Slot sciencefictionfilm verschilt per kunsthuis

The Common Sense (2014)
The Common Sense (2014) Courtesy Melanie Gilligan

In de sf-video The Common Sense van Melanie Gilligan zijn mensen met elkaar verbonden met the patch. Dit communicatiemiddel maakt het mogelijk om elkaars gevoelens exact registreren. De patch is een prothese die tegen het verhemelte wordt gedrukt en die veel weg heeft van een hostie.

Iedere patch-drager is zender en ontvanger tegelijk. Werknemers zijn verplicht om hem op het werk te dragen en bij voorkeur ook thuis. Studenten worden ermee op afstand aangestuurd. Direct bij het ontbijt ontvangt de patchdrager boodschappen in de trant van: „Je prestaties zijn onder de maat. Meld je bij het afdelingshoofd.”

In het „postindividuele tijdperk” wordt het hele leven via het netwerk geregeld, van geldzaken – goed gedrag wordt beloond met bijschrijvingen op de bankrekening en andersom – tot en met zwanger raken. Uit The Common Sense blijkt dat de werkelijke reden voor deze totale controle niet is, zoals de officiële ideologie zegt, mensen bevrijden uit een sociaal isolement, maar de kapitalistische economie ruimbaan geven en optimaal economisch rendement halen uit het gedrag en functioneren van mensen.

Het onderwerp van de film is actueel. We hebben massaal de controle over onze gegevens uit handen gegeven aan internetbedrijven en de wetgeving op het gebied privacy wordt door een toenemende controle door de overheid met voeten getreden.

De timing van The Common Sense is dus goed. Jammer genoeg geldt dat niet voor de uitwerking van het thema. Het verhaal wordt stuntelig geacteerd en de dialogen zijn kinderachtig, met langdradig gezeur over gevoelens. The Common Sense kent twee slotscenario’s. In het ene scenario, te zien in De Hallen, leidt de patch tot sociale schaos en burgeroorlog na een crash van het netwerk. In het andere scenario, dat volgende maand in De Appel te zien zal zijn, wordt de orde later hersteld.

Gilligan heeft zowel in Casco als in De Hallen een installatie gemaakt van metalen buizen waarop videomonitors zijn gemonteerd. Ieder scherm toont een episode van ongeveer zeven minuten. De film moet in chronologische volgorde worden bekeken, maar de opzet van de installaties nodigt eerder uit om ergens in het midden te beginnen, waardoor de film volstrekt gefragmenteerd raakt.

De driedimensionale installatie is een krampachtige en mislukte poging om de film in een kunstruimte te tonen. Een vergelijkbaar project van Gilligan, de film Popular Unrest (2010), is in zijn geheel op internet te zien, wat veel effectiever is. The Common Sense is een megaproject waarin drie kunstinstellingen samenwerken en dat gefinancierd is door tal van subsidiegevers en sponsors in Nederland en Canada. Sinds de recente bezuinigingen is het aantal platforms voor hedendaagse beeldende kunst in Nederland drastisch verminderd. Jammer dat dit middelmatige project zo lange tijd drie plekken bezet houdt.