Redacties minder wit, nieuws minder stijf

De ombudsvrouw van The New York Times somde hopes en dreams op voor 2015. Haar adviezen gelden voor alle media.

NYT’s Margaret Sullivan (links), hier nog baas bijThe Buffalo News, vindt pagina 1 niet langer heilig.
NYT’s Margaret Sullivan (links), hier nog baas bijThe Buffalo News, vindt pagina 1 niet langer heilig. Foto The New York Times

Mag een sjieke krant u aanspreken met ‘Hallo, goedemiddag op deze bewolkte maandag?’

Moet een krant zijn best doen om een bepaald percentage allochtone redacteuren in dienst te hebben?

En hoeveel aandacht geef je nog aan de papieren voorpagina in een tijd dat de lezer wakker wordt met zijn beeldscherm?

The New York Times-ombudsvrouw Margaret Sullivan formuleerde vorige week zeventien ‘hopes and dreams’ – min of meer goede voornemens – voor haar krant, waarmee ze onder meer bovenstaande vraagstukken opwierp. Ze gelden grotendeels niet alleen voor The Times; hieronder de vijf meest relevante kwesties uit Sullivans lijstje vanuit breder perspectief.

1 Redacties moeten minder wit worden

The New York Times heeft twin-

tig recensenten op de cultuurredactie; twee zijn van Aziatische afkomst, niemand is er zwart. Ook de redactie van de krant als geheel is te weinig divers, stelt ze. Ook in Nederland is daar momenteel veel om te doen: ‘Redacties in Nederland zijn wit’, schreef hoogleraar Mediastudies Mark Deuze (UvA) vorige week in NRC Handelsblad. GroenLinks-politicus Tofik Dibi schreef eerder op zijn blog, naar aanleiding van de frauderende Trouw-journalist Perdiep Ramesar, dat Nederlandse media behoefte hebben aan „smeuïge verhalen over de multiculturele samenleving”, maar tegelijkertijd „een witte redactie” hebben. Deuze onderschreef dat: 2 procent van de Nederlandse journalisten heeft een allochtone herkomst, ten opzichte van ruim 20 procent allochtone Nederlanders.

2 Laat lezers een kant kiezen

Er is een nieuwswaardig conflict, de krant laat beide kampen hun zegje doen, geeft ze evenveel ruimte in de kolommen en sluit af. Oppassen daarmee, zegt Sullivan. De lezer wil geen ‘valse balans’, hij wil dat de journalist uitzoekt wie gelijk heeft en dat expliciet opschrijft.

3 De voorpagina is niet heilig

De krant verdoet te veel tijd met het nadenken over Page One, stelde het innovatierapport van de NYT dat vorig jaar uitlekte. De toekomst van de journalistiek gaat zich niet uittekenen op de voorpagina van de krant, en evenmin op de voorpagina van de site. Via sociale media komen bezoekers steeds vaker binnen op een artikelpagina. Díe pagina’s moeten allemaal dienstdoen als voorpagina. Sullivan wil minder aandacht voor de papieren voorpagina en meer voor „of een verhaal om zes uur ’s middags bij de best gelezen stukken in de app hoort”.

4 Het mag informeler en grappiger

Bij New York Today, een blog over wat er zich afspeelt in de stad, staat The Times zichzelf toe informeler te zijn. Geen grijze nieuwsberichtjes, maar een toon waarbij de lezer direct wordt aangesproken, het nieuws in kleine hapjes wordt geserveerd en er ruimte is voor een grapje. Een van de reden dat The Guardian al jaren veel bezoek trekt met liveblogs, is de vergelijkbare lichte, persoonlijke toon. De telefoon is een sociaal apparaat en een krant mag het zich veroorloven daarin mee te gaan. „Verfrissend gemoedelijk”, aldus Sullivan.

5 Geef ons een verdienmodel voor mobiel

Een concreet voornemen is dit niet van Sullivan; ze lijkt er eerder een verzoek aan de goden van te maken. Geef ons alsjeblieft een „briljant verdienmodel” om te profiteren van al die mobiele apparaten in de handen van onze lezers.