Onthult een boek wie je bent?

Fotograaf Reinier Gerritsen legde honderden lezende metroreizigers vast in New York. Zijn werk roept de vraag op of er een verband bestaat tussen uiterlijk en leesvoorkeur.

Een bejaarde vrouw, de bril op het puntje van haar neus, spelt in een beduimeld bijbeltje het Evangelie volgens Matteüs. Een man met een doodshoofdring en een gepiercete wenkbrauw is verdiept in Satanic Verses van Salman Rushdie. En een jonge moslima leest de roman Cloud Atlas van David Mitchell.

Sinds 2011 fotografeert Reinier Gerritsen (Amsterdam, 1950) lezende mensen in de metro van New York. Dat heeft geresulteerd in The Last Book, een handzaam fotoboek met honderden foto’s van reizigers die een boek aan het lezen zijn.

Dat is een verdwijnend verschijnsel, stelt de fotograaf. Niet dat in de New Yorkse ondergrondse minder wordt gelezen, maar de e-reader wint terrein in de metro. Telde Gerritsen vijf jaar geleden per wagon nog zo’n dertig passagiers met een papieren boek, nu zijn dat er gemiddeld nog maar een stuk of vier.

Opmerkelijk, want de verkoop van e-books in de Verenigde Staten is na een snelle groei gestabiliseerd op een kwart van de boekverkopen.

Tegelijk met The Last Book heeft Gerritsen van die nieuwe e-book-realiteit een tweede ‘fotoboek’ gemaakt: de app The Last Book Revisited, die voor 7,99 dollar te koop is in de iTunes Store.

Een liefdevol gemaakte ode aan het papieren boek, zo kan Gerritsens The Last Book worden omschreven. Al is dat papieren boek welbeschouwd ook een product van het digitale tijdperk. Met zijn metrofoto’s is namelijk iets bijzonders aan de hand: ze zijn op verschillende plekken scherp. In de volle wagons schoot Gerritsen van situaties in een korte tijdsspanne tot wel zes opnamen, waarbij hij steeds op een andere persoon scherp stelde.

Thuisgekomen legde hij de opnamen met zijn computer over elkaar heen, om zo het uiteindelijk beeld te creëren. Gerritsen gebruikte de digitale mogelijkheden dus niet zozeer om een nieuwe werkelijkheid te scheppen, alswel om een tekortkoming van zijn camera, de geringe scherptediepte, op te heffen. Je kunt ook zeggen: om wat bestaat beter vast te leggen.

In zijn inleiding tot The Last Book wijst de Amerikaanse essayist Boris Kachka op een gevolg van de e-bookrevolutie. Een fysiek boek toont zich, net als een krant, zowel aan de lezer als de medereizigers. De woorden kijken de lezer aan, maar het omslag is zichtbaar voor de wereld. Dat omslag is geen spiegel, maar een etalage. Van een e-book kan je niet hetzelfde zeggen, stelt Kachka. Leest de passagier naast je On the Road, de Bijbel of Fifty Shades of Grey, je kunt er slechts naar gissen.

Wie wil weten of er een verband bestaat tussen uiterlijk en leesvoorkeur kan de index met alle gefotografeerde boeken raadplegen. Eenmaal zag Gerritsen in de metro een vrouw met een gekaft boek in de metro; zij had de rolluiken voor haar etalage neergelaten. De fotograaf stond naast haar en herkende aan het papier en de typografie wat zij las. Het was het boek dat zo veel andere lezeressen in de metro lazen: Vijftig tinten grijs.