Opinie

Risico revisited

Het debat over de risico’s van klimaatverandering heeft al veel interessante reacties opgeleverd. Logisch, want we komen hier bij de kern van het thema: de mogelijkheid dat klimaatverandering verkeerd uitpakt voor onze leefomgeving. Het IPCC, waarin de wetenschappelijke kennis gebundeld wordt, is duidelijk. In het syntheserapport schrijven ze:

Climate change will amplify existing risks and create new risks for natural and human systems. Risks are unevenly distributed and are generally greater for disadvantaged people and communities in countries at all levels of development.

Vervolgens is dus de vraag hoe groot die risico’s dan wel zijn.
Jan Paul van Soest laat er geen misverstand over bestaan. Hij vat de discussie samen in drie, of eigenlijk twee, standpunten:

0. ‘er is geen risico’. Met als bijbehorende beleidsaanbeveling: doe niks. Omdat het idee van ‘geen risico’ ver buiten de wetenschappelijke bandbreedte zit, is deze positie wat mij betreft niet meer relevant voor de verdere discussie.
1. ja, er is een hanteerbaar risico. Met als bijbehorende beleidsaanbeveling die ik uit verschillende en met name Bert Amesz’ bijdragen destilleer: het is verstandig in elk geval de ontwikkeling van de CO2-concentraties bij te buigen van RCP8.5 (ca 1200 ppm CO2-eq, eind deze eeuw) naar RCP6.0 (ca. 700 ppm), en verder in te zetten op kijken hoe de realiteit zich ontwikkelt, adaptatie, en op de vermindering van andere toekomstrisico’s.
2. ja, er is een risico dat bij ongewijzigde koers zowel ecologie als de economie flink onderuitgaan, omdat natuurlijke hulpbronnen, waaronder een stabiel klimaat, een voorwaarde is voor verdere ontwikkeling. Dat is onder meer mijn positie. Met als bijbehorende beleidsaanbeveling: laat de CO2-concentratie in deze eeuw niet verder oplopen dan tot ca 450 ppm (CO2-eq.), corresponderend met een opwarming van 2 graden (althans: ca 50% om daaronder te blijven). Daar hoort ook al een forse adaptatie-inspanning bij.

Het lijkt me zinvol de morele of zo u wilt persoonlijke redeneringen en afwegingen achter posities (1) en (2) nog eens wat verder te verkennen. Tot welke zorgen geeft een +2 graden-, +3 graden- of +4 graden-wereld aanleiding? Welke waarden staan dan op het spel? Wat is nodig om de opwarming te verminderen, en hoe wegen we die inspanningen en de moeite en pijn die deze vergen af tegen de effecten van verdere opwarming? En waarom zo, en niet anders?

Ook voor Bert Amesz is ‘geen risico’ in deze discussie geen categorie. Maar hij gaat (in ieder geval voorlopig) minder ver dan Van Soest:

Deze discussie gaat over ‘risicoafweging, d.w.z het in kaart brengen van verschillende risico’s (van klimaatverandering èn klimaatbeleid) plus de vraag hoe je tot een afweging kunt komen. Het begrip ‘risico’ is daarbij gedefinieerd als ‘kans x impact’.

Tot nu toe zijn die ‘impacts’ van klimaatverandering nauwelijks aan de orde geweest. En dat terwijl IPCC (WG2) de mogelijke problemen goed in kaart heeft gebracht. Ik noem ze nog maar een keer: (i) coastal and inland flooding, (ii) extreem weer, (iii) hittegolven, (iv) food insecurity, (v) water shortage (drinkwater, irrigatie) en (vi) loss of marine, coastal, inland waters and terrestrial ecosystems and biodiversity. Ik merk daarbij op dat de gevolgen van de klimaatverandering tot nu toe veelal ‘niet aantoonbaar’ zijn (waarmee ik niet wil zeggen dat de klimaatverandering geen rol heeft gespeeld).

Klimaatbeleid kent twee sporen (of een combinatie daarvan). Het eerste spoor betreft het beperken van de opwarming. Voor de menselijke component (AGW) betekent dat: emissiereductie. Het tweede spoor is adaptatie: het versterken van het weerstandsvermogen van landen/regio’s teneinde de mogelijke gevolgen van klimaatverandering op te kunnen vangen. Adaptatie is - in IPCC’s gedachte - derhalve een breed begrip en omvat o.a. economische ontwikkeling, human and institutional development, resource management, disaster risk management en versterken fysieke infrastructuur. Dit vraagt om een integrale strategie en effectief lokaal bestuur waarbij alle andere risicofactoren rondom de hierboven geschetste problemen in beschouwing moeten worden genomen.
Bij de afweging van klimaatrisico’s spelen - naast economische - ook moreel/politieke en persoonlijke overwegingen een rol. Idem voor de financiering van het klimaatbeleid (mitigatie en adaptatie).

Zowel Van Soest als Amesz wijzen op de persoonlijke en morele overwegingen die nodig zijn voor een goede risicoafweging. Dat moet voldoende stof geven voor klimaatrisico’s revisited.

Dialoog

Op zoek naar de grenzen van twijfel en zekerheid over het klimaat.

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.