Dalende olieprijs door overproductie en lage vraag

Exterieur van een olieraffinaderij van Shell.
Exterieur van een olieraffinaderij van Shell. Foto ANP / Arie Kievit

De olieprijs blijft dalen. Vanochtend stond de prijs voor een vat Brent-olie, de maatstaf voor olie uit Europa, Afrika en het Midden-Oosten, op 52,55 dollar per vat. Dit is de laagste prijs in bijna zes jaar. Ook Amerikaanse olie, doorgaans wat goedkoper, breekt laagterecords; de prijs zakte naar minder dan 50 dollar per vat.

De olieprijs daalt al sinds afgelopen zomer, toen piekte Brent-olie op 115 dollar, daarna werd de daling ingezet. Die neergang kwam vanaf 27 november in een stroomversnelling toen de Organisatie van Olie Exporterende Landen (Opec) bekendmaakte de productie niet terug te schroeven. Over het hele jaar 2014 bekeken, halveerde de prijs voor een vat Brent-olie nagenoeg.

Economieredacteur van NRC Maarten Schinkel:

“De zoektocht naar de reden voor de vallende olieprijs is essentieel. Het antwoord geeft aan of er gevierd moet worden, of gevreesd.”

Waarom daalt de olieprijs?

De prijs daalt door overproductie aan de ene kant en een lage vraag aan de andere kant. Door de trage economische groei in de eurozone - het bruto binnenlands product steeg in het derde kwartaal met 0,2 procent - zou er minder olie worden geconsumeerd. Daartegenover is de productie van schalie-olie in de Verenigde Staten, van oudsher een grote olie-importeur, flink toegenomen. Schinkel:

“De hoge productie is maar één kant van de vergelijking. Het kennelijk wegvallen van de vraag naar olie is de andere. In de VS is de economische groei flink. Europa doet het slecht, maar beter dan een jaar geleden. En dus wordt voorzichtig gewezen naar de olifant in de kamer: China, dat wellicht een veel grotere economische vertraging doormaakt dan openbaar is.”

Hoe reageren de producenten?

De gevolgen van goedkopere energie zijn groot. Het is goed voor de landen die olie consumeren, maar voor olieproducenten heeft de ontwikkeling ernstige consequenties. Van Rusland tot Venezuela, van de schalie-sector in de Verenigde Staten tot Noorwegen: voor producenten is de prijsontwikkeling desastreus.

Tot nu toe lijken de grote olieproducenten te gaan voor het behoud van inkomsten. De lagere prijs prikkelt hen juist om nog meer te produceren om de dollarstroom op gang te houden.

Gevolgen op de beurs

Het effect is duidelijk zichtbaar op de beurs: de koers van de euro ten opzichte van de dollar zakte vanmorgen verder weg. Rond de middag kostte een euro nog maar 1,1890 dollar. De laatste keer dat een euro zo goedkoop was, was in 2002, vlak na de invoering van de euro. Aandelenbeurzen in Europa, de Verenigde Staten en Azië sloten gisteren en vanmorgen met zware verliezen.

Vanochtend was olieconcern Shell met een verlies van bijna 2 procent de sterkste daler in de AEX. De Britse concurrent BP daalde in Londen ruim 1 procent en de Franse olieproducent Total zakte in Parijs 0,5 procent.

Effect op inflatie

Schinkel legt ook uit dat de dalende olieprijs het probleem van uiterst geringe inflatie, waar een groot deel van de industriewereld mee kampt, verergert:

“Duitsland rapporteerde gisteren een inflatie van nog maar 0,1 procent. Morgen volgt de schatting voor de gehele eurozone, en de kans is groot dat daar voor het eerst sinds het eerste jaar van de financiële crisis deflatie wordt gerapporteerd: daling van de prijzen.”

Lees ook het artikel in NRC Handelsblad vandaag: ‘Dalende olieprijs zegen én vloek‘.