Op kade 4 begint het nieuwe leven

Mensensmokkelaars laten vrachtschepen vol migranten stuurloos achter op zee. Andere boten moeten maar te hulp schieten. Een even lucratieve als gewetenloze vorm van chantage.

Een Syriër aan boord van vluchtelingenschip Ezadeen kijkt door een patrijspoort bij aankomst in de Italiaanse havenplaats Corigliano Calabro. Het vrachtschip werd stuurloos achtergelaten op zee.
Een Syriër aan boord van vluchtelingenschip Ezadeen kijkt door een patrijspoort bij aankomst in de Italiaanse havenplaats Corigliano Calabro. Het vrachtschip werd stuurloos achtergelaten op zee. Foto AFP

‘Wij gaan ons als Italianen soms te buiten aan grote woorden. Dat hoort bij ons. Maar in dit geval is het niet overdreven om te zeggen dat een ware tragedie is voorkomen.”

Comandante Francesco Perrotti, die de leiding heeft over de haven van de Zuid-Italiaanse stad Corigliano Calabro, krijgt een verbeten trek om zijn mond als hij vertelt wat rond de jaarwisseling gebeurd is. Twee schepen met vele honderden vluchtelingen aan boord werden in zwaar weer aan hun lot overgelaten, niet ver van de rotskust van Zuid-Italië. „De wereld moet de ogen openen. Als de kustwacht er niet in was geslaagd controle over deze schepen te krijgen, was het moord met voorbedachten rade geweest.”

Aan kade 4, achter een hek, ligt de Ezadeen, een gehavend vrachtschip, vijftig jaar oud. De schotten langs het dek wijzen op het veevervoer waarvoor het schip eerder werd gebruikt. Maar nu was het een paar dagen voor Kerst uit Turkije vertrokken met 370 vluchtelingen, bijna allemaal Syriërs.

Ook in de jaren negentig gebruikten mensensmokkelaars vrachtschepen met honderden vluchtelingen en migranten. Maar de afgelopen jaren werden vooral kleinere schepen ingezet. Perrotti: „Er is iets wezenlijks aan het veranderen in de mensensmokkel.”

De afgelopen maanden is het zeker twee keer eerder gebeurd dat een vrachtschip vol vluchtelingen in de problemen kwam en, met een beroep op het internationale zeerecht, hulp inriep. Na vorige week is duidelijk dat dit geen incidenten waren, maar een gewetenloze vorm van chantage.

De UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, legt een direct verband met de zeepatrouilles. Tot november kende Italië de operatie Mare Nostrum. Met patrouilles, op zee en in de lucht, werd gecontroleerd of bootvluchtelingen in problemen verkeerden. De bedoeling was nieuwe rampen op zee te voorkomen. Maar voor mensensmokkelaars was dit een cadeautje. Die hadden meer zekerheid dat hun ‘klanten’ veilig zouden aankomen.

In november nam Frontex, het agentschap dat de buitengrenzen van de EU bewaakt, het stokje over. Maar met veel minder middelen en in een veel kleiner gebied. „Er is minder controle in internationale wateren”, zegt UNHCR-zegsvrouw Carlotta Sami.

Met vrachtschepen werken, is zeer lucratief. Perrotti rekent voor: „We horen van vluchtelingen dat ze vijf- tot zevenduizend dollar betalen. Als je er dan 500 op een schip hebt, haal je zeker 2,5 miljoen dollar op. Ook als je daar de kosten van het schip en andere uitgaven afhaalt, boeken deze criminelen een enorme winst.”

Marco Lombardi, expert in internationale veiligheidsvraagstukken, vindt dat we „de misdadige mensenhandelaars moeten aanpakken in hun territoriale context”. Hij schrijft op een blog voor de krant Il Fatto Quotidiano dat voorkomen moet worden dat andere EU-landen (lees: vooral Griekenland) de andere kant opkijken. En afspreken met Turkije dat de mensenhandel vanuit Turks grondgebied wordt aangepakt. Syriërs op het eerste ‘spookschip’ Blue Sky M vertelden dat ze ieder zevenduizend dollar aan „de Turkse maffia” betaalden.

De volwassen Syriërs die vrijdagnacht in Corigliano aan land gingen, zaten een paar uur later alweer in bussen naar opvangcentra elders in Italië. Maar in het kerkelijke opvangcentrum voor probleemkinderen Maria Ausiliatrice zijn acht minderjarigen ondergebracht die alleen op de boot zaten. Ze zijn tussen de 13 en 17 jaar.

Mustafa Hamid, een Egyptenaar die voor de jongens heeft getolkt, vat samen wat ze hebben verteld. Dat ze twaalf dagen aan boord waren, waarvan de laatste vier zonder eten en drinken. Dat ze door hun ouders op de boot zijn gezet, op weg naar een betere toekomst.

Hamid wijst hoe ze redelijk onbekommerd op een bankje een sinaasappel zitten te eten. Op het veldje voor hen voetballen leeftijdgenoten. De zon schijnt vriendelijk, met licht besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. „Hier zijn ze veilig, ver weg van de oorlog en de bommen.”