Paus kiest minder westerse kerk

Paus Franciscus heeft gisteren de namen van twintig nieuwe kardinalen bekendgemaakt. Zijn keuze laat opnieuw zien dat hij de katholieke kerk een minder westers en minder bestuurlijk gezicht wil geven. Opvallend is dat er geestelijken bij zitten uit gebieden die nog nooit een kardinaal hebben gehad, en maar één prelaat uit de curie, de Romeinse bureaucratie van het Vaticaan. Een paar prominente bestuurders uit de curie zijn overgeslagen. Zijn woordvoerder zei dat Franciscus heeft willen breken met de traditie dat kardinalen alleen uit belangrijke bisdommen komen.

Onder de twintig nieuwkomers, die op 14 februari officieel tot het kardinalaat zullen worden verheven (zullen worden gecreëerd, in kerktaal), zitten vijf mannen die ouder zijn dan tachtig jaar en daarom niet mogen meestemmen in een toekomstig conclaaf, waarin kardinalen de nieuwe paus kiezen. Toen hij de namen bekendmaakte, zei de paus dat hij deze geestelijken had uitgekozen omdat ze „hebben getuigd van hun liefde voor Christus en het Volk van God”. Franciscus wil dat ook de kerkbestuurders zich minder als bureaucraat opstellen en meer als pastoraal zieleherder. Uit de curie is de in Marokko geboren aartsbisschop Dominique Manberti benoemd, de prefect van de hoogste rechtbank van de Katholieke Kerk. Birma, Panama, Kaapverdië en Tonga krijgen nu ook een kardinaal. Van de nieuwe kardinalen komen er zeven uit Europa, vijf uit Latijns-Amerika, drie uit Azië, drie uit Afrika en twee uit Oceanië. Onder de Europese kardinalen zit Francesco Montenegro, de bisschop van de Siciliaanse havenstad Agrigento, die zich veel heeft ingezet voor de opvang van migranten.