De man met een gaatje in zijn hoofd

Als student geloofde Bart Huges dat je eeuwig high kon zijn, door een gaatje in je schedel te boren. Hij deed het, precies vijftig jaar geleden. In het archief van fotograaf Cor Jaring werden onlangs kleurenfoto’s gevonden.

Op 6 januari 1965 voerde student medicijnen Bart Huges een lang aangekondigd experiment uit. Hij boorde een gaatje in zijn schedel, in de hoop op permanente geestverruiming.
Op 6 januari 1965 voerde student medicijnen Bart Huges een lang aangekondigd experiment uit. Hij boorde een gaatje in zijn schedel, in de hoop op permanente geestverruiming. Foto’s Cor Jaring

Tegen Bart Huges kon je rustig zeggen dat hij een gaatje in zijn hoofd had, want dat klopte. Op 6 januari 1965, vandaag op de kop af vijftig jaar geleden, klonk in een bovenwoning aan de Amsterdamse Herenstraat het geluid van een boortje.

Rrrrrrrrrrrrrr. Bart Huges hield het apparaat tegen zijn schedel. Aan de voorkant.

Er was één getuige bij: fotograaf Cor Jaring. Johnny van Doorn, magisch dichter, had hem telefonisch getipt. „Ga naar hem toe, als de weerlicht”, zei Van Doorn met galmende stem „en ik voorspel je duizenden guldens opbrengst van de wereldschokkende foto’s die je bij Bart kunt maken.”

Jaring legde de schedelboring met zijn camera vast en beschreef haar drie jaar later in zijn boek Je bent die je bent.

„Een vreselijk geluid. Een droog geratel bijna. Maar dat duurt slechts een paar seconden. Dan dringt de boor door de huid van Huges’ voorhoofd, het been in. Het geluid wordt voller, zachter zoevend. Dan plotseling: bloed!”

De 31-jarige Bart Huges had zijn psychedelische experiment al eerder willen uitvoeren. In aanwezigheid en met behulp van zijn kennissen uit de Amsterdamse scene uit de jaren zestig. Simon Vinkenoog, de dichter. Louis van Gasteren, de cineast. Jasper Grootveld, Provo en anti-rookmagiër. Simon Posthuma, beeldend kunstenaar. Ze dachten dat Bart een grap maakte, maar toen ze doorkregen dat het hem ernst was, pakten ze zijn boor af. Te gek kon ook té gek zijn.

Bart Huges, medicijnstudent die niet voor zijn examens zou slagen, geloofde in de geestverruiming die schedelboring, trepanatie, zou veroorzaken. Hij had een eigen theorie ontwikkeld, zoals hij ook zijn opvattingen had over de werking van lsd – hij was gebruiker sinds 1958. Wie high is, meende Huges, moet veel suiker gebruiken om de hersenen van voldoende glucose te voorzien.

Bart en zijn vrouw noemden hun dochtertje Maria Juana. Volwassenheid beschouwde hij als een ziekte. Hij geloofde ook dat een stukje appel in de vagina zwangerschap kon voorkomen. Appelzuur zou daarvoor zorgen.

Cor Jaring maakte meer dan tachtig foto’s van de schedeltrepanatie. De zwart-witopnamen werden wereldberoemd en Johnny van Doorn kreeg gelijk. Jaring verdiende – voor het eerst – goed met zijn foto’s. In eerste instantie 3.000 gulden, zo’n 1.360 euro.

Anders dan de geschiedschrijving later vaak zou beweren, gebruikte Huges geen Black & Decker, maar een tandartsboor die hij via een voetpedaal kon bedienen.

Jaring: „De hele ingreep is snel gedaan. In minder dan een minuut heeft Bart zich een gaatje verschaft, de druk in zijn hoofd veranderd. Voortaan zal er meer bloed in zijn hoofd zijn en minder hersenwater.”

Pijn had Huges naar eigen zeggen niet van zijn ingreep en na drie dagen was de wond geheeld. Het hersenvlies had hij niet beschadigd. Hij sprak over het hogere bewustzijn dat hij zichzelf had bezorgd als „het derde oog”. Zijn permanente staat van high zijn omschreef hij als het gevoel alsof hij weer veertien jaar was.

Toen hij zijn bevindingen met psychiaters wilde delen, bleek dat het in medische kringen minder wenselijk werd geacht dat zijn denk- en handelwijze navolging zouden ondervinden.

Aan The Transatlantic Review vertelde Bart Huges in 1967 wat hem toen, in 1965, overkwam. Bij zijn eerste bezoek wilden twee psychiaters hem direct laten opnemen, maar ze lieten hem gaan omdat hij beloofde de volgende dag terug te komen.

Die dag, vertelde Huges, „vormden tien mannelijke verplegers een kring om me heen en dwongen me in de kliniek te blijven waar ik drie weken onvrijwillig voor ‘observatie’ werd vastgehouden”.

Maar, Bart Huges mocht dan wel een gaatje in zijn hoofd hebben, er zaten te weinig steekjes aan hem los om hem langer vast te houden.

Het ontbrak in het Amsterdam van die jaren niet aan happenings. Een ervan werd op plakkaten in de stad aangekondigd als Stoned in the streets. Dus ging Cor Jaring naar Williams Place, een kelder aan de Zeedijk. De plaats van handeling.

Johnny van Doorn – alias the Selfkicker – was er. Jasper Grootveld, Simon Posthuma en Simon Vinkenoog. En anderen, zoals de danser/musicus die Gerrit de Ethersnuiver (Gerrit Lakmaker) werd genoemd. Hij blies op een klarinet, Grootveld liep in cirkels en the Selfkicker gorgelde en bralde zijn gedichten. Dit allemaal grotendeels tegelijk.

Daarmee is de happening nog lang niet volledig beschreven – er was ook een naakte vrouw in het spel – maar meer van belang is hier wat direct na afloop gebeurde. In de deuropening stond opeens een man met een groot, meterslang verband om het hoofd.

Zojuist vrijgelaten uit een paviljoen: Bart Huges.

Het verband – waarop teksten als you need a hole, you like it – werd eraf gerold. Wat resteerde was een pleister die, in de beschrijving van Cor Jaring, „langzaam en vol eerbied” door Jasper Grootveld en Simon Posthuma werd weggetrokken. Tevoorschijn kwam een klein en wit litteken. Dat van het gaatje in Huges’ hoofd.

Hij kwam ermee op tv, in het veelbekeken AVRO-programma Voor de vuist weg met als verbijsterde presentator Willem O. Duys. Waarop de regering officieel verklaarde dat zijn theorie niet voor 99, maar voor 100 procent uit nonsens bestond, zoals Huges zelf vertelde aan The Transatlantic Review - dat The Hole to Luck als kop boven het artikel plaatste.

Huges, die zijn geld verdiende als documentalist bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen, bleef zelf, ook jaren later, in zijn theorie geloven. Maar het werd steeds stiller om hem heen. Zo stil dat zijn dood in 2004 menigeen ontging. Bart Huges werd zeventig jaar. Hij overleed aan een hartkwaal.