Zwaar gewond uit Syrië gevlucht

Sawsan (49) raakte bijna geheel verlamd na een beschieting in Syrië. Ze is een van de vijfhonderd kwetsbare vluchtelingen die Nederland opvangt.

Schoonzus Alie van Leeuwen van de Syrische vluchteling Sawsan in Leerdam, waar het gezin is opgevangen.
Schoonzus Alie van Leeuwen van de Syrische vluchteling Sawsan in Leerdam, waar het gezin is opgevangen. Foto Robin Utrecht

In Halat, een kustplaats in Libanon, had zij het enige bed dat het appartement rijk was. Het huis deelde ze met elf anderen. In verzorgingshuis Lingesteijn in Leerdam heeft Sawsan haar eigen, ruime kamer.

Sawsan is bijna helemaal verlamd sinds ze in 2012 werd beschoten in de Syrische stad Damascus. Door de beschieting lag de bovenkant van haar hoofd open, de kogel was versplinterd in haar hersenpan.

Na het ongeluk lag ze tien dagen in coma. Nog steeds kan Sawsan niet praten. Ze heeft een buisje in haar hals en krijgt eten via een sonde. Ze ligt de hele dag in bed, de verpleging in het verzorgingstehuis verzorgt haar. Ze ligt op afdeling Ikram, dat is Arabisch voor gastvrijheid. Die groep is eigenlijk voor ouderen met dementie, maar voor haar is een uitzondering gemaakt.

Halverwege november is Sawsan (49) naar Nederland gekomen, samen met haar moeder, man en twee zoons. Ze zijn uitgenodigd via het hervestigingsprogramma van vluchtelingenorganisatie UNHCR. Dat is bedoeld voor de meest kwetsbare vluchtelingen, zoals weeskinderen, ouderen en mensen in medische nood.

Ze is met de ambulance vervoerd naar het vliegveld van Beiroet, van daar vloog de familie via Istanbul naar Schiphol. Ze gingen pas op weg nadat de rest van de familie een vierdaagse cursus had gedaan in Libanon, over wat hun te wachten zou staan hier in Nederland. Over het weer en over welke omgangsvormen Nederlanders normaal vinden.

Niet dat ze verder zomaar konden overkomen. Haar broer Rakan Alexman en zijn vrouw Alie van Leeuwen brachten haar geval maandenlang onder de aandacht van de Nederlandse afdeling van UNHCR. Zij willen niet dat Sawsans achternaam in de krant komt, in verband met de veiligheid.

Wat Rakan heeft gedaan, gebeurt veel. UNHCR Nederland krijgt jaarlijks honderden gevallen van familieleden of vrienden aangedragen. De kans dat iemand dan ook echt naar Nederland kan komen, is niet zo groot. Het kabinet heeft jaarlijks vijfhonderd plaatsen voor ‘hervestigde’ vluchtelingen. De helft van die plekken was dit jaar voor Syriërs gereserveerd. En de selectie is streng: Nederland wil zeker weten dat het geen mensen met een dubieuze achtergrond opneemt.

Elke dag komen haar moeder, man en twee zoons bij Sawsan langs in Lingesteijn. Voor hen regelde de gemeente Leerdam een rijtjeshuis, op tien minuten afstand van het verzorgingshuis. Het huis is nog wat kaal, er hangt niets aan de muren. Er staan banken, een televisie op een kast en een eettafel. Op het tv-meubel staan een bos bloemen en een paar welkomstkaartjes.

De badkamer noemt de moeder van Saswan trots ‘hamam’, maar dat klinkt mooier dan de badkamer is. Ze zijn blij met het huis: het is dankzij de gemeente en de woningbouwvereniging dat ze hier terecht konden, zegt Rakan. „Toen duidelijk werd dat ze Nederland konden komen, ging het snel. Het huis was binnen een week geregeld.”

De mannen gaan naar inburgeringscursus. De jongste zoon van vijftien gaat naar een middelbare taalschool in Utrecht. Vader en de oudste zoon doen een inburgeringscursus in Gorinchem. Ze kennen al een paar woordjes: hallo, tot ziens, hoe gaat het. Het is nog wel wennen, zo hebben ze de buren nog niet ontmoet. Ze hebben een eigen contactpersoon van Vluchtelingenwerk, maar ook Rakan Alexman komt elke dag wel een keertje langs om ze te helpen.

Eind 2014 werd bekend dat het kabinet ervan afziet om 250 extra Syrische vluchtelingen via UNHCR uit te nodigen, ofschoon de Tweede Kamer een motie aanvaarde om dat wel te doen. In de Nederlandse asielzoekerscentra zitten óók kwetsbare Syriërs, was het argument dat verantwoordelijk staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) gebruikte. Zij hebben al een verblijfsvergunning, maar moeten wachten tot ze in een gemeente geplaatst worden en een huis krijgen toegewezen. Volgens Teeven is niet goed te rechtvaardigen dat de hervestigde vluchtelingen via UNHCR worden voorgetrokken ten opzichte van de mensen die nu met een status in de opvangcentra zitten. Dat zei hij eind november in de Tweede Kamer.

Alleen is die redenering onjuist, zegt Rakan Alexman. Mensen als zijn zus zouden nooit op eigen gelegenheid naar Europa kunnen komen voor goede gezondheidszorg en een daardoor wat hoopvollere toekomst. Want dat het goed voor zijn zus is om in Nederland verzorgd te worden, ziet hij met eigen ogen: „Haar blik is binnen een paar weken al zoveel helderder geworden. Ze is al een kilo aangekomen. Ze lacht weer, is nieuwsgierig en herkent de verzorgsters uit het huis al.”

Scheve ogen van andere asielzoekers of kritische blikken van Nederlanders krijgen ze helemaal niet, zegt Rakans vrouw, Alie van Leeuwen. „Dat komt misschien ook omdat dit toch al een multiculturele buurt is. Hier hoor je niet: hé, er komt een buitenlands gezin in de buurt wonen. Want er wonen er al tien.”

Rakan Alexman zegt dat hij „Nederland nooit genoeg zal kunnen teruggeven”, zo dankbaar is hij dat zijn moeder, zus en haar gezin hier een plek om te wonen hebben gekregen. Zelf vluchtte hij in 1998 naar Nederland omdat hij zich bekeerd had tot het christendom en daarom in Syrië voor vervolging moest vrezen. Zijn familie is wel nog steeds islamitisch. Er is een verschil in geloof, maar ze respecteren elkaar en zijn blij dat ze in Nederland een nieuwe kans hebben gekregen.