptieaffaires, doofpotten en angst voor een mondige bevolking. De politie grijpt hard in bij demonstraties. Regeringsleden hebben steeds meer bodyguards. Het nieuwe presidentieel paleis met 1.200 kamers aan de rand van Ankara lijkt vooral tot doel te hebben de president te verheerlijken.

In de hoofdstad Ankara wordt het er daardoor niet gezelliger op. Contacten tussen diplomaten en ambtenaren lopen stroef. Intussen zitten op ieder niveau mensen van de conservatieve AK-partij van Erdogan. Niemand durft iets anders te zeggen dan de president. En die heeft momenteel een duidelijke boodschap: EU, als je ons niet wilt, zoek je het maar uit.